From 1 - 3 / 3
  • Op voorliggende kaart wordt de mate van overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) voor verzuring van de Europees te beschermen habitats in Vlaanderen weergegeven in de tinten geel-oranje-rood. De groene gebieden zijn de habitats waarbij de KDW (momenteel) niet in overschrijding zijn. De grijze gebieden zijn de habitats die niet gevoelig zijn voor het effect verzuring via de lucht (> 2400 Zeq/ha.jaar). De KDW is de hoeveelheid verzurende depositie (zuurequivalent per hectare per jaar) voor een bepaald ecosysteem waaronder er op lange termijn, volgens de huidige wetenschappelijke kennis, geen betekenisvolle verandering in de biodiversiteit optreedt. Voor ieder habitattype is een specifieke KDW bepaald. Niet ieder natuurtype is immers even gevoelig voor verzuring. De overschrijdingskaart is opgemaakt door het VITO op basis van volgende gegevens: (A) De gemodelleerde deposities van verzurende stoffen op basis van VLOPS20, de versie van het VLOPSmodel in 2020 dat gebruik maakt van emissie- en meteogegevens van het jaar 2017. Dit is een rasterlaag met resolutie van 1 km²; (B) De BWK-habitatkaart versie 2020; en (C) De geschikte uitbreidingslocaties voor Europees beschermde habitats en soorten: de zgn. voorlopige zoekzones voor instandhoudingsdoelstellingen - versie 0.2 (ANB, 2015).

  • Op voorliggende kaart wordt de mate van overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) voor eutrofiëring van de Europees te beschermen habitats in Vlaanderen weergegeven in de tinten geel-oranje-rood. De groene gebieden zijn de habitats waarbij de KDW (momenteel) niet in overschrijding zijn. De grijze gebieden zijn de habitats die niet gevoelig zijn voor het effect eutrofiëring via de lucht (> 34 kg N/ha.jaar). De KDW is de hoeveelheid stikstofdepositie (kilogram stikstof per hectare per jaar) voor een bepaald ecosysteem waaronder er op lange termijn, volgens de huidige wetenschappelijke kennis, geen betekenisvolle verandering in de biodiversiteit optreedt. Voor ieder habitattype is een specifieke KDW bepaald. Niet ieder natuurtype is immers even gevoelig voor eutrofiëring. De overschrijdingskaart is opgemaakt door het VITO op basis van volgende gegevens: (A) De gemodelleerde deposities van eutrofiërende stoffen op basis van VLOPS20, de versie van het VLOPSmodel in 2020 dat gebruik maakt van emissie- en meteogegevens van het jaar 2017. Dit is een rasterlaag met resolutie van 1 km²; (B) De BWK-habitatkaart versie 2020; en (C) De geschikte uitbreidingslocaties voor Europees beschermde habitats en soorten: de zgn. voorlopige zoekzones voor instandhoudingsdoelstellingen - versie 0.2 (ANB, 2015).

  • De voorlopige zoekzones bestaan enerzijds uit de zoekzones sensu stricto en anderzijds uit de percelen onder passend beheer. De zoekzones sensu stricto geven per Europees te beschermen habitat de perimeter aan die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone in kwestie. De zoekzones zullen volgens het wettelijk kader deel uitmaken van de richtkaarten die een onderdeel zijn van de managementplannen Natura 2000. De zoekzones evolueren bij elke nieuwe versie van het managementplan Natura 2000. Deze zoekzones moeten als vaststaande verworvenheid beschouwd worden en zijn voor wat betreft de toepassing bij de passende beoordeling niet onderhandelbaar. Momenteel zijn geen managementplannen Natura 2000 vastgesteld door de Vlaamse regering. Omdat de zoekzones een belangrijk instrument en hulpmiddel zijn voor wat betreft de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, wordt in afwachting van de managementplannen Natura2000, gewerkt met voorlopige zoekzones. Deze werden opgesteld per habitattype of cluster van habitattypen. De huidige versie vervangt de eerste kaart met voorlopige zoekzones zoals verspreid begin 2015. Deze werd grotendeels gegenereerd met toepassing van het zogenaamde zoekzonemodel. Dit model werd opgesteld in opdracht van het ANB door VITO en INBO en is gebaseerd op het Ruimtemodel Vlaanderen (VITO) (L. Poelmans et al., 2015, Zoekzonemodel: Technische beschrijving, VITO, Nota voor ANB Beleid; https://www.ruimtemodel.vlaanderen/references/). Dit heeft als gevolg dat de kaart voor deze habitattypes opgebouwd is op basis van een rasterkaart met cellen van 100x100m (1 ha), die afgeknipt worden op de grenzen van de SBZ-H (versie 2013). Voor een andere reeks habitats (niet door het model aanstuurbare habitats) zijn de zoekzones bepaald met de methode van de eerste voorlopige zoekzones. De grootste oppervlaktes daarvan betreffen habitats in de Kuststreek en in de Polders. Deze zoekzones werden ingetekend op basis van de habitatkaart (versie 2013) en op basis van geografische, biotische en abiotische factoren. De percelen onder passend beheer omvatten de percelen met een goedgekeurd natuurbeheerplan (of daarmee vergelijkbare plannen of vergelijkbare overeenkomsten of feitelijk beheer) van het Agentschap voor Natuur en Bos, andere overheden en de erkende terreinbeherende verenigingen (Natuurpunt, vzw Durme, Limburgs Landschap), waar een habitattype tot doel gesteld is. Het zijn de locaties waar reeds instandhoudingsdoelstellingen voor Europees te beschermen habitats ruimtelijk geplaatst zijn. Dit gebeurde door een vertaling van de streefbeelden uit de natuurbeheerplannen naar Europees te beschermen op basis van de gegevens uit het beheerplan en geografische, biotische en abiotische factoren. De percelen onder passend beheer zijn net als de zoekzones sensu stricto afgeknipt op de grenzen van de SBZ-H.