From 1 - 10 / 59
  • Deze kaartindicator geeft een inschatting weer van het aantal werknemers op de tewerkstellingslocaties, per hectare. De cijfers werden gecorrigeerd per gemeente en per economische sector. De tewerkstelling wordt eerst apart in kaart gebracht voor zowel loontrekkenden als voor de zelfstandigen, en tenslotte gesommeerd om de totale tewerkstelling per ha te bekomen (loontrekkenden + zelfstandigen). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Deze kaartindicator geeft een inschatting weer van het aantal inwoners per hectare, gecorrigeerd per statistische sector. De dataset van de bevolking beschrijft aan de hand van een puntenbestand de locatie en het aantal inwoners per adres. Dit bestand wordt aangemaakt door Informatie Vlaanderen (AIV) aan de hand van gegevens uit het Rijksregister. De locaties van de adressen worden bepaald door een geocodering van de adressen op basis van CRAB (CRAB inwonersaantallen versie 0.1). Het totaal aantal inwoners in Vlaanderen volgens dit puntenbestand is een lichte onderschatting ten opzichte van het werkelijke aantal inwoners in Vlaanderen zoals gerapporteerd door de FOD Economie. Dit tekort kan worden verklaard doordat de koppeling van de adressen uit het Rijksregister met CRAB niet volledig kon worden uitgevoerd (ontbrekende of onbekende adressen in CRAB). Voor dit verschil wordt de dataset gecorrigeerd op het niveau van de statistische sectoren op basis van de statistieken van het aantal inwoners per statistische sector van Statbel. Hiervoor wordt eerst de som gemaakt van het aantal inwoners op basis van de inwoners per adrespunt per sector. Vervolgens wordt de factor berekend van deze som ten opzichte van het gerapporteerde aantal inwoners door Statbel. Deze factor wordt vervolgens toegepast op alle inwonerspunten. Indien in een bepaalde sector bijvoorbeeld 5% minder inwoners worden berekend op basis van het puntenbestand met inwoners per adrespunt ten opzichte van de statistiek, wordt op elke puntlocatie het aantal inwoners met 5% verhoogd. Dit gecorrigeerde puntenbestand wordt vervolgens herschaald naar een resolutie van 1 ha door voor iedere hectarecel de som te maken van het gecorrigeerde aantal inwoners per adres. Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Voor deze indicator werd per hectare berekend welk percentage van de oppervlakte wordt ingenomen door ‘infrastructuur’. ‘Infrastructuur’ wordt hierbij gedefinieerd als alle onbebouwde artificiële terreinen uit het Landgebruiksbestand (niveau 2) toestand 2019. Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Deze kaartindicator geeft een inschatting weer van de vloeroppervlakte (in m²) van de gebouwen per hectare. Hierbij wordt de gebouwhoogte in rekening gebracht en wordt de veronderstelling gemaakt dat per 3m gebouwhoogte één verdieping voorkomt. Het 3D GRB model van beschikbare Grootschalig Referentiebestand (GRB) met hoogtegegevens, wordt als basisdata gebruikt (versie 2.0, creatie 1.10.2015) voor het berekenen van de vloeroppervlakte van de gebouwen in Vlaanderen. De gebouwenlaag wordt versneden met het hectarerooster. Voor elke zone van 100x100m wordt de totale vloeroppervlakte berekend door het aantal verdiepingen per gebouw in rekening te brengen. Hierbij wordt verondersteld dat er per 3m gebouwhoogte één verdieping voorkomt. Deze indicator is enkel opgemaakt voor de toestand in 2016 wegens het ontbreken van de nodige databronnen (over gebouwhoogte) voor de andere jaren (2013, 2019). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Deze kaartindicator geeft een inschatting weer van het aandeel in percentage aan 'woningen' per hectare. Als proxy van 'woningen' worden 'gebouwen op residentiële percelen' gebruikt. Per hectare wordt berekend welke oppervlakte wordt ingenomen door ‘residentiële gebouwen’. Het gaat hierbij om een combinatie van klasse (19) ‘gebouwen’ uit het landgebruiksbestand (niveau 1) en de ‘residentiële percelen’ uit het landgebruiksbestand (Poelmans et al., 2021). Alle afzonderlijke gebouwen die gelegen zijn op een residentieel (of bewoond) perceel worden hierbij in rekening gebracht, omdat de methode het niet toelaat om een onderscheid te maken tussen de woning zelf en eventuele andere gebouwen op het perceel (tuinberging, garage, andere (bij)gebouwen). