Format

GML

2916 record(s)
 
Type of resources
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 2916
  • Agentschap Informatie Vlaanderen onderhoudt een kopie van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), de authentieke bron waar alle basisgegevens van ondernemingen en vestigingseenheden verzameld zijn. Deze kopie wordt verrijkt met extra gegevens uit andere relevante bronnen wat een verrijkte databank oplevert, genaamd de VKBO in beheer van Agentschap Informatie Vlaanderen. Een van deze verrijkingen is de vertaling van het adres uit KBO naar adres(sen) en adrespositie(s) volgens de CRAB-standaard (Centraal Referentieadressenbestand) voor zover de kwaliteit van het adres in KBO een vertaling toelaat. Deze dataset laat toe om een beeld te krijgen van de ondernemingen en vestigingseenheden op kaart (beperkt tot de publiek beschikbare gegevens). Het betreft alle ondernemingen met een KBO-status actief, een adres in Vlaanderen en van het type rechtspersoon. Daarnaast alle vestigingseenheden met een KBO-status actief, een adres in Vlaanderen en gerelateerd aan de ondernemingen type natuurlijk persoon en rechtspersoon met een KBO-status actief.

  • Het Grootschalig Referentiebestand (GRB) is een geografisch informatiesysteem dat dient als topografische referentie voor Vlaanderen. Het is een gemeenschappelijke geografische basis waarop alle gebruikers eigen gegevens kunnen enten. Het GRB bevat enkel geografische en kenmerkende informatie van goed definieerbare, conventioneel aanvaarde referentiegegevens: gebouwen, percelen, wegen en hun inrichting, waterlopen, spoorbanen en het wegennetwerk. Deze objecten worden gedetailleerd en nauwkeurig opgemeten zodat de gegevens bruikbaar zijn in een grootschalige voorstelling met een schaalbereik tussen 1/250 en 1/5000.

  • In de Databank Ondergrond Vlaanderen zijn verschillende grondwatermeetnetten opgenomen. Deze meetnetten staan in functie van uitgebreide monitoringprogramma’s met de bedoeling een goed beeld te krijgen van de beschikbare grondwaterkwantiteit en grondwaterkwaliteit van de watervoerende lagen in Vlaanderen. Deze kaartlaag toont alle watermonsters die in de meetnetten opgenomen zijn.

  • De analyse van gravimetrische data in het kader van onderzoek naar het Brabant Massief werd uitgevoerd in 2004 door de British Geological Survey in samenwerking met GF Consult bvba en de Belgische Geologische Dienst onder toezicht van GF Consult. De studie werd uitgevoerd in opdracht van de Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie (ANRE), Departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (VLA04-3.1). De studie werd geïntegreerd in de eerder uitgevoerde studie met betrekking tot de aëromagnetische data van het Brabant Massief. Deze kaartlaag geeft de nieuwe meetpunten weer die verwerkt werden in deze studie, met meetwaarden van de Bouguer graviteit. Er zijn geen data gegeven voor de Antwerpse Kempen en de Westhoek omdat voor deze gebieden oudere data verwerkt werden (VLA02-7.3).

  • Het Decreet op de Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 (verder DRO) bepaalt dat het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) vervangen wordt door zogenaamde ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's). Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van dergelijke strategische beleidsplannen. Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting. Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg een ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden). Artikel 63 van het DRO bepaalt dat gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen zones kunnen aanduiden waar een recht van voorkoop geldt. Dit wordt mee opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Bovendien kunnen meerdere instanties begunstigd worden. Het ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt aldus de rangorde. Volgens het DRO worden er RUPs opgemaakt op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau (art 37). Deze dataset is voorlopig nog in opbouw.

  • Bestand met begrenzing van de aangewezen Vlaamse natuurreservaten (eigendom van het Vlaams Gewest). De inventaris werd bijgewerkt op 22 december 2020. De bestaande data werd vervangen nav de gewijzigde wetgeving ivm Natuurbeheerplannen. De data bevat niet enkel de aangewezen reservaten (oude wetgeving) en hun uitbreiding, maar bevat voortaan ook de Beheerplannen Type 4 van de reservaten waar het Vlaams Gewest eigenaar is.

