From 1 - 10 / 17
  • Deze kaartindicator geeft een inschatting weer van het aantal werknemers op de tewerkstellingslocaties, per hectare. De cijfers werden gecorrigeerd per gemeente en per economische sector. De tewerkstelling wordt eerst apart in kaart gebracht voor zowel loontrekkenden als voor de zelfstandigen, en tenslotte gesommeerd om de totale tewerkstelling per ha te bekomen (loontrekkenden + zelfstandigen). Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • De kaart toont de nachtelijke emissies van licht in Vlaanderen waargenomen vanuit de ruimte. De Suomi National Polar-orbiting Partnership satelliet vliegt na middernacht over Vlaanderen en heeft een erg gevoelige sensor (Visible/Infrared Imaging Sensor of VIIRS). Er is slechts gebruik gemaakt van data zonder invloed van maanlicht, wolken en sneeuw. Medewerkers van de Aardobservatie Groep van het Amerikaanse NOAA, de National Oceanic and Atmospheric Administration, verwerken de data tot nachtelijke lichtemissiekaarten. De eenheden van de kaart zijn Watt/cm²/steradiaal. Dit is het vermogen per oppervlakte per ruimtehoek. De kaart geeft voor het Vlaamse Gewest de gemiddelde waarde van de lichtemisses weer voor het referentiejaar 2014. Deze kaart is samengesteld op basis van het gemiddelde van de 6 maandelijkse waarden van de maanden april, mei, juli, augustus, september en oktober. De maand juni wordt uitgesloten: deze maand had in 2016 te weinig observaties en is dus uitgesloten van elk jaar om de vergelijkbaarheid te behouden. De wintermaanden zijn niet opgenomen om de invloed van winterse condities op de lichtemissies uit te sluiten.

  • Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse Gewest een aanduiding of deze wel of niet behoort tot het ruimtebeslag, en dit voor referentiejaar 2013. Het concept ‘ruimtebeslag’ is gedefinieerd in het Witboek Beleidsplan Ruimte als dat deel van de ruimte waarin de biofysische functie niet langer de belangrijkste is. Het gaat, met andere woorden, over de ruimte die ingenomen worden door onze nederzettingen (dus voor huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden en ook parken en tuinen). Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk "the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc. In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies." (EC, 2012). Het ruimtebeslag , zoals hier samengesteld, is gebaseerd op de 4 niveaus van het 'landgebruiksbestand 2013'. Meer bepaald wordt het ruimtebeslag gedefinieerd door een combinatie van een aantal landgebruikscategorieën op de verschillende niveaus. Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de totstandkoming van het onderliggende 'landgebruiksbestand' en over de gehanteerde methode van toewijzing tot ruimtebeslag wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019' dat je terugvindt via https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/449392

  • Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse Gewest het werkelijke landgebruik weer, en dit voor referentiejaar 2013. Het concept ‘landgebruik’ verwijst naar het daadwerkelijke gebruik van de grond voor welbepaalde menselijke activiteiten zoals huisvesting, industrie en diensten, recreatie,…of teelten, zoals akkerbouw, grasteelt, ...of natuurlijke begroeiing , zoals bos, struikgewas,... Het werkelijke landgebruik van een locatie is uiteraard niet noodzakelijk identiek met de juridisch-planologische bestemming van deze locatie. Gronden kunnen bestemd zijn als woongebied, maar effectief in gebruik als grasland of akkerland. Deze kaart bevat geen informatie over de planologische bestemming. Het werkelijke landgebruik, zoals op deze kaart weergegeven, is samengesteld op basis van de 4 dataniveaus van het 'landgebruiksbestand 2013'. Meer bepaald gebeurt dit door een combinatie en aggregatie van een aantal categorieën uit de verschillende dataniveaus van dit landgebruiksbestand. Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Voor meer details over de totstandkoming van het onderliggende 'landgebruiksbestand' (met 4 dataniveaus) en de samenstelling tot deze resulterende landgebruikskaart wordt daarom verwezen naar het technisch rapport 'Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019' dat je terugvindt via https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/449392

