Contact for the resource

Vlaamse Landmaatschappij

140 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Scale 1:
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 140
  • Sinds 1 januari 2019 is een nieuw Mestdecreet van kracht in Vlaanderen, het ‘Decreet houdende wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het Mestdecreet van 22 december 2006, wat de implementatie van het zesde mestactieprogramma betreft’. Europa zette Vlaanderen aan tot een meer doorgedreven aanpak van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater. Het Mestdecreet, ook wel MAP 6 (Mest Actie Plan 6) genoemd, heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voert dit decreet uit. De gebiedstype-indeling in MAP 6 vervangt de vroegere afbakening van de focusgebieden nitraat mestdecreet. De nieuwe indeling bestaat uit vier gebiedstypes en daar worden verschillende gebiedsgerichte maatregelen ingezet. Zo wil men op termijn de waterkwaliteitsdoelstellingen realiseren. Het zesde mestactieplan (MAP 6) voorziet in een tweejaarlijkse herziening van de indeling van de gebiedstypes. Dat gebeurt op basis van de recentste nitraatmetingen in het oppervlakte- en grondwater in landbouwgebied, uitgevoerd door de Vlaamse Milieumaatschappij. De nieuwe kaart met gebiedstypes die zal gelden in de periode 2021-2022 werd op 27 november 2020 door de Vlaamse Regering vastgelegd. Concreet worden de gebiedstypes nitraat mestdecreet afgebakend als volgt: - Afstroomzones van de Vlaamse waterlichamen als basis Deze zones worden gebruikt als geografische basiseenheid voor de indeling in de verschillende gebiedstypes. In totaal zijn er 265 afstroomzones, naargelang de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes. - Beoordeling van het oppervlaktewater De beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit vormt de vertrekbasis. De gemiddelde nitraatconcentratie van de MAP-meetpunten is de indicator om de globale impact van de landbouw op de oppervlaktewaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. De streefwaarde voor de gemiddelde nitraatconcentratie bedraagt 18 mg nitraat/l. Deze streefwaarde is afgeleid op basis van data-analyse en is de vertaalslag van de grenswaarde voor nitraatstikstof tussen een goede en matige toestand van de oppervlaktewaterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water. Deze grenswaarde bedraagt 10 mg nitraatstikstof/l, wat overeenkomt met 44,3 mg nitraat/l, als 90ste percentielwaarde. Dit betekent concreet dat 90% van de metingen moet voldoen aan deze grenswaarde. Naar gelang de doelafstand tot de streefwaarde wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes oppervlaktewater. - Beoordeling grondwater De gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste filter van de grondwatermeetpunten is een goede indicator om de globale impact van de landbouw op de grondwaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. Omwille van de langere reistijden naar het grondwater, wordt er ook rekening gehouden met de trend van de nitraatconcentratie bij de gebiedstype-indeling voor grondwater. - Gebiedstype-indeling op basis van oppervlakte- en grondwater Om tot een definitieve afbakening te komen, wordt de afbakening op basis van het criterium oppervlaktewater gecombineerd met het criterium grondwater. De gebiedstype-indeling op basis van het oppervlaktewater vormt de basis en wordt naargelang het resultaat van de grondwaterbeoordeling, verhoogd met +1 (tot een maximum van 3). Afstroomzones die na de combinatie van oppervlakte- en grondwater gebiedstype 0 zijn maar waar de 90ste percentielwaarde van alle metingen in oppervlaktewatermeetpunten (op basis van winterjaren 2016-2017, 2017-2018 en 2018-2019) hoger is dan 44,3 mg nitraat/l worden bijkomend aangeduid als gebiedstype 1.

