Topic
 

planningCadastre

421 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 421
  • Jaarlijkse GIS-extractie van de stedenbouwkundige vergunningen uit de databank 'Vergunningenregister'. De gegevens in deze databank worden 2 keer per jaar aangeleverd door de vergunningverlenende overheden. Normaal gezien zitten hier geen stedenbouwkundige vergunningen in die ingediend zijn via het Omgevingsloket. Historische data wordt nog aangevuld.

  • Deze dataset bevat de digitale vectoriële versie van alle contouren van gemeentelijke ruimtelijke plannen en verordeningen, zowel de definitief goedgekeurde als diegene in opmaak, van een gemeente waarvan alle plannen en verordeningen werden opgeladen en gepubliceerd in het uitwisselplatform Digitale Stedenbouwkundige Informatie (DSI). Het gaat dan specifiek over ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, algemene plannen van aanleg, herzieningen of opheffingen verouderde inrichtingsvoorschriften en verordeningen in zoverre deze opgemaakt werden door de desbetreffende gemeente als plannende overheid. Elke verordening wordt afgebakend door zijn contour. Elk plan wordt afgebakend door zijn contour. Deze contour betreft de geometrische omhullende van alle bevattende lagen van het plan. Er is conceptueel beslist om rondom eventuele lijnelementen die niet binnen een grondvlak voorkomen, een buffer te tekenen om toe te laten die op te nemen binnen de omhullende contour. Aan deze plancontourlaag worden de administratieve gegevens van het plan in de attributen opgenomen.

  • Het Decreet op de Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 (verder DRO) bepaalt dat het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) vervangen wordt door zogenaamde ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's). Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van dergelijke strategische beleidsplannen. Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting. Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg een ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden). Artikel 63 van het DRO bepaalt dat gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen zones kunnen aanduiden waar een recht van voorkoop geldt. Dit wordt mee opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Bovendien kunnen meerdere instanties begunstigd worden. Het ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt aldus de rangorde. Volgens het DRO worden er RUPs opgemaakt op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau (art 37). Deze dataset is voorlopig nog in opbouw.

  • Puntvormige aanduiding van de status van de aanvragen voor een omgevingsvergunning voor windturbines, met vermelding of de turbine al dan niet gebouwd is.

  • De gebieden in Vlaanderen, waarbinnen natuurinrichtingsprojecten, conform het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997, zijn ingesteld (of zijn ingesteld geweest). Binnen deze gebieden is (of was) gedurende een bepaalde periode een recht van voorkoop van toepassing.

  • Landinrichting spoor 1 Landinrichtingsprojecten Landinrichtingsprojecten worden ingesteld door de Vlaamse Regering conform het decreet van 28 maart 2014 betreffende landinrichting. Bij de instelling wordt het gebied van het landinrichtingsproject afgebakend. Voor elk landinrichtingsproject worden één of meerdere landinrichtingsplannen vastgesteld. De Vlaamse Landmaatschappij past landinrichting toe om gebieden integraal in te richten overeenkomstig de gebiedsbestemming (natuur, landbouw, recreatie, wonen,…) die toegekend is volgens de ruimtelijke ordening en voorziet hiervoor een breed inzet¬bare ‘instrumentenkoffer’. Inrichtingsprojecten Inrichtingsprojecten landinrichting, ingesteld voor de inwerkingtreding van het decreet van 28 maart 2014, zijn in uitvoering van artikel 6bis en artikelen 11 tot en met 14 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij. Dit decreet definieert het begrip ‘landinrichting’ als ‘Het bevorderen, voorbereiden, integreren en begeleiden van maatregelen, handelingen en werken die uitgaan van de bevoegde overheden en gericht zijn op het vrijwaren, herwaarderen en het meer geschikt maken van gebieden op het platteland, conform de bestemming toegekend door de wetgeving op de ruimtelijke ordening.’ Voor elk inrichtingsproject landinrichting werden er één of meerdere inrichtingsplannen opgemaakt. De nieuwe regelgeving van 2014 betreffende landinrichting voorziet een overgangsregeling voor projecten die aangevat zijn voor het moment van inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving. Deze overgangsregeling houdt in dat de inrichtingsplannen die op 1 november 2014 nog niet voor advisering zijn overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen, worden opgemaakt als landinrichtingsplannen conform de nieuwe regelgeving betreffende de landinrichting. Landinrichting spoor 2 Ook andere overheden of partners van de Vlaamse Landmaatschappij kunnen de inrichtingsinstrumenten uit de instrumentenkoffer gebruiken om bepaalde doeleinden op het terrein te realiseren. Zowel de Vlaamse Regering als het provinciale of gemeentelijke bestuursniveau kunnen daartoe beslissen. De initiatiefnemende instantie gaat dan aan de slag in overleg met de VLM. Instrumentenkoffer De instrumentenkoffer is breed inzetbaar op het gebied van inrichting, beheer, grondverwerving, grondmobiliteit en flankerend beleid. Zo bevat die o.a. inrichtingswerken, herverkaveling en gebruiksruil. Sinds de nieuwe wetgeving kwamen daar onder andere bij: herverkaveling uit kracht van wet en recht van voorkoop. Die instrumenten hebben een omvangrijke geografische component en worden daarom apart opgenomen in de productdataset Landinrichting. In de brochure landinrichting (https://www.vlm.be/nl/SiteCollectionDocuments/Landinrichting/Brochure landinrichting web.pdf) kan je lezen wat landinrichting vandaag precies inhoudt, wat de verschillende procedures zijn, en wat de rol van steden, gemeenten, provincies overheden, particulieren en de Vlaamse Landmaatschappij binnen landinrichting is.

