Keyword

Ondergrond

3349 record(s)
 
Type of resources
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 3349
  • In de Databank Ondergrond Vlaanderen zijn verschillende grondwatermeetnetten opgenomen. Deze meetnetten staan in functie van uitgebreide monitoringprogramma’s met de bedoeling een goed beeld te krijgen van de beschikbare grondwaterkwantiteit en grondwaterkwaliteit van de watervoerende lagen in Vlaanderen. Deze kaartlaag toont alle watermonsters die in de meetnetten opgenomen zijn.

  • De analyse van gravimetrische data in het kader van onderzoek naar het Brabant Massief werd uitgevoerd in 2004 door de British Geological Survey in samenwerking met GF Consult bvba en de Belgische Geologische Dienst onder toezicht van GF Consult. De studie werd uitgevoerd in opdracht van de Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie (ANRE), Departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (VLA04-3.1). De studie werd geïntegreerd in de eerder uitgevoerde studie met betrekking tot de aëromagnetische data van het Brabant Massief. Deze kaartlaag geeft de nieuwe meetpunten weer die verwerkt werden in deze studie, met meetwaarden van de Bouguer graviteit. Er zijn geen data gegeven voor de Antwerpse Kempen en de Westhoek omdat voor deze gebieden oudere data verwerkt werden (VLA02-7.3).

  • Bepaalde percelen met een lage erosiegevoeligheid op de potentiële bodemerosiekaart kunnen door hun specifieke ligging toch een belangrijke rol spelen in de bodemerosieproblematiek. Zo kunnen licht hellende gronden bovenop een plateau (plateaugronden) aan de bron liggen van bodemerosie op de eronder liggende percelen doordat zij afstromend water genereren. Valleigronden daarentegen ontvangen veel water van hoger gelegen percelen en kunnen daardoor getroffen worden door ernstige bodemerosie ondanks hun intrinsieke lage erosiegevoeligheid. Dergelijke percelen kunnen op aanvraag ingedeeld worden als 'andere erosiegerelateerde gronden'. Aan deze percelen wordt dan een code A toegekend. Daardoor wordt het mogelijk een beheerovereenkomst erosiebestrijding af te sluiten. Deze datalaag bevat de meest recente afbakeningen van andere erosiegerelateerde gronden in de vorm van geografische eenheden. De afbakening is onafhankelijk van de jaarlijks wijzigende perceelsgrenzen. Alle huidige en toekomstige percelen met een zeer lage tot verwaarloosbare bodemerosie die binnen de 'andere erosiegerelateerde gronden' vallen, krijgen automatisch de code A toegewezen.

  • De potentiële bodemerosiekaart per perceel (2021) geeft aan de hand van een klasse-indeling de totale potentiële erosie van een bepaald landbouwperceel weer. De totale potentiële erosie houdt geen rekening met het huidige landgebruik (grasland of akkerland). In het veld ‘Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag’ staat de informatie die overeenkomt met de erosiegevoeligheid op de verzamelaanvraag 2021. De goedgekeurde bezwaren werden zowel in het veld 'Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag' als in het veld 'Totale erosie' verwerkt. De goedgekeurde aanvragen van de verlaging van de erosiegevoeligheidsklasse op basis van een hoog koolstofgehalte werden in het veld 'Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag' verwerkt met aanduiding van ‘/ C’ achter de erosiegevoeligheid, maar het veld 'Totale erosie' behield zijn oorspronkelijke waarde voor deze percelen. Erosie door water is een proces waarbij bodemdeeltjes door de impact van regendruppels en afstromend water worden losgemaakt en getransporteerd, hetzij laagsgewijs over een grote oppervlakte, hetzij geconcentreerd in geulen en ravijnen. Dit leidt o.m. tot een afname van de bodemkwaliteit en -productiviteit, maar ook tot belangrijke schade door modderoverlast in stroomafwaarts gelegen (woon)gebieden. Bodemerosie is een van de belangrijkste vormen van bodemaantasting in Vlaanderen. De potentiële bodemerosiekaart per perceel is gebaseerd op de landbouwgebruikspercelen ALV 2020 (export augustus 2020). De potentiële bodemerosiekaart per perceel werd opgesteld door het Vlaams Planbureau voor Omgeving door middel van computermodellering met een ruimtelijke resolutie van 5x5 m. De berekening van de erosie is gebaseerd op de herziene universele bodemverliesvergelijking of R.U.S.L.E. (Revised Universal Soil Loss Equation, Renard et al, 1991). Het betreft een empirisch model waarmee de gemiddelde jaarlijkse bodemerosiesnelheid per oppervlakte-eenheid als gevolg van intergeul- en geulerosie wordt berekend als een product van 6 factoren.

  • Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. De afbakening van grondwaterlichamen is verplicht gesteld in de Europese Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG. Een grondwaterlichaam wordt hierin gedefinieerd als "een afzonderlijke watermassa in één of meer watervoerende lagen". De indeling van de ondergrond in verschillende grondwaterlichamen is voornamelijk gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs en op de regionale grondwaterstroming. De opeenvolging van watervoerende (zand, grind, krijt, vast gesteente, …) en regionaal voorkomende niet-watervoerende lagen (klei, …) en het voorkomen van duidelijke barrières voor de grondwaterstroming (dikke kleilagen, breuken, grondwaterscheidingen, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, …) vormen de belangrijkste uitgangspunten. Er werd voor de afbakening van de grondwaterlichamen dan ook uitgegaan van de Hydrogeologische Codering van de Ondergrond van Vlaanderen (HCOV-codering) en van de indeling van de ondergrond van Vlaanderen in grondwatersystemen. De grondwaterlichamen zijn driedimensionaal en kunnen zowel naast elkaar als boven elkaar voorkomen. In totaal zijn er 42 grondwaterlichamen. Ze verschillen onderling zeer sterk: * oppervlakte van 50 km² tot 6000 km² * dikte van 20m tot 1000m * Kh van 0,000005 tot 2300 m/dag * van zoet tot zout * opgebouwd uit voornamelijk kalksteen, zand, grind, veen, silt, ... * ... De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. De code is als volgt opgebouwd: De naamgeving van een grondwaterlichaam is steeds gebaseerd op de HCOV-code van de belangrijkste watervoerende laag. Elk grondwaterlichaam heeft eveneens een betekenisvolle code "GWS_HCOV_GWL_NR" meegekregen. De code bestaat uit een afkorting van het grondwatersysteem waarin het grondwater-lichaam gelegen is (bijvoorbeeld CVS, Centraal Vlaams Systeem), gevolgd door de HCOV-code, die overeenstemt met een belangrijkste watervoerende laag (bijvoorbeeld 0600 staat voor het Ledo-Paniseliaan-Brusseliaan Aquifersysteem). Dan wordt de afkorting "GWL" toegevoegd, waarna een volgnummer NR wijst op de verdere ruimtelijke indeling van de watervoerende laag in verschillende regio's. Tenslotte werd in sommige gevallen de letter "s" en "m" toegevoegd, waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam werd opgesplitst in een deel dat enerzijds in Scheldedistrict of anderzijds in het Maasdistrict te situeren is. Om het driedimensionale aspect van de grondwaterlichamen te helpen verduidelijken werden er horizonten toegevoegd, i.e. de volgorde waarop de grondwaterlichamen in de diepte voorkomen. Deze dataset bevat een een kommagescheiden lijst van horizonten waarin het grondwaterlichaam voorkomt. Bv. "1" betekent dat het grondwaterlichaam enkel als eerste (minst diepe) grondwaterlichaam voorkomt; "1,2,3" betekent dat het grondwaterlichaam, afhankelijk van de plaats in Vlaanderen, als eerste, tweede of derde grondwaterlichaam in de diepte voorkomt; "3,4,5" betekent dat het grondwaterlichaam minimaal twee en maximaal vier grondwaterlichamen boven zich heeft. Om voor een gegeven plaats precies te weten wat de volgorde is van de grondwaterlichamen kan er gebruik gemaakt worden van de laag “grondwaterlichamen (horizonten)”.

  • Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. De afbakening van grondwaterlichamen is verplicht gesteld in de Europese Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG. Een grondwaterlichaam wordt hierin gedefinieerd als "een afzonderlijke watermassa in een of meer watervoerende lagen". De indeling van de ondergrond in verschillende grondwaterlichamen is voornamelijk gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs en op de regionale grondwaterstroming. De opeenvolging van watervoerende (zand, grind, krijt, vast gesteente, ...) en regionaal voorkomende niet-watervoerende lagen (klei, ...) en het voorkomen van duidelijke barrieres voor de grondwaterstroming (dikke kleilagen, breuken, grondwaterscheidingen, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ...) vormen de belangrijkste uitgangspunten. Er werd voor de afbakening van de grondwaterlichamen dan ook uitgegaan van de Hydrogeologische Codering van de Ondergrond van Vlaanderen (HCOV-codering) en van de indeling van de ondergrond van Vlaanderen in grondwatersystemen. De grondwaterlichamen zijn driedimensionaal en kunnen zowel naast elkaar als boven elkaar voorkomen. In totaal zijn er 42 grondwaterlichamen. Ze verschillen onderling zeer sterk: * oppervlakte van 50 km^2 tot 6000 km^2 * dikte van 20m tot 1000m * Kh van 0,000005 tot 2300 m/dag * van zoet tot zout * opgebouwd uit voornamelijk kalksteen, zand, grind, veen, silt, ... * ... De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. De code is als volgt opgebouwd: De naamgeving van een grondwaterlichaam is steeds gebaseerd op de HCOV-code van de belangrijkste watervoerende laag. Elk grondwaterlichaam heeft eveneens een betekenisvolle code "GWS_HCOV_GWL_NR" meegekregen. De code bestaat uit een afkorting van het grondwatersysteem waarin het grondwater-lichaam gelegen is (bijvoorbeeld CVS, Centraal Vlaams Systeem), gevolgd door de HCOV-code, die overeenstemt met een belangrijkste watervoerende laag (bijvoorbeeld 0600 staat voor het Ledo-Paniseliaan-Brusseliaan Aquifersysteem). Dan wordt de afkorting "GWL" toegevoegd, waarna een volgnummer NR wijst op de verdere ruimtelijke indeling van de watervoerende laag in verschillende regio's. Tenslotte werd in sommige gevallen de letter "s" en "m" toegevoegd, waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam werd opgesplitst in een deel dat enerzijds in Scheldedistrict of anderzijds in het Maasdistrict te situeren is. Om het driedimensionale aspect van de grondwaterlichamen te helpen verduidelijken werden deze opgesplitst in horizonten, i.e. de volgorde waarop de grondwaterlichamen in de diepte voorkomen. Op een gegeven plaats komt elk grondwaterlichaam maximum in één horizont voor en komt er in elke horizont maximum één grondwaterlichaam voor. "1" betekent dat het grondwaterlichaam bovenaan voorkomt, "2" dat het als tweede grondwaterlichaam voorkomt, "3" als derde,... Andersom kan gezegd worden dat er 4 grondwaterlichamen boven een grondwaterlichaam met horizont "5" voorkomen.

  • De kaart met kleinschalige erosiebestrijdingswerken bevat de erosiebestrijdingswerken die gerealiseerd zijn of op korte termijn zullen gerealiseerd worden door (lokale) overheden. Deze datalaag omvat zowel de gemeentelijke erosiebestrijdingswerken die met subsidies van de Vlaamse Overheid (Departement Omgeving) in het kader van het Erosiebesluit zijn aangelegd als erosiebestrijdingswerken die via een ander financieringskanaal (gemeente, provincie, landinrichting, ruilverkaveling,...) werden gerealiseerd. De erosiebestrijdingswerken bestaan uit één of een combinatie van meerdere maatregelen, zoals aarden dammen, erosiepoelen, bufferbekkens, buffergrachten, grasstroken, graszones, houtige kleine landschapselementen, etc.

  • Deze kaart geeft het voorkomen van de Quartaire, Neogene en Paleogene eenheden, met als hoofdlithologie klei, leem of silt, van het Geologisch 3D Model van Vlaanderen en het Hydrogeologisch 3D Model van Vlaanderen (G3Dv3/H3Dv2) weer, als deze zich binnen de 5m onder het maaiveld (DHMV2, met aanpassingen in G3Dv3) bevinden.

  • De kaart met oplossingsscenario's voor erosieknelpunten bevat de gegevens uit de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen in Vlaanderen, goedgekeurd door de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen van de Vlaamse Overheid. De gegevens uit deze plannen zijn voorstellen van nuttig geachte erosiebestrijdingsmaatregelen. De opname van maatregelen in deze plannen wil niet zeggen dat de maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. Aangezien nog niet alle erosiegevoelige gemeenten beschikken over een goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan, is de kaart niet als volledig te beschouwen. Naar schatting hebben ongeveer 120 gemeenten in het Vlaamse Gewest op minstens een deel van hun grondgebied te maken met water- en bewerkingserosie door de combinatie van de hellende topografie, het hoge leemgehalte in de bodem en de landbouwpraktijk met intensieve akkerbouw. In Vlaanderen zijn deze gemeenten geconcentreerd in een band van gemiddeld 30 kilometer in het zuiden van het Gewest. Een 100-tal gemeenten beschikken over een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan. Het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan is opgebouwd uit enerzijds de studie van historische en omgevingsfactoren (de analyse van de randvoorwaarden), en anderzijds de identificatie van erosieknelpunten samen met een concept van oplossing bestaande uit een combinatie van brongerichte en symptoomgerichte erosiebestrijdingsmaatregelen voor elk van de knelpunten (de knelpuntanalyse). Een knelpunt wordt gedefinieerd als het gebied dat afwatert naar een gekend erosieprobleempunt. De plannen die ter goedkeuring werden ingediend, werden opgesteld door tien verschillende studiebureaus. De verscheidenheid van naamgeving en symbologie van erosiebestrijdingsmaatregelen werd voor deze kaart gereduceerd tot tien klassen van maatregelen, verdeeld over punt-, lijn- en vlakmaatregelen. De datalaag "plangebieden" bevat de afbakening van de gebieden waarvoor de gemeenten hun gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen hebben opgemaakt.

  • Overzicht van de jaarlijkse zandaanvoer op de stranden in het kader van kustverdediging.