Keyword

landbouw

45 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
Service types
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 45
  • Directe downloadservice voor de Landbouwgebruikspercelen

  • De potentiële bodemerosiekaart per perceel (2022) geeft aan de hand van een klasse-indeling de totale potentiële erosie van een bepaald landbouwperceel weer. De totale potentiële erosie houdt geen rekening met het huidige landgebruik (grasland of akkerland). In het veld ‘Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag’ staat de informatie die overeenkomt met de erosiegevoeligheid op de verzamelaanvraag 2022. De goedgekeurde bezwaren werden zowel in het veld 'Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag' als in het veld 'Totale erosie' verwerkt. De goedgekeurde aanvragen van de verlaging van de erosiegevoeligheidsklasse op basis van een hoog koolstofgehalte werden in het veld 'Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag' verwerkt met aanduiding van ‘/ C’ achter de erosiegevoeligheid, maar het veld 'Totale erosie' behield zijn oorspronkelijke waarde voor deze percelen. Erosie door water is een proces waarbij bodemdeeltjes door de impact van regendruppels en afstromend water worden losgemaakt en getransporteerd, hetzij laagsgewijs over een grote oppervlakte, hetzij geconcentreerd in geulen en ravijnen. Dit leidt o.m. tot een afname van de bodemkwaliteit en -productiviteit, maar ook tot belangrijke schade door modderoverlast in stroomafwaarts gelegen (woon)gebieden. Bodemerosie is een van de belangrijkste vormen van bodemaantasting in Vlaanderen. De potentiële bodemerosiekaart per perceel is gebaseerd op de percelenkaart 2021. De potentiële bodemerosiekaart per perceel werd opgesteld door middel van computermodellering met een ruimtelijke resolutie van 5x5 m. De berekening van de erosie is gebaseerd op de herziene universele bodemverliesvergelijking of R.U.S.L.E. (Revised Universal Soil Loss Equation, Renard et al, 1991). Het betreft een empirisch model waarmee de gemiddelde jaarlijkse bodemerosiesnelheid per oppervlakte-eenheid als gevolg van intergeul- en geulerosie wordt berekend als een product van 6 factoren.

  • Deze indicator toont de emissie van primair fijn stof door de landbouw. Dit zijn de deeltjes die ontstaan door gebruik van (landbouw)motoren (‘off-road') en tijdens activiteiten in de veeteelt (o.a. voederen, gedroogde uitwerpselen,…) en in de akker- en tuinbouw (o.a. serre- en stalverwarming, grondbewerking,…). Totaal stof omvat alle deeltjes die kleiner zijn dan 100 micrometer (µm). Deeltjes kleiner dan 10 en 2,5 µm worden aangeduid als PM10 en PM2,5. Elementair koolstof (EC) is een onderdeel van de PM2,5 fractie en ontstaat door onvolledige verbranding. Naast directe emissie draagt de landbouw ook bij tot de vorming van secundair fijn stof dat ontstaat door chemische reacties in de lucht. Ammoniak (NH3), voornamelijk afkomstig van mest, treedt op als een belangrijke voorloper van secundair fijn stof (zie indicator Emissie van precursoren van fijn stof).

  • De indicator beschrijft de uitstoot van de broeikasgassen koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) door de Vlaamse landbouwsector. Deze gassen dragen rechtstreeks bij tot de mondiale klimaatverandering. Om de emissies van de drie broeikasgassen met elkaar te kunnen vergelijken worden ze uitgedrukt in kton CO2-equivalenten (CO2-eq). Emissies ten gevolge van productie en transport van importgoederen gebruikt door de landbouwsector (bv. veevoeder) worden niet meegerekend. De belangrijkste energetische bronnen van broeikasgassen in de landbouw zijn fossiele brandstoffen (bv. voor verwarming van serres en stallen) en off-road voertuigen. Niet-energetische bronnen zijn methaanproductie door vergisting in dierlijke spijsvertering en mestopslag, productie van lachgas door mestgebruik.

  • Weergave van de evolutie weer van de verzurende emissie (NH3, NOx, SO2) per emissiebron in de Vlaamse landbouw.

  • Een agromilieumaatregel is een vrijwillige overeenkomst die de landbouwer afsluit met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) of het Agentschap voor Landbouw en Visserij voor een periode van 5 jaar, meestal op perceelsniveau. De overeenkomst kan betrekking hebben op het natuurbeheer op een landbouwbedrijf, het realiseren van bepaalde milieudoelstellingen, het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethodes of het behoud van de genetische diversiteit. In ruil voor deze extra inspanningen ontvangt de landbouwer een vergoeding van de overheid. Agromilieumaatregelen in samenwerking met de VLM, heten ook beheerovereenkomsten. Deze overheidssteun naar landbouwers toe, maakt deel uit van het Vlaamse plattelandsbeleid en de tweede pijler van het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid.

  • Deze indicator toont de reële dierlijke mestproductie en het mestgebruik in de landbouw, uitgedrukt in massa nutriënten stikstof (N) en fosfor (P). De reële dierlijke mestproductie sommeert de mestproductie van runderen, varkens, pluimvee en overige dieren (schapen,geiten, paarden…). Het mestgebruik geeft weer hoeveel nutriënten (N en P) uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwbodem worden afgezet. De indicator dierlijke mestproductie is sterk gekoppeld met de grootte van de veestapel. Mest dat niet milieuvriendelijk kan toegepast worden in de landbouw draagt bij tot de achteruitgang van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit en tot een verhoogde depositie van verzurende en vermestende stoffen.

  • Overzicht van de percelen die in landbouwgebruik zijn op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag dat jaar. De inventaris omvat ondermeer ook poelen, houtkanten en landbouwproductiefaciliteiten (erven met stallen en gebouwen).

  • De vergelijking van de evolutie van de milieudruk van de landbouw met de eindproductiewaarde van de landbouw geeft een aanduiding voor de eco-efficiëntie (EE) van de sector. De eindproductiewaarde is een maat voor de omvang van de landbouwactiviteiten. Een verhoging in de eco-efficiëntie leidt slechts tot winst voor het milieu wanneer de druk ook in absolute cijfers daalt.

  • Deze groenkaart is een raster (1m resolutie) van segmentatieclassificatie van de zomervlucht orthofoto’s in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Agentschap Informatie Vlaanderen (AIV - EODaS) voerde hiervoor een segmentatieclassificatie uit van de middenschalige zomervlucht orthofoto’s om een kaart aan te maken met de klassen “Niet groen”, “Landbouw”, “Laag Groen” (minder dan 3m) en “Hoog Groen” (meer dan 3m). Op basis van de Landbouwgebruikspercelenkaart 2018 (Departement Landbouw en Visserij) zijn “Laag Groen” en “Niet Groen” geclassificeerd als “Landbouw”. Dit betekent dat bvb. bomen in landbouwgebied als “Hoog Groen” geclassificeerd zijn.