Keyword

grondwater

66 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
Service types
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
protocol
domain
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 66
  • Een DOV-opdracht wordt meestal gebruikt om gegevens van dezelfde herkomst te groeperen in een herkenbaar geheel, Deze opdrachten vormen een snelle toegang naar een specifieke (deel)dataset. Binnen de opdrachten kunnen referentiesets onderscheiden worden. Referentiesets zijn (grote) sets van DOV-datapunten, verzameld in een ‘Opdracht’ met een specifiek doel. De referentiesets documenteren onderzoek en bijhorende datapunten bij bepaalde standaardproducten, zoals de onderbouwing van formele geologische lithostratigrafische eenheden, of grote referentieproducten als de Tertiair geologische kartering en het Geologisch 3D Model. Opdrachten kunnen gekoppeld zijn aan andere opdrachten, sonderingen, boringen, grondmonsters, interpretaties, grondwaterlocaties, filters, bodemlocaties, bodemsites, bodemmonsters en voorafmeldingen. Onderzoeksresultaten zijn vaak toegevoegd als bijlagen of hyperlinks aan een opdracht. Het doel waarvoor een opdracht uitgevoerd is kan sterk verschillen. Dit wordt gedocumenteerd aan de hand van de velden aard en origine. Aard van de opdracht geeft een indicatie van de thematiek waarbinnen de gegevens verzameld worden. Origine van de opdracht geeft een indicatie van de herkomst van het ontstaan van de gegevens binnen de opdracht.

  • In de Databank Ondergrond Vlaanderen zijn verschillende grondwatermeetnetten opgenomen. Deze meetnetten staan in functie van uitgebreide monitoringprogramma’s met de bedoeling een goed beeld te krijgen van de beschikbare grondwaterkwantiteit en grondwaterkwaliteit van de watervoerende lagen in Vlaanderen. Deze kaartlaag toont alle watermonsters die in de meetnetten opgenomen zijn.

  • Deze grondwaterkaart geeft de stand/hoogte van het freatische grondwater en de overheersende stromingsrichting weer ten opzichte van de Tweede Algemene Waterpassing (TAW), het topografisch referentievlak in Vlaanderen. Dit werd opgesteld aan de hand van het bestaande peilbuizennetwerk van de stad Antwerpen. Op plaatsen waar grondwaterdata ontbrak, zijn in het kader van dit onderzoek, aanvullende peilbuizen geplaatst. Net zoals bij de grondwaterkaart (m-mv) werden hiervoor bijkomende gegevens opgevraagd van sonderingen uit de Databank Ondergrond Vlaanderen gebruikt. In het kader van het hemelwaterbeleid en de principes van optimale afkoppeling met als doel de natuurlijke afstroming en infiltratie van regenwater te bevorderen, is het van belang om een inzicht te hebben in de bodemgesteldheid en infiltratiegevoeligheid van de bovenste grondlaag in Antwerpen. Op die manier kan de integratie van waterbeheer in het stedelijk ontwerp effectiever en efficiënter gestuurd worden, alsmede de lokalisatie van infiltratiegevoelige gebieden voor toekomstige bouwprojecten. Zo ontvangen de stadsdiensten regelmatig vragen van aannemers, architecten en studiebureau’s over infiltratiemogelijkheid op een bepaald perceel. Ook bij het ontwerp en uitvoering van openbare stadsvernieuwingswerken is deze informatie belangrijk. De opmaak van geohydrologische kaarten kan een bijdrage leveren aan een betere afstemming tussen ruimtelijke planning, ontwerp van de publieke ruimte, groenbeheer en waterbeheer. Het is goed mogelijk om kosten te besparen door meerdere beheeraspecten te combineren met de aanleg van groen-blauwe structuren: het aanpakken van wateroverlast, tegengaan van bodemverdroging, ontwikkeling van meer stedelijke natuur en biodiversiteit. Ten slotte, worden deze gegevens als onderbouwing gebruikt bij de opmaak van het hemelwaterplan; een plan waar op wijkniveau aangeduid wordt hoeveel infiltratie- en/of buffercapaciteit wenselijk is en in welke vormen (bv. als collectieve wadi, gracht of vijver). De opdracht betreft de opmaak van 4 geohydrologische kaarten, met name: een bodemkaart, een grondwaterkaart (meter - maaiveld) met een jaargemiddelde diepte van de freatische grondwatertafel onder straatniveau, een grondwaterkaart met jaargemiddelde peilen ten opzichte van het topografische referentieniveau (meter -/+ TAW) en een infiltratiekaart van de regio Antwerpen. De studie kadert binnen de karakterisering van de ondergrond van Antwerpen met het oog op de lokalisatie van infiltratiegevoelige gebieden voor toekomstige bouwprojecten. Deze kaarten beschrijven de ganse regiohet grondgebied van Antwerpen (stad Antwerpen met haar 9 districtenen deelgemeenten), met uitzondering van het Antwerpse havengebied. Voor de rechteroever van het Antwerpse havengebied zijn de mogelijkheden van hemelwaterinfiltratie en –buffering reeds onderzocht (Wat met hemelwater in het havengebied Antwerpen?, IMDC iov Port of Antwerp en Alfaport, 2013). In functie van het kalibreren en berekenen van grond- en grondwaterdata was het wel van belang om het havengebied te integreren in het modelgebied. . Het studiegebied wordt ten noorden, oosten, zuiden en westen, respectievelijk begrenst begrensd door de landsgrens en gemeenten Berendrecht, Deurne, HobokenStabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten Wijnegem, Wommelgem, Borsbeek, Mortsel, Edegem, Aartselaar, Hemiksem en LinkeroeverZwijndrecht.