  • Bepaalde percelen met een lage erosiegevoeligheid op de potentiële bodemerosiekaart kunnen door hun specifieke ligging toch een belangrijke rol spelen in de bodemerosieproblematiek. Zo kunnen licht hellende gronden bovenop een plateau (plateaugronden) aan de bron liggen van bodemerosie op de eronder liggende percelen doordat zij afstromend water genereren. Valleigronden daarentegen ontvangen veel water van hoger gelegen percelen en kunnen daardoor getroffen worden door ernstige bodemerosie ondanks hun intrinsieke lage erosiegevoeligheid. Dergelijke percelen kunnen op aanvraag ingedeeld worden als 'andere erosiegerelateerde gronden'. Aan deze percelen wordt dan een code A toegekend. Daardoor wordt het mogelijk een beheerovereenkomst erosiebestrijding af te sluiten. Deze datalaag bevat de meest recente afbakeningen van andere erosiegerelateerde gronden in de vorm van geografische eenheden. De afbakening is onafhankelijk van de jaarlijks wijzigende perceelsgrenzen. Alle huidige en toekomstige percelen met een zeer lage tot verwaarloosbare bodemerosie die binnen de 'andere erosiegerelateerde gronden' vallen, krijgen automatisch de code A toegewezen.

  • De Vlaamse Regering wenst de herontwikkeling van verlaten bedrijventerreinen (zg. brownfields ) te stimuleren en te faciliteren door het afsluiten van convenanten met projectontwikkelaars en investeerders. Via zo’n convenant krijgen projectontwikkelaars en investeerders een aantal juridisch-administratieve en financiële voordelen bij de ontwikkeling van braakliggende en onderbenutte bedrijventerreinen. Daarmee wil de Vlaamse Regering hen ertoe aanzetten bij voorkeur verlaten sites (brownfields) te hergebruiken in plaats van nieuwe gebieden (greenfields) aan te snijden voor de ontwikkeling van industriële activiteiten, woningbouw of recreatie.

  • De dataset bevat volgende onderdelen: Planningszones met economische bestemming: overzicht van toekomstige economische zones of omvorming van bestaande zones naar een niet-economische bestemming uit ontwerp-(her)bestemmingsplannen die een openbaar karakter hebben. Het zijn plannen in de fase waar de datum van de plenaire vergadering gekend is of waarvan de plenaire vergadering reeds heeft plaatsgevonden. Bedrijventerreinen ontwikkeling: bestemde(deel)terreinen met een lopende ontwikkeling of (deel)terreinen die (nog) niet ontwikkeld zijn. Bedrijventerreinen: bestemde terreinen zoals deze in werkelijkheid bestaan. een object uit dit onderdeel omvat alle gebruikspercelen die binnen een juridisch plan met economische bestemming vallen, eventueel aangevuld met aangrenzende gebruikspercelen die een economisch gebruik hebben. Gebruikspercelen: overzicht van de gebruikspercelen waarvoor o.a. de bebouwing, functie, gebruik en beschikbaarheid worden verzameld. Met gebruikspercelen wordt bedoeld de visueel waarneembare (al dan niet bebouwde) kavel, die uit een deel of meerdere kadastrale percelen kan bestaan. De bronnen voor bovenstaande onderdelen zijn volgende juridische plannen: gewestplan, (bijzondere) plannen van aanleg (BPA) of ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).

  • Overzicht van reiswegen (vaste verbindingstrajecten in de ene of de andere richting) van voertuigen (bussen, trams) van de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn. Alleen de publieke ritten zijn opgenomen (niet-publieke ritten zijn lege ritten van of naar de stelplaats, lege ritten van eindhalte naar beginhalte en ritten t.b.v. leerlingenvervoer edm. (“extra dienst”)). Ook de reiswegen van belbussen zijn niet opgenomen.