Contact for the resource

Vlaamse Overheid - Departement Omgeving via MercatorNet samenwerkingsverband beleidsdomein Omgeving

41 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 41
  • Deze kaart geeft een typologische indeling van de bebouwing in Vlaanderen weer, waarbij deze wordt opgedeeld in kernen, linten en verspreide bebouwing. Bij deze indeling wordt maximaal uitgegaan van een morfologische benadering. Dit staat in contrast met een beleidsmatige afbakening, zoals bijvoorbeeld de juridisch vastgestelde gebiedsafbakeningen via ruimtelijke uitvoeringsplannen, of  een afbakening die in belangrijke mate rekening houdt met het activiteitenniveau, zoals bijvoorbeeld de indeling in stedelijke, randstedelijke en landelijke gebieden (Poelmans et al., 2020). Deze indeling gebeurt volautomatisch aan de hand van een speciaal hiervoor ontwikkeld algoritme op basis van een aantal ruimtelijke variabelen. Er werd daarbij voortgebouwd op de methodiek ontwikkeld  in vroegere studies die getracht hebben de lintbebouwing en kernbebouwing in detail in kaart te brengen. Het gebruikte algoritme werd bijgesteld tijdens interactieve werksessies met experten van VITO en het departement Omgeving. Als resultaat werden de volgende geodatalagen aangemaakt: een polygonenlaag met de kernen als aaneengesloten bebouwde zones met een totale omvang van minimum 5ha en waarbinnen in totaal minimum 20 gezinnen wonen, en met een voldoende hoge dichtheid aan gebouwen (aantal > 30 gebouwen binnen een straal van 100m), of een voldoende hoge oppervlakte (footprint > 9500m² binnen een straal van 100m)  aan gebouwen of een voldoende hoge dichtheid aan huishoudens (aantal > 60 huishoudens binnen een straal van 100m) een lijnenlaag met linten bestaande uit straten, gelegen buiten de kern, die voor minimaal 200m aaneengesloten bebouwd zijn of waarvan minimum 80% van de totale straatlengte bebouwd is een polygonenlaag met verspreide gebouwen, zijnde gebouwen die niet in de kern liggen of niet tot linten behoren een polygonenlaag met gebieden die buiten de analyse werden gelaten, dit zijn alle militaire domeinen,  alle monofunctionele bedrijventerreinen groter dan 3ha, en alle campings en vakantiedomeinen  Al deze geodatalagen worden weergegeven op deze kaart. Als databron van de gebouwen en de administratieve percelen werd gebruik gemaakt van het grootschalig referentiebestand (GRB). Voor de wegen werd gebruik gemaakt van het Wegenregister. Voor het ruimtebeslag werd gebruik gemaakt van de gelijknamige indicator gepubliceerd door departement Omgeving. Voor de huishoudensdichtheid binnen de kernen werd gebruik gemaakt van de gelijknamige indicator gepubliceerd door departement Omgeving. De militaire domeinen zijn diegene die juridisch vastgesteld zijn via de gewestplannen. De bedrijventerreinen zijn gebaseerd op het GIS-bedrijventerreinen van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO). De campings en vakantiedomeinen  zijn afkomstig uit de Biologische Waarderingskaart (BWK) en de RuiTeR-databank van Toerisme Vlaanderen. Meer details over de gehanteerde methode voor deze typologische indeling vind je in het technisch rapport:  "Tomas Crols, Lien Poelmans, Lorenz Hambsch, Stijn Vanacker, Peter Willems, Ann Pisman, Karolien Vermeiren en Joris Pieters (2021), Kernen, linten, verspreide bebouwing in Vlaanderen, toestand 2013-2016-2019. Morfologische indeling van bebouwing in Vlaanderen" dat je terugvindt via https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2825095

