Topic
 

planningCadastre

415 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 415
  • Het Decreet op de Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 (verder DRO) bepaalt dat het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) vervangen wordt door zogenaamde ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's). Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van dergelijke strategische beleidsplannen. Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting. Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg een ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden). Artikel 63 van het DRO bepaalt dat gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen zones kunnen aanduiden waar een recht van voorkoop geldt. Dit wordt mee opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Bovendien kunnen meerdere instanties begunstigd worden. Het ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt aldus de rangorde. Volgens het DRO worden er RUPs opgemaakt op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau (art 37). Deze dataset is voorlopig nog in opbouw.

  • In het Ruimterapport 2018 werd de open ruimte in Vlaanderen omschreven als de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én niet door ruimtebeslag ingenomen worden. De kernen werden volledig buiten beschouwing gelaten in de open ruimte. De onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren) werden meegenomen als deel van de open ruimte. De definitie van de open ruimte in het Ruimterapport 2018 maakte het mogelijk om de open ruimte op een kaart te situeren, maar liet niet toe om ruimtelijke verschillen te beschrijven. Daarom werd ikv Ruimterapport 2021 een methodiek uitgewerkt om samenhangende openruimtegebieden te identificeren en verder in te delen op basis van een aantal kenmerken, zoals de grootte en de gaafheid van deze gebieden. Samenhangende OpenRuimteGebieden (SORG) worden gedefinieerd als gebieden groter dan 2 ha die omringd worden door belangrijke infrastructuren (hoofdweg, primaire weg, secundaire weg, spoorweg, bevaarbare waterweg). De kernen, de bedrijventerreinen groter dan 3 ha, de campings en bebouwde percelen in linten en militaire domeinen die langsheen deze infrastructuur gesitueerd zijn, maken geen deel uit van deze gebieden. In een SORG kunnen wel kleinere wegen, kernen, linten en verspreide bebouwing voorkomen. De gebieden worden ingedeeld in 5 types die iets zeggen over de mate van versnippering en de ligging ten opzichte van landelijke en (rand)stedelijke gebieden. Meer details over de gebruikte methode voor het opbouwen van het bestand met samenhangende openruimtegebieden vind je in het technisch rapport: https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2830884

  • In het Ruimterapport 2018 werd de open ruimte in Vlaanderen omschreven als de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én niet door ruimtebeslag ingenomen worden. De kernen werden volledig buiten beschouwing gelaten in de open ruimte. De onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren) werden meegenomen als deel van de open ruimte. De definitie van de open ruimte in het Ruimterapport 2018 maakte het mogelijk om de open ruimte op een kaart te situeren, maar liet niet toe om ruimtelijke verschillen te beschrijven. Daarom werd ikv Ruimterapport 2021 een methodiek uitgewerkt om samenhangende openruimtegebieden te identificeren en verder in te delen op basis van een aantal kenmerken, zoals de grootte en de gaafheid van deze gebieden. Samenhangende OpenRuimteGebieden (SORG) worden gedefinieerd als gebieden groter dan 2 ha die omringd worden door belangrijke infrastructuren (hoofdweg, primaire weg, secundaire weg, spoorweg, bevaarbare waterweg). De kernen, de bedrijventerreinen groter dan 3 ha, de campings en bebouwde percelen in linten en militaire domeinen die langsheen deze infrastructuur gesitueerd zijn, maken geen deel uit van deze gebieden. In een SORG kunnen wel kleinere wegen, kernen, linten en verspreide bebouwing voorkomen. De gebieden worden ingedeeld in 5 types die iets zeggen over de mate van versnippering en de ligging ten opzichte van landelijke en (rand)stedelijke gebieden. Meer details over de gebruikte methode voor het opbouwen van het bestand met samenhangende openruimtegebieden vind je in het technisch rapport: https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2830884

  • Per hectare wordt berekend welke oppervlakte ‘bebouwd’ is, door de oppervlakte van alle gebouwen binnen die hectarecel op te tellen. Daarbij werden alle gebouwen uit de gebouwenlaag Gbg van GRB opgenomen (hoofdgebouwen, bijgebouwen en gebouwen afgezoomd met virtuele gevels ) én alle gebouwen van CADMAP met uitzondering van de ondergrondse gebouwen (UN). Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport "Poelmans Lien, Crols Tomas, Janssen Liliane, Hambsch Lorenz (2021), Indicatoren Ruimtelijk Rendement. Technische fiches", uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.

