Format

GML

3761 record(s)
 
Type of resources
Available actions
Service types
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 3761
  • Agentschap Informatie Vlaanderen onderhoudt een kopie van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), de authentieke bron waar alle basisgegevens van ondernemingen en vestigingseenheden verzameld zijn. Deze kopie wordt verrijkt met extra gegevens uit andere relevante bronnen wat een verrijkte databank oplevert, genaamd de VKBO in beheer van Agentschap Informatie Vlaanderen. Een van deze verrijkingen is de vertaling van het adres uit KBO naar adres(sen) en adrespositie(s) volgens de CRAB-standaard (Centraal Referentieadressenbestand) voor zover de kwaliteit van het adres in KBO een vertaling toelaat. Deze dataset laat toe om een beeld te krijgen van de ondernemingen en vestigingseenheden op kaart (beperkt tot de publiek beschikbare gegevens). Het betreft alle ondernemingen met een KBO-status actief, een adres in Vlaanderen en van het type rechtspersoon. Daarnaast alle vestigingseenheden met een KBO-status actief, een adres in Vlaanderen en gerelateerd aan de ondernemingen type natuurlijk persoon en rechtspersoon met een KBO-status actief.

  • In de Databank Ondergrond Vlaanderen zijn verschillende grondwatermeetnetten opgenomen. Deze meetnetten staan in functie van uitgebreide monitoringprogramma’s met de bedoeling een goed beeld te krijgen van de beschikbare grondwaterkwantiteit en grondwaterkwaliteit van de watervoerende lagen in Vlaanderen. Deze kaartlaag toont alle watermonsters die in de meetnetten opgenomen zijn.

  • Het Grootschalig Referentiebestand (GRB) of Basiskaart Vlaanderen is een geografisch informatiesysteem dat dient als topografische referentie voor Vlaanderen. Het is een gemeenschappelijke geografische basis waarop alle gebruikers eigen gegevens kunnen enten. Het GRB bevat enkel geografische en kenmerkende informatie van goed definieerbare, conventioneel aanvaarde referentiegegevens: gebouwen, percelen, wegen en hun inrichting, waterlopen, spoorbanen en het wegennetwerk. Deze objecten worden gedetailleerd en nauwkeurig opgemeten zodat de gegevens bruikbaar zijn in een grootschalige voorstelling met een schaalbereik tussen 1/250 en 1/5000.

  • Ambtsgebied van Polderbesturen met de bijhorende administratieve informatie. Een polder is een openbaar bestuur met als opdracht in haar ambtsgebied een gunstige waterhuishouding tot stand te brengen voor de landbouw en de algemene volksgezondheid, rekening houdende met de beginselen van het decreet betreffende het integraal waterbeleid en het uitvoeren van het deelbekkenbeheerplan.

  • Sinds 1 januari 2019 is een nieuw Mestdecreet van kracht in Vlaanderen, het ‘Decreet houdende wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het Mestdecreet van 22 december 2006, wat de implementatie van het zesde mestactieprogramma betreft’. Europa zette Vlaanderen aan tot een meer doorgedreven aanpak van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater. Het Mestdecreet, ook wel MAP 6 (Mest Actie Plan 6) genoemd, heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voert dit decreet uit. De gebiedstype-indeling in MAP 6 vervangt de vroegere afbakening van de focusgebieden nitraat mestdecreet. De nieuwe indeling bestaat uit vier gebiedstypes en daar worden verschillende gebiedsgerichte maatregelen ingezet. Zo wil men op termijn de waterkwaliteitsdoelstellingen realiseren. Het zesde mestactieplan (MAP 6) voorziet in een tweejaarlijkse herziening van de indeling van de gebiedstypes. Dat gebeurt op basis van de recentste nitraatmetingen in het oppervlakte- en grondwater in landbouwgebied, uitgevoerd door de Vlaamse Milieumaatschappij. De nieuwe kaart met gebiedstypes die zal gelden in de periode 2021-2022 werd op 27 november 2020 door de Vlaamse Regering vastgelegd. Concreet worden de gebiedstypes nitraat mestdecreet afgebakend als volgt: - Afstroomzones van de Vlaamse waterlichamen als basis Deze zones worden gebruikt als geografische basiseenheid voor de indeling in de verschillende gebiedstypes. In totaal zijn er 265 afstroomzones, naargelang de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes. - Beoordeling van het oppervlaktewater De beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit vormt de vertrekbasis. De gemiddelde nitraatconcentratie van de MAP-meetpunten is de indicator om de globale impact van de landbouw op de oppervlaktewaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. De streefwaarde voor de gemiddelde nitraatconcentratie bedraagt 18 mg nitraat/l. Deze streefwaarde is afgeleid op basis van data-analyse en is de vertaalslag van de grenswaarde voor nitraatstikstof tussen een goede en matige toestand van de oppervlaktewaterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water. Deze grenswaarde bedraagt 10 mg nitraatstikstof/l, wat overeenkomt met 44,3 mg nitraat/l, als 90ste percentielwaarde. Dit betekent concreet dat 90% van de metingen moet voldoen aan deze grenswaarde. Naar gelang de doelafstand tot de streefwaarde wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes oppervlaktewater. - Beoordeling grondwater De gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste filter van de grondwatermeetpunten is een goede indicator om de globale impact van de landbouw op de grondwaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. Omwille van de langere reistijden naar het grondwater, wordt er ook rekening gehouden met de trend van de nitraatconcentratie bij de gebiedstype-indeling voor grondwater. - Gebiedstype-indeling op basis van oppervlakte- en grondwater Om tot een definitieve afbakening te komen, wordt de afbakening op basis van het criterium oppervlaktewater gecombineerd met het criterium grondwater. De gebiedstype-indeling op basis van het oppervlaktewater vormt de basis en wordt naargelang het resultaat van de grondwaterbeoordeling, verhoogd met +1 (tot een maximum van 3). Afstroomzones die na de combinatie van oppervlakte- en grondwater gebiedstype 0 zijn maar waar de 90ste percentielwaarde van alle metingen in oppervlaktewatermeetpunten (op basis van winterjaren 2016-2017, 2017-2018 en 2018-2019) hoger is dan 44,3 mg nitraat/l worden bijkomend aangeduid als gebiedstype 1.

