Keyword

(natuurlijke) hulpbronnen

712 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 712
  • Het Soortenbesluit voorziet de mogelijkheid tot het opstellen van een soortenbeschermingsprogramma (SBP). Zo’n programma wordt in overleg met de betrokken doelgroepen en experten opgesteld door of in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en vastgesteld door de bevoegde minister. Het omvat een aantal maatregelen met als doel ervoor te zorgen dat een soort (of meerdere soorten) binnen Vlaanderen in een gunstige staat verkeren. Een soortenbeschermingsprogramma wordt door de minister vastgesteld en heeft in principe een looptijd van 5 jaar. Daarna kan het op basis van een evaluatie worden verdergezet, al dan niet met de nodige aanpassingen of, indien de soort voldoende vooruitgang heeft geboekt richting gunstige staat, overgegaan op andere instrumenten. Maatregelen opgenomen in een SBP zijn wettelijk niet afdwingbaar bij derden, tenzij het gaat over bijkomende specifieke verboden (enkel mogelijk voor soorten uit categorie 3 van bijlage 1, Soortenbesluit) of afwijkingen op het Soortenbesluit. In dat geval wordt het SBP vastgesteld door de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, na advies van Minaraad en SALV (Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij). Wel moeten conform het natuurdecreet, art. 16 septies de beheerdoelstellingen en -maatregelen in een natuurbeheerplan in voorkomend geval in overeenstemming zijn met soortenbeschermingsprogramma’s. Zo geeft een SBP inhoudelijke sturing aan natuurbeheerplannen. Een SBP kan zowel voor Europees te beschermen soorten als voor andere voor Vlaanderen belangrijke soorten worden opgesteld. Op basis van een aantal criteria wordt een prioritering vastgelegd voor de soorten waarvoor een SBP dient opgemaakt te worden. Zo wordt er onder meer rekening gehouden met de rode lijststatus en de oppervlaktebehoefte van soorten, maar ook met de nood aan ecologische verbindingen en of er andere soorten kunnen mee profiteren van de beschermingsmaatregelen. Er zijn soortenbeschermingsprogramma's opgesteld voor de soorten van de Antwerpse haven, de Bever, de Gladde slang, de Grauwe kiekendief, de Grauwe klauwier, de Hamster, de Hazelmuis, de Heivlinder, de Knoflookpad, de Roerdomp, de Vroedmeesterpad, de Kwartelkoning en drie vissoorten (d.i. Beekprik, Rivierdonderpad en Kleine modderkruiper). De data zelf bestaat uit twee afzonderlijk geografische bestanden: de SBP’s voor de vissen en de SBP’s voor de andere soorten. Het verschil tussen de bestanden is dat de eerste uit lijnvormige elementen bestaat, het tweede bestand bestaat uit vlakvormige elementen (polygonen). De data verwijzen naar de tekstversie van de goedgekeurde, respectievelijke SBP’s en vormen de contouren van de hierin vermelde projectgebieden. Deze lagen zijn enkel een hulpmiddel, o.a. in het kader van natuurbeheerplannen, vergunning- of adviesverlening. Voor de interpretatie van deze lagen verwijzen we naar de respectievelijke SBP’s. In de aangeboden bestanden zijn de projectgebieden van de SBP’s voor de soorten van de Antwerpse haven, de Bever en de Vleermuizen niet opgenomen. Momenteel worden 4 SBP's per jaar opgemaakt en vastgesteld. De bestanden worden geactualiseerd bij vaststelling van nieuwe, dan wel de beëindiging van lopende SBP's. De data werden geactualiseerd begin 2019: de goedgekeurde data van de SBP Porseleinhoen, Bruine kiekendief en Boomkikker werden toegevoegd. Een jaar later werd de data aangevuld met de data van de SBP van Heikikker, Kamsalamander, Poelkikker en Rugstreeppad. In oktober 2021 werden volgende soortenbeschermingsprogramma's toegevoegd: de Zomertortel, het Vliegend hert, de Grote modderkruiper en Weidevogels met focus op grutto en wulp. De data van het afgelopen SBP voor de Kwartelkoning worden sinds die datum niet meer aangeboden.

