Keyword

industrie

22 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
Service types
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 22
  • INSPIRE-compatibele raadpleegservice met lagen die verband houden met INSPIRE Annex III thema Landgebruik.

  • Grafiek en cijfers geven de evolutie weer van de industriële emissie van totaal fijn stof per deelsector in Vlaanderen vanaf 1995

  • Deze indicator brengt de evolutie van de industriële uitstoot van elementair koolstof, PM 2,5 , PM 10 en totaal stof naar de omgevingslucht in beeld. Dit stof ontstaat voornamelijk door opslag, behandeling en verwerking van fijnkorrelige materialen, verkleining van grover materiaal, erosie van bedrijfsterreinen, slijtage van diverse werktuigen en installaties, condensatie van verbrandingsproducten … Deze indicator bespreekt de rechtstreekse uitstoot in de sector industrie van de fracties totaal stof (TSP of total suspended particles), PM 10 , PM 2,5 en EC (elementair koolstof) in Vlaanderen, opgedeeld per deelsector. Totaal stof slaat op alle zwevende stofdeeltjes die in de lucht blijven zweven. De aerodynamische diameter van deze deeltjes kan tot ongeveer 100 µg gaan. PM 10 is de fractie van de zwevende stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 µm. PM 2.5 is de fractie van de zwevende stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 2,5 µm. EC of elementair koolstof (elemental carbon) is niet ingedeeld volgens grootte maar volgens samenstelling. Deze deeltjes zijn restproducten van verbrandingsreacties.

  • Deze indicator brengt de lozingen van industrieel afvalwater in beeld. Het gaat met name om biochemisch zuurstofverbruik (BZV), chemisch zuurstofverbruik (CZV), zwevende stoffen (ZS), stikstof (N) en fosfor (P). Het betreft hier lozingen ter hoogte van het bedrijfsterrein, er wordt dus geen rekening gehouden met eventuele zuivering op een openbare RWZI. Die lozingen worden ook wel bruto-emissies genoemd.

  • Deze indicator toont de evolutie van de hoeveelheid primair afval die wordt geproduceerd door de industrie. Primair afval omvat enkel de afvalstoffen die ontstaan bij de oorspronkelijke producent, niet deze die ontstaan bij de latere verwerking van het afval. Het afval van de afvalverwerkende sector is dus niet meegenomen in de indicator.

  • De indicator ‘Eco-efficiëntie van de industrie' geeft weer in welke mate de milieudruk gelijke tred houdt met het activiteitsniveau. Er wordt gesproken van ontkoppeling wanneer de groeisnelheid van een drukindicator (bv. emissie van broeikasgassen) lager is dan de groeisnelheid van de activiteitindicator (bv. bruto toegevoegde waarde). De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

  • De indicator toont de evolutie vanaf 2000 van de hoeveelheden arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb) en zink (Zn) die in de lucht geloosd worden door de industrie. De industrie is een belangrijke bron voor de uitstoot van de diverse zware metalen in de omgevingslucht. Zware metalen worden door de industrie hoofdzakelijk uitgestoten in processen waarbij metaalproducten worden gemaakt of verwerkt. De aanwezigheid van zware metalen in de lucht kan nadelig zijn voor de gezondheid. Zware metalen verspreiden zich via stofdeeltjes in de lucht en kunnen via de neus of mond worden opgenomen in het lichaam. Het al dan niet optreden van gezondheidseffecten hangt af van de opgenomen hoeveelheid en de tijdsduur van de opname (zie indicator: Zware metalen in omgevingslucht).

  • INSPIRE - Annex III - Production and industrial facilities - PF.ProductionSite - Seveso - Departement Omgeving: De kaart biedt een overzicht van de locaties van de verschillende Seveso-inrichtingen in Vlaanderen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen hogedrempel- en lagedrempelinrichtingen.

  • Deze indicator geeft de emissie van CO2 in de sector industrie weer, afkomstig van zowel energetisch als niet-energetisch energiegebruik. CO2 is goed voor bijna 85 % van de uitstoot van broeikasgassen door de industrie.

  • Grafiek en cijfers in Excel geven het waterverbruik weer van de industriële deelsectoren in Vlaanderen in 2000 en in 2018.