  • Vectorieel bestand van elementen uit het vervoersnetwerk zoals bedoeld in het INSPIRE thema Wegvervoernetwerk. Het netwerk van wegen en bijhorende attributen zijn afkomstig uit het Wegenregister.

  • Vectorieel bestand van adressen zoals bedoeld in het INSPIRE thema Adressen. De adressen zijn afkomstig uit het Adressenregister (CRAB).

  • Vectorieel bestand van gebouwen zoals bedoeld in het INSPIRE-thema Gebouwen. De gebouwen zijn afkomstig uit het Gebouwenregister.

  • Overzicht van de werkingsgebieden van de door de Vlaamse Regering erkende wildbeheereenheden zoals bedoeld in Art 12 van het Jachtdecreet. Een wildbeheereenheid is een door de Vlaamse Regering erkend samenwerkingsverband tussen jachtrechthouders binnen een ruimtelijk begrensd gebied (het zg. WBE-werkingsgebied). Het werkingsgebied van een wildbeheereenheid omvat verschillende jachtterreinen waarop aan planmatig wildbeheer wordt gedaan, gericht op het handhaven en/of ontwikkelen van een ecologisch verantwoord wildbestand als onderdeel van een breder faunabeheer. De ligging en oppervlakte van het werkingsgebieden vormen belangrijke voorwaarden om als wildbeheereenheid erkend te worden (en blijven) door de Vlaamse overheid.

  • Overzicht van de jachtterreinen die opgenomen zijn op goedgekeurde jachtplannen. Een jachtterrein is een aaneengesloten terrein, dat uit één of meer percelen bestaat waarop eenzelfde jachtrechthouder of een groep van jachtrechthouders het jachtrecht heeft. De goedkeuring van een jachtplan is in overeenstemming met Afdeling 1 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende de administratieve organisatie van de jacht in het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 (B.S. 12 juni 2014). Een voorstel van jachtplan moet jaarlijks voor 1 april door een jachtrechthouder of de wildbeheereenheid ingediend worden bij de arrondissementscommissaris van de provincie waarin het jachtterrein of het grootste gedeelte ervan ligt. De betrokken arrondissementscommissaris keurt voor 1 juli het jachtplan goed, nadat hij eventueel aanpassingen heeft aangebracht, overeenkomstig artikel 31 en 32 van bovengenoemd Besluit. Een jachtplan kan worden aangepast in de loop van een jachtseizoen. Een aanpassing kan echter geen betrekking hebben op een uitbreiding van het jachtterrein. Indien geen nieuw voorstel van jachtplan of een verklaring van behoud van een ongewijzigd jachtplan wordt ingediend vóór 1 april van een lopend jaar, vervalt de goedkeuring van het jachtplan van het vorige jaar automatisch op 1 juli.