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Voor deze indicator werd per hectare berekend welk percentage van de oppervlakte wordt ingenomen door ‘infrastructuur’. ‘Infrastructuur’ wordt hierbij gedefinieerd als alle onbebouwde artificiële terreinen uit het Landgebruiksbestand (niveau 2) toestand 2013. Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Deze kaartindicator geeft een inschatting weer van het aandeel in percentage aan 'woningen' per hectare. Als proxy van 'woningen' worden 'gebouwen op residentiële percelen' gebruikt. Per hectare wordt berekend welke oppervlakte wordt ingenomen door ‘residentiële gebouwen’. Het gaat hierbij om een combinatie van klasse (19) ‘gebouwen’ uit het landgebruiksbestand (niveau 1) en de ‘residentiële percelen’ uit het landgebruiksbestand (Poelmans et al., 2021). Alle afzonderlijke gebouwen die gelegen zijn op een residentieel (of bewoond) perceel worden hierbij in rekening gebracht, omdat de methode het niet toelaat om een onderscheid te maken tussen de woning zelf en eventuele andere gebouwen op het perceel (tuinberging, garage, andere (bij)gebouwen). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Dit bestand is het resultaat van een overlay-bewerking tussen het ruimtebeslag voor de toestand 2019 op 10x10 m² resolutie en de bestemmingen volgens het ‘ruimteboekhoudingsbestand’, toestand 01/01/2020, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Het concept ‘ruimtebeslag’ is gedefinieerd in het Witboek Beleidsplan Ruimte als dat deel van de ruimte waarin de biofysische functie niet langer de belangrijkste is. Het gaat, met andere woorden, over de ruimte die ingenomen worden door onze nederzettingen (dus voor huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden en ook parken en tuinen). Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk "the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc. In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies." (EC, 2012). De begroting van de ruimte, die in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) werd opgenomen, legt de kwantitatieve streefcijfers vast van de toe- en afnamen van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën. De zogenaamde ruimteboekhouding (RBH) van het RSV is het monitoringsinstrument waarmee de opvolging van deze streefcijfers met betrekking tot deze (planologische) bestemmingscategorieën berekend wordt. Het gaat om een monitoring van gepland landgebruik, bijgevolg geeft de RBH geen informatie over het feitelijke ruimtegebruik weer. De verschillende bestemmingen op de plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn daarin verrekend volgens een aantal bestemmingscategorieën: wonen, industrie, industrie binnen de poorten, recreatie, natuur en reservaat, bos, overig groen, landbouw en overige bestemmingen. Met het oog op de jaarlijks herhaalde berekening van de indicator ‘ruimteboekhouding RSV’ werd een GIS-bestand opgebouwd dat bij elke berekening wordt geactualiseerd met de op dat moment actuele toestand van de relevante informatie uit de betrokken bestemmingsplannen. De analyse en bespreking in deze indicator is gebaseerd op dit tussentijds werkbestand. In wat volgt verwijzen we naar dit GIS-bestand met de term ‘ruimteboekhoudingsbestand’. Voor de berekening van deze samengestelde indicator werden de bestemmingen opgedeeld in ‘zachte bestemmingen’ (i.e. bestemd om niet gedomineerd te worden door ruimtebeslag) en ‘harde bestemmingen’ (i.e. bestemd om gedomineerd te worden door ruimtebeslag) op basis van hun RBH-categorieën. De bestemmingen behorende tot de RBH-categorieën ‘Overig groen’ en ‘Overige’ worden daarbij toegekend volgens een tabel die verschijnt bij de gedetailleerde beschrijving van deze indicator in het verder vermelde technisch rapport. Het ruimtebeslag voor de toestand 2019 op 10x10 m² resolutie wordt in deze indicator vergeleken met de bestemmingen volgens het ruimteboekhoudingsbestand, toestand 01/01/2020, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Uit de confrontatie tussen het ruimtebeslag en de ruimteboekhouding kunnen 4 categorieën afgeleid worden: • Cat A: ‘hard bestemd’ met ruimtebeslag • Cat B: ‘zacht’ bestemd met ruimtebeslag • Cat C: ‘hard’ bestemd zonder ruimtebeslag • Cat D: ‘zacht’ bestemd zonder ruimtebeslag De oppervlaktecijfers die resulteren uit de overlay van het ruimtebeslag (nauwkeurig tot op 0.01 hectare) en het ruimteboekhoudingsbestand moeten afgerond worden op een nauwkeurigheidsniveau van 10ha. Meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Deze