  • Deze kaart geeft een typologische indeling van de bebouwing in Vlaanderen weer, waarbij deze wordt opgedeeld in kernen, linten en verspreide bebouwing. Bij deze indeling wordt maximaal uitgegaan van een morfologische benadering. Dit staat in contrast met een beleidsmatige afbakening, zoals bijvoorbeeld de juridisch vastgestelde gebiedsafbakeningen via ruimtelijke uitvoeringsplannen, of een afbakening die in belangrijke mate rekening houdt met het activiteitenniveau, zoals bijvoorbeeld de indeling in stedelijke, randstedelijke en landelijke gebieden (Poelmans et al., 2020). Deze indeling gebeurt volautomatisch aan de hand van een speciaal hiervoor ontwikkeld algoritme op basis van een aantal ruimtelijke variabelen. Er werd daarbij voortgebouwd op de methodiek ontwikkeld in vroegere studies die getracht hebben de lintbebouwing en kernbebouwing in detail in kaart te brengen. Het gebruikte algoritme werd bijgesteld tijdens interactieve werksessies met experten van VITO en het departement Omgeving. Als resultaat werden de volgende geodatalagen aangemaakt: een polygonenlaag met de kernen als aaneengesloten bebouwde zones met een totale omvang van minimum 5ha en waarbinnen in totaal minimum 20 gezinnen wonen, en met een voldoende hoge dichtheid aan gebouwen (aantal > 30 gebouwen binnen een straal van 100m), of een voldoende hoge oppervlakte (footprint > 9500m² binnen een straal van 100m) aan gebouwen of een voldoende hoge dichtheid aan huishoudens (aantal > 60 huishoudens binnen een straal van 100m) een lijnenlaag met linten bestaande uit straten, gelegen buiten de kern, die voor minimaal 200m aaneengesloten bebouwd zijn of waarvan minimum 80% van de totale straatlengte bebouwd is een polygonenlaag met verspreide gebouwen, zijnde gebouwen die niet in de kern liggen of niet tot linten behoren een polygonenlaag met gebieden die buiten de analyse werden gelaten, dit zijn alle militaire domeinen, alle monofunctionele bedrijventerreinen groter dan 3ha, en alle campings en vakantiedomeinen Al deze geodatalagen worden weergegeven op deze kaart. Als databron van de gebouwen en de administratieve percelen werd gebruik gemaakt van het grootschalig referentiebestand (GRB). Voor de wegen werd gebruik gemaakt van het Wegenregister. Voor het ruimtebeslag werd gebruik gemaakt van de gelijknamige indicator gepubliceerd door departement Omgeving. Voor de huishoudensdichtheid binnen de kernen werd gebruik gemaakt van de gelijknamige indicator gepubliceerd door departement Omgeving. De militaire domeinen zijn diegene die juridisch vastgesteld zijn via de gewestplannen. De bedrijventerreinen zijn gebaseerd op het GIS-bedrijventerreinen van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO). De campings en vakantiedomeinen zijn afkomstig uit de Biologische Waarderingskaart (BWK) en de RuiTeR-databank van Toerisme Vlaanderen. De methode werd gedeeltelijk bijgesteld t.o.v de eerste versie die in 2018 werd gepubliceerd. Deze geodatalaag werd daarom in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Meer details over de gehanteerde methode voor deze typologische indeling vind je in het technisch rapport: "Tomas Crols, Lien Poelmans, Lorenz Hambsch, Stijn Vanacker, Peter Willems, Ann Pisman, Karolien Vermeiren en Joris Pieters (2021), Kernen, linten, verspreide bebouwing in Vlaanderen, toestand 2013-2016-2019. Morfologische indeling van bebouwing in Vlaanderen" dat je terugvindt via https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2825095

  • In het Ruimterapport 2018 werd de open ruimte in Vlaanderen omschreven als de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én niet door ruimtebeslag ingenomen worden. De kernen werden volledig buiten beschouwing gelaten in de open ruimte. De onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren) werden meegenomen als deel van de open ruimte. De definitie van de open ruimte in het Ruimterapport 2018 maakte het mogelijk om de open ruimte op een kaart te situeren, maar liet niet toe om ruimtelijke verschillen te beschrijven. Daarom werd ikv Ruimterapport 2021 een methodiek uitgewerkt om samenhangende openruimtegebieden te identificeren en verder in te delen op basis van een aantal kenmerken, zoals de grootte en de gaafheid van deze gebieden. Samenhangende OpenRuimteGebieden (SORG) worden gedefinieerd als gebieden groter dan 2 ha die omringd worden door belangrijke infrastructuren (hoofdweg, primaire weg, secundaire weg, spoorweg, bevaarbare waterweg). De kernen, de bedrijventerreinen groter dan 3 ha, de campings en bebouwde percelen in linten en militaire domeinen die langsheen deze infrastructuur gesitueerd zijn, maken geen deel uit van deze gebieden. In een SORG kunnen wel kleinere wegen, kernen, linten en verspreide bebouwing voorkomen. De gebieden worden ingedeeld in 5 types die iets zeggen over de mate van versnippering en de ligging ten opzichte van landelijke en (rand)stedelijke gebieden. Meer details over de gebruikte methode voor het opbouwen van het bestand met samenhangende openruimtegebieden vind je in het technisch rapport: https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2830884