  • Sinds 1 januari 2019 is een nieuw Mestdecreet van kracht in Vlaanderen, het ‘Decreet houdende wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het Mestdecreet van 22 december 2006, wat de implementatie van het zesde mestactieprogramma betreft’. Europa zette Vlaanderen aan tot een meer doorgedreven aanpak van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater. Het Mestdecreet, ook wel MAP 6 (Mest Actie Plan 6) genoemd, heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voert dit decreet uit. De gebiedstype-indeling in MAP 6 vervangt de vroegere afbakening van de focusgebieden nitraat mestdecreet. De nieuwe indeling bestaat uit vier gebiedstypes en daar worden verschillende gebiedsgerichte maatregelen ingezet. Zo wil men op termijn de waterkwaliteitsdoelstellingen realiseren. Het zesde mestactieplan (MAP 6) voorziet in een tweejaarlijkse herziening van de indeling van de gebiedstypes. Dat gebeurt op basis van de recentste nitraatmetingen in het oppervlakte- en grondwater in landbouwgebied, uitgevoerd door de Vlaamse Milieumaatschappij. De nieuwe kaart met gebiedstypes die zal gelden in de periode 2021-2022 werd op 27 november 2020 door de Vlaamse Regering vastgelegd. Concreet worden de gebiedstypes nitraat mestdecreet afgebakend als volgt: - Afstroomzones van de Vlaamse waterlichamen als basis Deze zones worden gebruikt als geografische basiseenheid voor de indeling in de verschillende gebiedstypes. In totaal zijn er 265 afstroomzones, naargelang de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes. - Beoordeling van het oppervlaktewater De beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit vormt de vertrekbasis. De gemiddelde nitraatconcentratie van de MAP-meetpunten is de indicator om de globale impact van de landbouw op de oppervlaktewaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. De streefwaarde voor de gemiddelde nitraatconcentratie bedraagt 18 mg nitraat/l. Deze streefwaarde is afgeleid op basis van data-analyse en is de vertaalslag van de grenswaarde voor nitraatstikstof tussen een goede en matige toestand van de oppervlaktewaterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water. Deze grenswaarde bedraagt 10 mg nitraatstikstof/l, wat overeenkomt met 44,3 mg nitraat/l, als 90ste percentielwaarde. Dit betekent concreet dat 90% van de metingen moet voldoen aan deze grenswaarde. Naar gelang de doelafstand tot de streefwaarde wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes oppervlaktewater. - Beoordeling grondwater De gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste filter van de grondwatermeetpunten is een goede indicator om de globale impact van de landbouw op de grondwaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. Omwille van de langere reistijden naar het grondwater, wordt er ook rekening gehouden met de trend van de nitraatconcentratie bij de gebiedstype-indeling voor grondwater. - Gebiedstype-indeling op basis van oppervlakte- en grondwater Om tot een definitieve afbakening te komen, wordt de afbakening op basis van het criterium oppervlaktewater gecombineerd met het criterium grondwater. De gebiedstype-indeling op basis van het oppervlaktewater vormt de basis en wordt naargelang het resultaat van de grondwaterbeoordeling, verhoogd met +1 (tot een maximum van 3). Afstroomzones die na de combinatie van oppervlakte- en grondwater gebiedstype 0 zijn maar waar de 90ste percentielwaarde van alle metingen in oppervlaktewatermeetpunten (op basis van winterjaren 2016-2017, 2017-2018 en 2018-2019) hoger is dan 44,3 mg nitraat/l worden bijkomend aangeduid als gebiedstype 1.

  • Sinds 1 januari 2019 is een nieuw Mestdecreet van kracht in Vlaanderen, het ‘Decreet houdende wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het Mestdecreet van 22 december 2006, wat de implementatie van het zesde mestactieprogramma betreft’. Europa zette Vlaanderen aan tot een meer doorgedreven aanpak van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater. Het Mestdecreet, ook wel MAP 6 (Mest Actie Plan 6) genoemd, heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voert dit decreet uit. De gebiedstype-indeling in MAP 6 vervangt de vroegere afbakening van de focusgebieden nitraat mestdecreet. De nieuwe indeling bestaat uit vier gebiedstypes en daar worden verschillende gebiedsgerichte maatregelen ingezet. Zo wil men op termijn de waterkwaliteitsdoelstellingen realiseren. Concreet worden de gebiedstypes nitraat mestdecreet afgebakend als volgt: - Afstroomzones van de Vlaamse waterlichamen als basis Deze zones worden gebruikt als geografische basiseenheid voor de indeling in de verschillende gebiedstypes. In totaal zijn er 266 afstroomzones, naargelang de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes. - Beoordeling van het oppervlaktewater De beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit vormt de vertrekbasis. De gemiddelde nitraatconcentratie van de MAP-meetpunten is de indicator om de globale impact van de landbouw op de oppervlaktewaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. De streefwaarde voor de gemiddelde nitraatconcentratie bedraagt 18 mg nitraat/l. Deze streefwaarde is afgeleid op basis van data-analyse en is de vertaalslag van de grenswaarde voor nitraatstikstof tussen een goede en matige toestand van de oppervlaktewaterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water. Deze grenswaarde bedraagt 10 mg nitraatstikstof/l, wat overeenkomt met 44,3 mg nitraat/l, als 90ste percentielwaarde. Dit betekent concreet dat 90% van de metingen moet voldoen aan deze grenswaarde. Naar gelang de doelafstand tot de streefwaarde wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes oppervlaktewater. - Beoordeling grondwater De gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste filter van de grondwatermeetpunten is een goede indicator om de globale impact van de landbouw op de grondwaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. Omwille van de langere reistijden naar het grondwater, wordt er ook rekening gehouden met de trend van de nitraatconcentratie bij de gebiedstype-indeling voor grondwater. - Gebiedstype-indeling op basis van oppervlakte- en grondwater Om tot een definitieve afbakening te komen, wordt de afbakening op basis van het criterium oppervlaktewater gecombineerd met het criterium grondwater. De gebiedstype-indeling op basis van het oppervlaktewater vormt de basis en wordt naargelang het resultaat van de grondwaterbeoordeling, verhoogd met +1 (tot een maximum van 3). Afstroomzones die na de combinatie van oppervlakte- en grondwater gebiedstype 0 zijn maar waar de 90ste percentielwaarde van alle metingen in oppervlaktewatermeetpunten (op basis van winterjaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018) hoger is dan 44,3 mg nitraat/l worden bijkomend aangeduid als gebiedstype 1.