  • Per hectare wordt berekend welke oppervlakte ‘bebouwd’ is, door de oppervlakte van alle gebouwen binnen die hectarecel op te tellen. Daarbij werden alle gebouwen uit de gebouwenlaag Gbg van GRB opgenomen (hoofdgebouwen, bijgebouwen en gebouwen afgezoomd met virtuele gevels ) én alle gebouwen van CADMAP met uitzondering van de ondergrondse gebouwen (UN). Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport: "Poelmans Lien, Crols Tomas, Janssen Liliane, Hambsch Lorenz (2021), Indicatoren Ruimtelijk Rendement. Technische fiches", uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor OmgevingDeze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport: XXX

  • Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse Gewest een aanduiding of deze wel of niet behoort tot de open ruimte, en dit voor referentiejaar 2019. Het concept ‘open ruimte’ is hier gedefinieerd als enerzijds de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én die niet door ruimtebeslag ingenomen worden, en anderzijds de onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren). Om deze definitie te concretiseren werden het Landgebruiksbestand Vlaanderen, het Ruimtebeslag en de Kernen als basisbestanden gebruikt. Eerst werd het totale grondgebied van Vlaanderen verminderd met de kernen en met het ruimtebeslag buiten de kernen. Tot slot werden de onbebouwde delen van de parken en recreatieterreinen gesitueerd buiten de kernen terug aan de open ruimte toegevoegd. Op deze manier omvat deze kaart de, buiten de kernen gelegen, grote onbebouwde landbouw-, natuur-, bos-, park- en recreatiegebieden van Vlaanderen. Deze worden doorsneden met infrastructuren en versnipperd door allerhande bebouwing (particuliere woningen, landbouwwoningen, loodsen, bedrijfsgebouwen, …) en de bijhorende percelen en tuinen die niet tot de open ruimte behoren. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport 'Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019' dat je terugvindt via https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/449392

  • Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse Gewest een aanduiding of deze wel of niet behoort tot de open ruimte, en dit voor referentiejaar 2013. Het concept ‘open ruimte’ is hier gedefinieerd als enerzijds de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én die niet door ruimtebeslag ingenomen worden, en anderzijds de onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren). Om deze definitie te concretiseren werden het Landgebruiksbestand Vlaanderen, het Ruimtebeslag en de Kernen als basisbestanden gebruikt. Eerst werd het totale grondgebied van Vlaanderen verminderd met de kernen en met het ruimtebeslag buiten de kernen. Tot slot werden de onbebouwde delen van de parken en recreatieterreinen gesitueerd buiten de kernen terug aan de open ruimte toegevoegd. Op deze manier omvat deze kaart de, buiten de kernen gelegen, grote onbebouwde landbouw-, natuur-, bos-, park- en recreatiegebieden van Vlaanderen. Deze worden doorsneden met infrastructuren en versnipperd door allerhande bebouwing (particuliere woningen, landbouwwoningen, loodsen, bedrijfsgebouwen, …) en de bijhorende percelen en tuinen die niet tot de open ruimte behoren. Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport 'Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019' dat je terugvindt via https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/449392

  • Op basis van de statistische sectoren wordt het Vlaamse Gewest ingedeeld in 3 ruimtelijke types: verstedelijkt – randstedelijk - landelijk. De indeling gebeurt volautomatisch aan de hand van een speciaal hiervoor ontwikkeld algoritme, op basis van een aantal ruimtelijke variabelen en het al dan niet aanliggend zijn van de sectoren. De gehanteerde ruimtelijke variabelen zijn ruimtebeslag, tewerkstellingsdichtheid, inwonersdichtheid en totaal aantal inwoners per cluster van sectoren. Per ruimtelijke variabele wordt een vaste drempelwaarde ingesteld gebaseerd op een keuze door experten, waarbij de drempelwaarden werden beoordeeld op hun capaciteit om gekende voorbeelden van stedelijke, randstedelijke en landelijke gebieden op een voldoende discriminerende wijze in kaart te brengen Deze verdeling op basis van statistische sectoren heeft niet tot doel om direct toepasbaar te zijn voor het ruimtelijk beleid, maar eerder om een ruimtelijk-typologisch kader te bieden om analyses over het Vlaamse grondgebied uit te voeren. Zo worden er in het Ruimterapport kengetallen berekend op basis van deze ruimtelijke  typologie. Meer details over de gehanteerde methode voor de typologische indeling vind je in het technisch rapport: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/746142