  • Kaart van de Gezondheid Effecten Screening score (GES) van omgevingslawaai in Vlaanderen. De indicator is gebaseerd op de strategische geluidsbelastingkaarten Lden voor het referentiejaar 2016 voor belangrijke wegen, belangrijke spoorwegen en voor de luchthaven Brussel, aangevuld met de strategische geluidsbelastingkaarten Lden voor agglomeratie Antwerpen (referentiejaar 2016), Gent (referentiejaar 2016) en Brugge (referentie jaar 2011) zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering in 2018 in uitvoering van de Europese richtlijn omgevingslawaai. De bestaande indicatoren werden omgerekend naar hinder-equivalente Lden waarden om vervolgens te komen tot een cumulatieve geluidbelastingskaart. De kaart kan gebruikt worden om potentiële probleemgebieden voor omgevingslawaai te detecteren. De kaart is echter niet gebiedsdekkend aangezien de geluidbelasting enkel berekend werd voor belangrijke verkeersinfrastructuren en de drie agglomeraties, hierdoor ontbreekt er data voor bijvoorbeeld lokale wegen of industriële bronnen buiten de agglomeraties. Hierdoor is er voor veel omgevingen geen data beschikbaar, en wordt de geluidbelasting op sommige locaties onderschat. De cumulatieve hinder-equivalente Lden waarden werden vervolgens met behulp van de Nederlandse methodiek Gezondheid Effect Screening (GES) verdeeld in klassen die een inzicht geven in potentiële gezondheidseffecten als eerste indicatie voor het lokale omgevingslawaai in de gekarteerde gebieden. De GES klassen werden op deze manier gedefinieerd: GES 0 <43 dB(A) = "zeer goed"; GES 1 = 43-48 dB(A) = "goed"; GES 2 = 48 - 53 dB(A) = "redelijk"; GES 4 = 53 - 58 dB(A) = "matig"; GES 5 = 58 - 63 dB(A) = "zeer matig"; GES 6 = 63 - 68 dB(A) = "onvoldoende", GES 7 = 68 -73 dB(A) = "ruim onvoldoende", GES 8 > 73dB(A) = "zeer onvoldoende". Scores vanaf GES 6 kunnen gelinkt worden aan het optreden van hart- en vaatziekten op basis van evidentie uit epidemiologisch onderzoek. Ook bij lagere geluidsbelastingen kunnen er echter negatieve effecten op de gezondheid optreden.

  • Gebiedsdekkende kaart van de Gezondheid Effecten Screening score (GES) van hittestress in Vlaanderen. De indicator is gebaseerd op het aantal hittegolfgraaddagen (°C.dag) in Vlaanderen in het jaar 2003, gemodelleerd voor de Vlaamse milieumaatschappij (2018). De indicator hittegolfgraaddag (HGD) geeft aan waar en met hoeveel graden Celsius de drempelwaarden voor minimum en maximum temperaturen (respectievelijk 18.2°C en 29.6°C), aangegeven door de FOD Volksgezondheid, worden overschreden. Per locatie wordt het aantal hittegolfgraaddagen opgeteld voor alle dagen van het jaar 2003. Voor het aanmaken van de GES-kaart maken we gebruik van de HGD kaart van 2003, een erg warm jaar dat ook als referentie wordt gebruikt in de studie van de Vlaamse milieumaatschappij (2018). Er is geopteerd om te werken met de kaart voor een extreem jaar in plaats van een jaargemiddelde kaart, omdat de gezondheidsproblemen zich voornamelijk voordoen tijdens dit soort zomers, en op die manier de potentiële probleemlocaties goed in beeld worden gebracht en niet worden onderschat. De GES klassen werden op deze manier gedefinieerd: GES 2 = 0 - 20 (°C.dag) = "redelijk" ; GES 3 = 20 - 30 (°C.dag) = "vrij matig" ; GES 4 = 30 - 40 (°C.dag) = "matig" ; GES 5 = 40 - 60 (°C.dag) = "zeer matig" ; GES 6 = 60 - 80 (°C.dag) ="onvoldoende"; GES 7 = 80-100 (°C.dag) = "ruim onvoldoende"; GES 8 > 100 (°C.dag) = "zeer onvoldoende". GES 6 komt overeen met minstens 60 hitteggolfgraaddagen, een waarde die zich in Antwerpen voor doet in het jaar 2003 en waarvan geweten is dat er veel slachtoffers vielen als gevolg van hittestress. ook een lager aantal hittegolfgraaddagen heeft echter negatieve effecten op de gezondheid. De kaart kan gebruikt worden om potentiële probleemgebieden voor hittestress in Vlaanderen te detecteren. Naast luchttemperatuur zijn echter ook stralingsbelasting (zowel kortgolvig als langgolvig), luchtvochtigheid en windsnelheid belangrijke factoren in het bepalen van hittestress en humaan thermisch comfort. De modellering houdt hiermee geen rekening. Lokaal kan de werkelijk ervaren hittestress dus hoger (bijvoorbeeld door lokale straling afkomstig van bijvoorbeeld beton- of asfaltverharding) of lager (bijvoorbeeld omwille van schaduw door bomen) zijn.