  • In het Ruimterapport 2018 werd de open ruimte in Vlaanderen omschreven als de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én niet door ruimtebeslag ingenomen worden. De kernen werden volledig buiten beschouwing gelaten in de open ruimte. De onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren) werden meegenomen als deel van de open ruimte. De definitie van de open ruimte in het Ruimterapport 2018 maakte het mogelijk om de open ruimte op een kaart te situeren, maar liet niet toe om ruimtelijke verschillen te beschrijven. Daarom werd ikv Ruimterapport 2021 een methodiek uitgewerkt om samenhangende openruimtegebieden te identificeren en verder in te delen op basis van een aantal kenmerken, zoals de grootte en de gaafheid van deze gebieden. Samenhangende OpenRuimteGebieden (SORG) worden gedefinieerd als gebieden groter dan 2 ha die omringd worden door belangrijke infrastructuren (hoofdweg, primaire weg, secundaire weg, spoorweg, bevaarbare waterweg). De kernen, de bedrijventerreinen groter dan 3 ha, de campings en bebouwde percelen in linten en militaire domeinen die langsheen deze infrastructuur gesitueerd zijn, maken geen deel uit van deze gebieden. In een SORG kunnen wel kleinere wegen, kernen, linten en verspreide bebouwing voorkomen. De gebieden worden ingedeeld in 5 types die iets zeggen over de mate van versnippering en de ligging ten opzichte van landelijke en (rand)stedelijke gebieden. Meer details over de gebruikte methode voor het opbouwen van het bestand met samenhangende openruimtegebieden vind je in het technisch rapport: https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2830884

  • In het Ruimterapport 2018 werd de open ruimte in Vlaanderen omschreven als de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én niet door ruimtebeslag ingenomen worden. De kernen werden volledig buiten beschouwing gelaten in de open ruimte. De onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren) werden meegenomen als deel van de open ruimte. De definitie van de open ruimte in het Ruimterapport 2018 maakte het mogelijk om de open ruimte op een kaart te situeren, maar liet niet toe om ruimtelijke verschillen te beschrijven. Daarom werd ikv Ruimterapport 2021 een methodiek uitgewerkt om samenhangende openruimtegebieden te identificeren en verder in te delen op basis van een aantal kenmerken, zoals de grootte en de gaafheid van deze gebieden. Samenhangende OpenRuimteGebieden (SORG) worden gedefinieerd als gebieden groter dan 2 ha die omringd worden door belangrijke infrastructuren (hoofdweg, primaire weg, secundaire weg, spoorweg, bevaarbare waterweg). De kernen, de bedrijventerreinen groter dan 3 ha, de campings en bebouwde percelen in linten en militaire domeinen die langsheen deze infrastructuur gesitueerd zijn, maken geen deel uit van deze gebieden. In een SORG kunnen wel kleinere wegen, kernen, linten en verspreide bebouwing voorkomen. De gebieden worden ingedeeld in 5 types die iets zeggen over de mate van versnippering en de ligging ten opzichte van landelijke en (rand)stedelijke gebieden. Meer details over de gebruikte methode voor het opbouwen van het bestand met samenhangende openruimtegebieden vind je in het technisch rapport: https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2830884