  • Deze hoogtekaarten stellen de gemodelleerde hoogte (mTAW) voor van de top van de hydrogeologische eenheden 'Hoogtekaart Top hydrogeologische eenheden' is een kaartlaag die deel uitmaakt van de dataset 'H3O-De Kempen - Hydrogeologie'.

  • Deze hoogtekaarten stellen de gemodelleerde hoogte (mTAW) voor van de top van de geologische eenheden 'Hoogtekaart Top geologische eenheden' is een kaartlaag die deel uitmaakt van de dataset 'H3O-De Kempen - Geologie'.

  • Dit deel van H3O-Roerdalslenk, 'H3O-Roerdalslenk - Geologie', omvat in totaal de breuken, de hoogte van de top, de dikte en de hoogte van de basis van de 24 modeleenheden die samen het geologische lagenmodel vormen.

  • Deze puntenkaart geeft de boringen weer die voor het model van een welbepaalde eenheid gebruikt zijn. Boringen is een kaartlaag die deel uitmaakt van de dataset 'H3O-De Kempen - Geologie'.

  • Dit deel van 'H3O-De Kempen - Hydrogeologie' omvat de breuken, de hoogte van de top, de dikte en de hoogte van de basis van de 51 modeleenheden die samen het hydrogeologische lagenmodel vormen.

  • Deze lijnenkaart stellen de breuken voor die tot in de basis van de betreffende eenheid of door de eenheid, tot in een ondiepere eenheid doorwerken. Breuken is een kaartlaag die deel uitmaakt van de dataset 'H3O-De Kempen - Geologie'.

  • Deze diktekaarten stellen de gemodelleerde dikte (m) voor van de van de geologische eenheden 'Diktekaarten geologische eenheden' is een kaartlaag die deel uitmaakt van de dataset 'H3O-De Kempen - Geologie'.

  • Deze hoogtekaarten stellen de gemodelleerde basis (mTAW) voor van de van de hydrogeologische eenheden 'Hoogtekaarten basis hydrogeologische eenheden' is een kaartlaag die deel uitmaakt van de dataset 'H3O-De Kempen - Hydrogeologie'.

  • H3O - De Kempen is een (hydro)geologisch 3-dimensionaal model van de ondergrond van de Belgisch-Nederlandse grensstreek van Midden-Brabant / De Kempen. Het grensoverschrijdende karakter van de modellering staat centraal. Daarbij werden de Cenozoïsche (Quartaire, Neogene en Paleogene) afzettingen in de Belgisch-Nederlandse grensstreek van Midden-Brabant / De Kempen Het H3O-project leidde tot één geologisch en één hydrogeologisch model van het Cenozoïcum. Zowel in deze modellen als tussen deze breukvlakken komen nu langs de Belgisch-Nederlandse grens van het projectgebied geen aansluitingsproblemen meer voor. Daarnaast werd een correlatie tussen Belgische en Nederlandse lithostratigrafische eenheden uitgevoerd ten behoeve van de (hydro) geologische modellering van de ondergrond. Door deze correlaties vormen de geologische en hydrogeologische interpretaties en modellen een onderling consistent geheel. Het projectgebied sluit in het zuidoosten aan op dat van het eerste project H3O – Roerdalslenk. De resultaten van H3O-Roerdalslenk werden opgeleverd in zowel het Nederlandse als het Belgische coördinatenstelsel en referentieniveau. Voor Vlaanderen is dit het referentiestelsel Belge Lambert 1972 en TAW (Tweede Algemene Waterpassing) en voor Nederland in RD en NAP (Nieuw Amsterdams Peil). Het H3O-Roerdalslenk-project werd in 2012 opgestart en gepubliceerd in juli 2014. Dit onderzoek werd uitgevoerd door TNO, Geologische Dienst Nederland en VITO in samenwerking met de Belgische Geologische Dienst.