  • Gebiedsdekkende kaart van de Gezondheid Effecten Screening score (GES) van lokale luchtkwaliteit in Vlaanderen. De indicator is gebaseerd op de jaargemiddelde NO2 (stikstofdioxide) concentraties (Vlaamse Milieumaatschappij 2017), die gemodelleerd werd met de RIO-IFDM-OSPM modelketen. Deze polluent werd als basis genomen omwille van zijn grote ruimtelijke variatie, sterke link met lokale emissies en goed gedocumenteerde gezondheidseffecten. De concentraties aan NO2 werden vervolgens met behulp van de Nederlandse methodiek Gezondheids Effect Screening (GES) verdeeld in klassen die een inzicht geven in potentiële gezondheidseffecten van luchtverontreiniging door NO2, als eerste indicatie voor de lokale luchtkwaliteit. Uiteraard zijn ook andere polluenten (bijvoorbeeld fijn stof of ozon) van belang bij de verdere analyse en beoordeling van de lokale luchtkwaliteit. De GES klassen werden op deze manier gedefinieerd: GES 1 = 0-10 µg/m³ jaargemiddelde NO2 = "goed" ; GES 4 = 10-20 µg/m³ jaargemiddelde NO2 = "matig"; GES 6 = 20-30 µg/m³ jaargemiddelde NO2= "onvoldoende", GES 7 = 30-40 µg/m³ jaargemiddelde NO2= "ruim onvoldoende", GES 8 >40 µg/m³ jaargemiddelde NO2= "zeer onvoldoende". Vanaf GES 6 wordt de gezondheidsadvieswaarde zoals geadviseerd door het Agentschap voor Zorg en Gezondheid (maximaal 20 µg/m³ jaargemiddelde NO2) overschreden, maar ook lagere concentraties hebben negatieve effecten op de gezondheid.

  • Het toenemend privaat gebruik van de open ruimte voor privétuinen noemen we de vertuining van de open ruimte. Die is het sterkst waar de openruimtefragmenten nabij bewoning in woonkernen of lintbebouwing liggen, en daar waar de openruimtefragmenten ingesloten zijn door bewoning (B. Tempels et al., 2012). De kaart geeft de dichtheden voor tuinen in Vlaanderen weer en bevestigt dat de concentratie aan tuinen in de open ruimte het grootst is in uitbreidingszones rond kernen. (broneigen berekeningen op basis van de tuinenkaart van Instituut voor Natuur en Bosonderzoek -Natuurrapport 2016)

  • De gebouwenlaag van het GRB met hoogtegegevens (3D GRB) wordt hier als basisdata gebruikt (versie 2016). Per rastercel van 1ha wordt de gemiddelde hoogte van alle gebouwen binnen deze cel berekend, gewogen met de (grond)oppervlakte van de gebouwen.

  • Deze kaart geeft voor iedere locatie in het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan wat het totale basisvoorzieningenniveau is op een schaal van 0 tot 1, als gevolg van de berekening van de nabijheid (volgens welbepaalde parameters) van basisvoorzieningen en dit voor referentiejaar 2015. Basisvoorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn om het dagelijkse leven te organiseren en deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Voorbeelden zijn: een kleuter- en basisschool, kinderopvang, huisarts, apotheek, voedingswinkel, postpunt en (publieke) ontmoetingsruimten binnen en buiten. De berekening gaat uit van de ligging van de individuele basisvoorzieningen en vervolgens wordt uitgemaakt welke 1-ha-cellen binnen wandel- of fietsafstand gelegen zijn van de totaliteit van de basisvoorzieningen. In verschillende stappen worden (1) de basisvoorzieningen geaggregeerd tot een inhoudelijk-technisch verwerkbare set, (2) gewogen naargelang hun aantal in de nabije omgeving, en (3) afstandsgewogen gesommeerd. Om de basisvoorzieningen te selecteren en aggregeren werd in totaal rekening gehouden met 50 verschillende soorten voorzieningen , ingedeeld in vier types: onderwijs, cultuur en sport, zorg en woonondersteunende voorzieningen, . De voorzieningen in Brussel werden indien mogelijk aangevuld met informatie van het Agentschap Territoriale Ontwikkeling (ATO, 2010). Voor de volledige lijst met voorzieningen en de bijhorende bronnen, en voor meer details over de gehanteerde methode van de functies voor het afstandsverval, de aggregatie en de onderlinge weging wordt verwezen naar het eindrapport en het syntheserapport dat je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/8954