  • In het Ruimterapport 2018 werd de open ruimte in Vlaanderen omschreven als de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én niet door ruimtebeslag ingenomen worden. De kernen werden volledig buiten beschouwing gelaten in de open ruimte. De onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren) werden meegenomen als deel van de open ruimte. De definitie van de open ruimte in het Ruimterapport 2018 maakte het mogelijk om de open ruimte op een kaart te situeren, maar liet niet toe om ruimtelijke verschillen te beschrijven. Daarom werd ikv Ruimterapport 2021 een methodiek uitgewerkt om samenhangende openruimtegebieden te identificeren en verder in te delen op basis van een aantal kenmerken, zoals de grootte en de gaafheid van deze gebieden. Samenhangende OpenRuimteGebieden (SORG) worden gedefinieerd als gebieden groter dan 2 ha die omringd worden door belangrijke infrastructuren (hoofdweg, primaire weg, secundaire weg, spoorweg, bevaarbare waterweg). De kernen, de bedrijventerreinen groter dan 3 ha, de campings en bebouwde percelen in linten en militaire domeinen die langsheen deze infrastructuur gesitueerd zijn, maken geen deel uit van deze gebieden. In een SORG kunnen wel kleinere wegen, kernen, linten en verspreide bebouwing voorkomen. De gebieden worden ingedeeld in 5 types die iets zeggen over de mate van versnippering en de ligging ten opzichte van landelijke en (rand)stedelijke gebieden. Meer details over de gebruikte methode voor het opbouwen van het bestand met samenhangende openruimtegebieden vind je in het technisch rapport: https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-2830884

  • Per hectare wordt berekend welke oppervlakte ‘bebouwd’ is, door de oppervlakte van alle gebouwen binnen die hectarecel op te tellen. Daarbij werden alle gebouwen uit de gebouwenlaag Gbg van GRB opgenomen (hoofdgebouwen, bijgebouwen en gebouwen afgezoomd met virtuele gevels ) én alle gebouwen van CADMAP met uitzondering van de ondergrondse gebouwen (UN). Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport "Poelmans Lien, Crols Tomas, Janssen Liliane, Hambsch Lorenz (2021), Indicatoren Ruimtelijk Rendement. Technische fiches", uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.

  • Per hectare wordt berekend welke oppervlakte ‘bebouwd’ is, door de oppervlakte van alle gebouwen binnen die hectarecel op te tellen. Daarbij werden alle gebouwen uit de gebouwenlaag Gbg van GRB opgenomen (hoofdgebouwen, bijgebouwen en gebouwen afgezoomd met virtuele gevels ) én alle gebouwen van CADMAP met uitzondering van de ondergrondse gebouwen (UN). Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport: "Poelmans Lien, Crols Tomas, Janssen Liliane, Hambsch Lorenz (2021), Indicatoren Ruimtelijk Rendement. Technische fiches", uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor OmgevingDeze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport: XXX

  • Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse Gewest een aanduiding of deze wel of niet behoort tot de open ruimte, en dit voor referentiejaar 2019. Het concept ‘open ruimte’ is hier gedefinieerd als enerzijds de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én die niet door ruimtebeslag ingenomen worden, en anderzijds de onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren). Om deze definitie te concretiseren werden het Landgebruiksbestand Vlaanderen, het Ruimtebeslag en de Kernen als basisbestanden gebruikt. Eerst werd het totale grondgebied van Vlaanderen verminderd met de kernen en met het ruimtebeslag buiten de kernen. Tot slot werden de onbebouwde delen van de parken en recreatieterreinen gesitueerd buiten de kernen terug aan de open ruimte toegevoegd. Op deze manier omvat deze kaart de, buiten de kernen gelegen, grote onbebouwde landbouw-, natuur-, bos-, park- en recreatiegebieden van Vlaanderen. Deze worden doorsneden met infrastructuren en versnipperd door allerhande bebouwing (particuliere woningen, landbouwwoningen, loodsen, bedrijfsgebouwen, …) en de bijhorende percelen en tuinen die niet tot de open ruimte behoren. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport 'Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019' dat je terugvindt via https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/449392

  • Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse Gewest een aanduiding of deze wel of niet behoort tot de open ruimte, en dit voor referentiejaar 2013. Het concept ‘open ruimte’ is hier gedefinieerd als enerzijds de gebieden die buiten de kernen gelegen zijn én die niet door ruimtebeslag ingenomen worden, en anderzijds de onbebouwde delen van parken, golfterreinen en overige recreatie (als vormen van landgebruik die wel tot het ruimtebeslag behoren). Om deze definitie te concretiseren werden het Landgebruiksbestand Vlaanderen, het Ruimtebeslag en de Kernen als basisbestanden gebruikt. Eerst werd het totale grondgebied van Vlaanderen verminderd met de kernen en met het ruimtebeslag buiten de kernen. Tot slot werden de onbebouwde delen van de parken en recreatieterreinen gesitueerd buiten de kernen terug aan de open ruimte toegevoegd. Op deze manier omvat deze kaart de, buiten de kernen gelegen, grote onbebouwde landbouw-, natuur-, bos-, park- en recreatiegebieden van Vlaanderen. Deze worden doorsneden met infrastructuren en versnipperd door allerhande bebouwing (particuliere woningen, landbouwwoningen, loodsen, bedrijfsgebouwen, …) en de bijhorende percelen en tuinen die niet tot de open ruimte behoren. Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de gehanteerde methode van toewijzing van landgebruik aan open ruimte verwijzen we naar het technisch rapport 'Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019' dat je terugvindt via https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/449392

  • Op basis van de statistische sectoren wordt het Vlaamse Gewest ingedeeld in 3 ruimtelijke types: verstedelijkt – randstedelijk - landelijk. De indeling gebeurt volautomatisch aan de hand van een speciaal hiervoor ontwikkeld algoritme, op basis van een aantal ruimtelijke variabelen en het al dan niet aanliggend zijn van de sectoren. De gehanteerde ruimtelijke variabelen zijn ruimtebeslag, tewerkstellingsdichtheid, inwonersdichtheid en totaal aantal inwoners per cluster van sectoren. Per ruimtelijke variabele wordt een vaste drempelwaarde ingesteld gebaseerd op een keuze door experten, waarbij de drempelwaarden werden beoordeeld op hun capaciteit om gekende voorbeelden van stedelijke, randstedelijke en landelijke gebieden op een voldoende discriminerende wijze in kaart te brengen Deze verdeling op basis van statistische sectoren heeft niet tot doel om direct toepasbaar te zijn voor het ruimtelijk beleid, maar eerder om een ruimtelijk-typologisch kader te bieden om analyses over het Vlaamse grondgebied uit te voeren. Zo worden er in het Ruimterapport kengetallen berekend op basis van deze ruimtelijke  typologie. Meer details over de gehanteerde methode voor de typologische indeling vind je in het technisch rapport: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/746142

  • Op basis van de statistische sectoren wordt het Vlaamse Gewest ingedeeld in 3 ruimtelijke types: verstedelijkt – randstedelijk - landelijk. De indeling gebeurt volautomatisch aan de hand van een speciaal hiervoor ontwikkeld algoritme, op basis van een aantal ruimtelijke variabelen en het al dan niet aanliggend zijn van de sectoren. De gehanteerde ruimtelijke variabelen zijn ruimtebeslag, tewerkstellingsdichtheid, inwonersdichtheid en totaal aantal inwoners per cluster van sectoren. Per ruimtelijke variabele wordt een vaste drempelwaarde ingesteld gebaseerd op een keuze door experten, waarbij de drempelwaarden werden beoordeeld op hun capaciteit om gekende voorbeelden van stedelijke, randstedelijke en landelijke gebieden op een voldoende discriminerende wijze in kaart te brengen Deze verdeling op basis van statistische sectoren heeft niet tot doel om direct toepasbaar te zijn voor het ruimtelijk beleid, maar eerder om een ruimtelijk-typologisch kader te bieden om analyses over het Vlaamse grondgebied uit te voeren. Zo worden er in het Ruimterapport kengetallen berekend op basis van deze ruimtelijke  typologie. De methode werd gedeeltelijk bijgesteld t.o.v de eerste versie die in 2018 werd gepubliceerd.  Deze geodatalaag werd daarom in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Meer details over de gehanteerde methode voor de typologische indeling vind je in het technisch rapport: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/746142