  • Het meetnet voor de grondwaterstand in Antwerpen. Het peil van het grondwater wordt maandelijks gemeten op 193 verschillende punten. De informatie van deze data w o rd t opgeslagen in een accesdatabank. Deze bevat een kleine 22000 metingen sinds 1985 tot nu. Het bestand is verbonden met xy-coördinat en die de meetpunten in kaart brengt. Gemiddelde diepte: berekend gemiddelde van de afgelopen 6 meetreeksen van de gemeten diepte van het grondwaterpeil tov het maaiveld Gemiddeld peil in TAW: hoogte maaiveld min gemiddelde diepte De data wordt ingevoerd via de cosmo toepassing onder http://www.cosmo.local/grondwaterpeilmetingen - http://www.cosmo.local/grondwaterpeilmetingen Deze data wordt maandelijks bijgehouden en is dus steeds up to date

  • Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ...

  • Deze kaart geeft een overzicht van vastgestelde beschermingszones rond grondwaterwinningen in het Vlaamse gewest. Een beschermingszone is het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3.2 van decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, is afgebakend om het grondwater in een waterwingebied tegen verontreiniging te vrijwaren. De procedure om de afbakening te realiseren is vastgelegd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones.

  • Het is om verschillende redenen belangrijk de evolutie van de grondwaterstanden op te volgen, o.a.:de impact van grondwaterwinning op de afgesloten watervoerende lagen en dus de beschikbaarheid van grondwater;de impact van weer en klimaat op de freatische grondwaterstand;de relatie tussen de grondwaterstand enerzijds en vooral grondwaterafhankelijke ecosystemen en basisvoeding van oppervlaktewater anderzijds. In freatische grondwaterlagen zijn de effecten van de recente droogteperiodes duidelijk zichtbaar.In de afgesloten grondwaterlagen worden dalingen vooral toegeschreven aan te hoge grondwaterwinningen. In de afgesloten grondwaterlagen zijn er echter ook heel wat stijgingen die wellicht toegeschreven kunnen worden aan de afbouw van grondwaterwinningen.

  • De totale hoeveelheid verbruikt grondwater wordt voor 2020 geschat op 264 miljoen m³.65% van het grondwaterverbruik wordt gebruikt voor de productie van drinkwater.Het grondwaterverbruik voor de productie van drinkwater en door de landbouw nam toe in de periode 2016-2020.Het grondwaterverbruik van de industrie is gedaald.

  • Een overmaat aan nutriënten in het oppervlaktewater kan leiden tot overmatige algenbloei waardoor bijvoorbeeld de zichtbaarheid sterk afneemt en de zuurstofhuishouding problematisch kan worden.

  • INSPIRE-compatibele directe overdrachtdienst met objecttypes uit INSPIRE Annex III Thema 'Gebiedsbeheer/gebieden waar beperkingen gelden/gereguleerde gebieden en rapportage-eenheden' (geharmoniseerde data).