  • Gebieden in Vlaanderen, waarbinnen gedurende een bepaalde periode een recht van voorkoop van toepassing is (of van toepassing is geweest), voortvloeiend uit: - de wet op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet van 22 juli 1970 (B.S. 04/09/1970) - de wet tot aanvulling van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet met bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest van 11 augustus 1978 (B.S. 22/09/1978).

  • De gebieden in Vlaanderen, waarbinnen natuurinrichtingsprojecten, conform het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997, zijn ingesteld (of zijn ingesteld geweest). Binnen deze gebieden is (of was) gedurende een bepaalde periode een recht van voorkoop van toepassing.

  • Landinrichting spoor 1 Landinrichtingsprojecten Landinrichtingsprojecten worden ingesteld door de Vlaamse Regering conform het decreet van 28 maart 2014 betreffende landinrichting. Bij de instelling wordt het gebied van het landinrichtingsproject afgebakend. Voor elk landinrichtingsproject worden één of meerdere landinrichtingsplannen vastgesteld. De Vlaamse Landmaatschappij past landinrichting toe om gebieden integraal in te richten overeenkomstig de gebiedsbestemming (natuur, landbouw, recreatie, wonen,…) die toegekend is volgens de ruimtelijke ordening en voorziet hiervoor een breed inzet¬bare ‘instrumentenkoffer’. Inrichtingsprojecten Inrichtingsprojecten landinrichting, ingesteld voor de inwerkingtreding van het decreet van 28 maart 2014, zijn in uitvoering van artikel 6bis en artikelen 11 tot en met 14 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij. Dit decreet definieert het begrip ‘landinrichting’ als ‘Het bevorderen, voorbereiden, integreren en begeleiden van maatregelen, handelingen en werken die uitgaan van de bevoegde overheden en gericht zijn op het vrijwaren, herwaarderen en het meer geschikt maken van gebieden op het platteland, conform de bestemming toegekend door de wetgeving op de ruimtelijke ordening.’ Voor elk inrichtingsproject landinrichting werden er één of meerdere inrichtingsplannen opgemaakt. De nieuwe regelgeving van 2014 betreffende landinrichting voorziet een overgangsregeling voor projecten die aangevat zijn voor het moment van inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving. Deze overgangsregeling houdt in dat de inrichtingsplannen die op 1 november 2014 nog niet voor advisering zijn overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen, worden opgemaakt als landinrichtingsplannen conform de nieuwe regelgeving betreffende de landinrichting. Landinrichting spoor 2 Ook andere overheden of partners van de Vlaamse Landmaatschappij kunnen de inrichtingsinstrumenten uit de instrumentenkoffer gebruiken om bepaalde doeleinden op het terrein te realiseren. Zowel de Vlaamse Regering als het provinciale of gemeentelijke bestuursniveau kunnen daartoe beslissen. De initiatiefnemende instantie gaat dan aan de slag in overleg met de VLM. Instrumentenkoffer De instrumentenkoffer is breed inzetbaar op het gebied van inrichting, beheer, grondverwerving, grondmobiliteit en flankerend beleid. Zo bevat die o.a. inrichtingswerken, herverkaveling en gebruiksruil. Sinds de nieuwe wetgeving kwamen daar onder andere bij: herverkaveling uit kracht van wet en recht van voorkoop. Die instrumenten hebben een omvangrijke geografische component en worden daarom apart opgenomen in de productdataset Landinrichting. In de brochure landinrichting (https://www.vlm.be/nl/SiteCollectionDocuments/Landinrichting/Brochure landinrichting web.pdf) kan je lezen wat landinrichting vandaag precies inhoudt, wat de verschillende procedures zijn, en wat de rol van steden, gemeenten, provincies overheden, particulieren en de Vlaamse Landmaatschappij binnen landinrichting is.

  • Een gebied waarbinnen een ruilverkavelingsproject wordt onderzocht, wordt uitgevoerd of werd uitgevoerd, krachtens de wetten op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet van 25 juni 1956 (B.S. 9-10/7/1956) en 22 juli 1970 (B.S. 04/09/1970).

  • Een gebied waarin een ruilverkavelingsproject werd ingesteld, voortvloeiend uit de wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne van 10 januari 1978 (B.S. 09/03/1978).