indicator geeft een inschatting van het gemiddelde aantal inwoners per huishouden per hectare. Voor iedere hectarecel wordt daarvoor de waarde van het aantal inwoners gedeeld door het aantal bewoonde adrespunten (als proxy van huishoudens) in de hectarecel. Voor deze indicator worden dezelfde basisdata gevolgd als bij de indicator ‘Inwonersdichtheid per ha’ en 'huishoudensdichtheid per ha' . De dataset van de bevolking beschrijft aan de hand van een puntenbestand de locatie en het aantal inwoners per adres. Dit bestand wordt aangemaakt door Digitaal Vlaanderen (DV) aan de hand van gegevens uit het Rijksregister. De locatie van de adressen wordt bepaald door een geocodering van de adressen op basis van CRAB (CRAB inwonersaantallen versie 0.1). Als proxy voor het aantal huishoudens wordt het aantal records in de dataset gebruikt (i.e. aantal adressen) waarvan het aantal inwoners niet gelijk is aan ‘0’ of ‘NoData (-99)’. Adressen waarvoor het aantal inwoners gelijk is aan 0, zijn adressen uit de CRAB-databank die niet voorkomen in het Rijksregister en waar dus niemand woont. Adressen met een ‘NoData’-waarde zijn adressen waarvoor het aantal inwoners niet precies gekend zijn. Dit is bv. het geval voor subadressen waarvan het inwonersaantal in het Rijksregister enkel gekend is op huisnummerniveau en niet per subadres. Het totaal aantal huishoudens in Vlaanderen volgens deze aanname is lager dan het totale aantal huishoudens gerapporteerd door de FOD Economie. Voor dit verschil wordt de dataset gecorrigeerd op het niveau van de gemeenten op basis van de statistieken van het aantal huishoudens per gemeente. Hiervoor wordt eerst de som gemaakt van het aantal huishoudens per gemeente op basis van het puntenbestand. Vervolgens wordt de factor berekend van deze som ten opzichte van het gerapporteerde aantal huishoudens door Statbel. Deze factor wordt vervolgens toegepast op alle adrespunten. Indien in een bepaalde gemeente bijvoorbeeld 5% minder huishoudens worden berekend op basis van het puntenbestand ten opzichte van de statistiek, wordt op elke puntlocatie het aantal huishoudens met 5% verhoogd. Meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Deze indicator geeft een inschatting van het gemiddelde aantal inwoners per huishouden per hectare. Voor iedere hectarecel wordt daarvoor de waarde van het aantal inwoners gedeeld door het aantal bewoonde adrespunten (als proxy van huishoudens) in de hectarecel. Voor deze indicator worden dezelfde basisdata gevolgd als bij de indicator ‘Inwonersdichtheid per ha’ en 'huishoudensdichtheid per ha' . De dataset van de bevolking beschrijft aan de hand van een puntenbestand de locatie en het aantal inwoners per adres. Dit bestand wordt aangemaakt door Digitaal Vlaanderen (DV) aan de hand van gegevens uit het Rijksregister. De locatie van de adressen wordt bepaald door een geocodering van de adressen op basis van CRAB (CRAB inwonersaantallen versie 0.1). Als proxy voor het aantal huishoudens wordt het aantal records in de dataset gebruikt (i.e. aantal adressen) waarvan het aantal inwoners niet gelijk is aan ‘0’ of ‘NoData (-99)’. Adressen waarvoor het aantal inwoners gelijk is aan 0, zijn adressen uit de CRAB-databank die niet voorkomen in het Rijksregister en waar dus niemand woont. Adressen met een ‘NoData’-waarde zijn adressen waarvoor het aantal inwoners niet precies gekend zijn. Dit is bv. het geval voor subadressen waarvan het inwonersaantal in het Rijksregister enkel gekend is op huisnummerniveau en niet per subadres. Het totaal aantal huishoudens in Vlaanderen volgens deze aanname is lager dan het totale aantal huishoudens gerapporteerd door de FOD Economie. Voor dit verschil wordt de dataset gecorrigeerd op het niveau van de gemeenten op basis van de statistieken van het aantal huishoudens per gemeente. Hiervoor wordt eerst de som gemaakt van het aantal huishoudens per gemeente op basis van het puntenbestand. Vervolgens wordt de factor berekend van deze som ten opzichte van het gerapporteerde aantal huishoudens door Statbel. Deze factor wordt vervolgens toegepast op alle adrespunten. Indien in een bepaalde gemeente bijvoorbeeld 5% minder huishoudens worden berekend op basis van het puntenbestand ten opzichte van de statistiek, wordt op elke puntlocatie het aantal huishoudens met 5% verhoogd. Meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878