Contact for the resource

Vlaamse Milieumaatschappij

386 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 386
  • Cijfers van de gemeente over: ammoniak emissies veeteelt, grondwater actiegebieden, grondwater putwater, hittegolf dagen, temperatuur, luchtkwaliteit, riolering en waterzuivering, rioleringskost, uitstoot fijn stof gebouwenverwarming, waterfactuur, bekkenwerking, gebiedsspecifieke actie, pesticide, waterkwaliteit waterlopen, overstroombare gebieden en gebouwen en ten slotte signaalgebieden.

  • Binnen de energiesector wordt elektriciteit geproduceerd op basis van verschillende energiebronnen en met verschillende types centrales. Deze indicator brengt de energiebalans (input versus output) in beeld van de centrale productie van stroom - soms in combinatie met warmte - binnen Vlaanderen. Daarnaast wordt ook de evolutie van het netto rendement opgevolgd. Onder netto rendement verstaan we de verhouding (uitgedrukt in %) tussen enerzijds elektriciteit en nuttige warmte die wordt aangeboden bij de eindgebruikers, en anderzijds de energetische input van de elektriciteitscentrales. Of met andere woorden: netto rendement = [(output centrales) - (eigen stroom- en warmtegebruik door elektriciteitsproducenten) - (verliezen op het netwerk naar de eindgebruiker)] / [input centrales] De focus ligt hier op stroom- en warmteproductie door de elektriciteitsbedrijven binnen de energiesector. Decentrale productie door zogenaamde 'zelfproducenten' in de andere sectoren is hier niet beschouwd. Hun activiteiten en energiegebruiken zijn mee vervat in de energetische indicatoren van de andere sectoren (huishoudens, handel & diensten, industrie en landbouw). Stroom- en warmteproductie op basis van zon, wind en water worden evenmin beschouwd. Voor deze hernieuwbare energiebronnen wordt in de Vlaamse energiestatistieken immers gerekend met een theoretisch rendement van 100 %.

  • Oppervlakte natuur met overschrijding kritische last vermesting

  • Deze indicator bespreekt het tijdsverloop van de uitstoot van de ozonprecursoren in Vlaanderen. Ook de emissies opgedeeld per sector worden besproken.

  • Overzicht van het aandeel van import en van de sectoren tot de verzurende depositie in Vlaanderen

  • Deze indicator toont de evolutie van ammoniakemissie (NH3) per emissiebron in de landbouw.

  • De kwetsbaarheid van mens en natuur voor klimaatverandering wordt niet alleen bepaald door wijzigende jaargemiddelden, maar ook en zelfs nog meer door wijzigende extremen. Bovendien vergroten extreme temperaturen ook de blootstelling aan diverse schadelijke stoffen, zoals troposferische ozon en fijn stof. Deze indicator geeft een eerste invulling aan de opvolging van temperatuurextremen, met name door de temperatuur per seizoen in beeld te brengen. Een andere indicator gaat in op de eigenlijke temperatuurextremen.

  • Nitraat komt in het grondwater terecht door (over)bemesting en insijpeling van stikstofhoudend water. Te hoge nitraatconcentraties bemoeilijken bepaalde gebruikstoepassingen van grondwater zoals de productie van drinkwater. Bovendien kan nitraatrijk grondwater dat aan de oppervlakte komt, aanleiding geven tot eutrofiëring en dus verstoring van natuurwaarden.

  • De transportstromen zijn een maat voor de activiteit van de sector transport. De transportstromen van het personenvervoer worden geëvalueerd aan de hand van het aantal personenkilometers (pkm) afgelegd met privévoertuigen over de weg (auto, moto en autocar), met het openbaar vervoer over de weg (lijnbus en tram) of met de trein. Personenkilometers is de totale afstand binnen een zekere tijd afgelegd door alle personen samen. Bijvoorbeeld, als 100 personen elk 50 km afleggen, dan resulteert dit in 5 000 pkm.

  • De visgemeenschap is één van de kwaliteitselementen die de ecologische toestand van waterlopen bepalen. Steunend op de natuurlijke kenmerken van de visgemeenschap is er voor elk watertype een scoresysteem ontwikkeld. Die visindices (Index voor Biotische Integriteit, IBI) integreren de evaluatie van verschillende aspecten van de lokale visgemeenschap (bv. aantal vissoorten, percentage roofvissen ...). Aan de eindscore wordt telkens een analoge, kwalitatieve waardering gegeven die de visgemeenschap in haar geheel evalueert. Daardoor wordt het mogelijk de resultaten van verschillende waterlooptypes te vergelijken.