From 1 - 10 / 43
  • Cijfers van de gemeente over: ammoniak emissies veeteelt, grondwater actiegebieden, grondwater putwater, hittegolf dagen, temperatuur, luchtkwaliteit, riolering en waterzuivering, rioleringskost, uitstoot fijn stof gebouwenverwarming, waterfactuur, bekkenwerking, gebiedsspecifieke actie, pesticide, waterkwaliteit waterlopen, overstroombare gebieden en gebouwen en ten slotte signaalgebieden.

  • Een agromilieumaatregel is een vrijwillige overeenkomst die de landbouwer afsluit met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) of het Agentschap voor Landbouw en Visserij voor een periode van 5 jaar, meestal op perceelsniveau. De overeenkomst kan betrekking hebben op het natuurbeheer op een landbouwbedrijf, het realiseren van bepaalde milieudoelstellingen, het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethodes of het behoud van de genetische diversiteit. In ruil voor deze extra inspanningen ontvangt de landbouwer een vergoeding van de overheid. Agromilieumaatregelen in samenwerking met de VLM, heten ook beheerovereenkomsten. Deze overheidssteun naar landbouwers toe, maakt deel uit van het Vlaamse plattelandsbeleid en de tweede pijler van het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid.

  • Weergave van de evolutie weer van de strengheid van het milieubeleid in Vlaanderen sinds 2000.

  • Natuurlijke ecosystemen, akkergewassen en seminatuurlijke vegetatie kunnen ook schade ondervinden door blootstelling aan troposferisch ozon. Dit kan zich uiten in bladverkleuring, bladverlies, vertraagde groei of zelfs afsterven. Bij gewassen leidt dit tot opbrengstvermindering. Ecologisch gezien beïnvloedt ozon de samenstelling en het functioneren van het ecosysteem, wat ernstige gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit.

  • Deze indicator brengt de lozingen van zware metalen in industrieel afvalwater in beeld. Het gaat met name om arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb) en zink (Zn) . Het betreft hier lozingen ter hoogte van het bedrijfsterrein, er wordt dus geen rekening gehouden met eventuele zuivering op een openbare RWZI. Die lozingen worden ook bruto-emissies genoemd.

  • De verkeersintensiteit van het wegverkeer, de belangrijkste deelsector binnen de sector transport, wordt uitgedrukt in voertuigkilometers van zowel het personen- als goederenvervoer. Voor Vlaanderen is er geen continue datareeks voorhanden voor het aantal kilometer afgelegd met het vliegtuig. De activiteit van het vliegverkeer wordt daarom uitgedrukt in aantal passagiers, hoeveelheid vervoerde vracht en aantal vliegbewegingen (totaal aantal stijgen en dalen). De Vlaamse luchthavens zijn Zaventem, Antwerpen, Oostende en Kortrijk-Wevelgem.

  • Het toont de evolutie van de primaire energiebesparing gerealiseerd door inzet van warmte-krachtkoppeling (WKK) in Vlaanderen sinds 2007.

  • Deze indicator omvat het niet-selectief ingezamelde deel van het huishoudelijk afval en bestaat uit het huis-aan-huis ingezamelde huisvuil (inclusief het sorteerresidu van het PMD), het grofvuil dat huis-aan-huis en op het containerpark wordt ingezameld, en het gemeentevuil.

  • Bij het gebruik van sommige pesticiden bestaat het gevaar dat zij of hun afbraakproducten in het grondwater terechtkomen. Daar kunnen ze nog lange tijd voor verontreiniging zorgen. Vooral moeilijk afbreekbare middelen die een grote mobiliteit vertonen omwille van een goede wateroplosbaarheid en een lage adsorptiecapaciteit aan bodemdeeltjes, vormen een potentieel gevaar voor het grondwater. Verder wordt de verspreiding van pesticiden bepaald door de kenmerken van de aanwezige watervoerende lagen, zoals de doorlatendheid, de hydraulische gradiënt en de aan-/afwezigheid van adsorberende stoffen. Pesticiden en hun metabolieten worden omwille van hun milieuvreemde externe afkomst en recente toepassing bijna uitsluitend in de freatische (ondiepe) watervoerende lagen aangetroffen.

  • Deze indicator toont de reële dierlijke mestproductie en het mestgebruik in de landbouw, uitgedrukt in massa nutriënten stikstof (N) en fosfor (P). De reële dierlijke mestproductie sommeert de mestproductie van runderen, varkens, pluimvee en overige dieren (schapen,geiten, paarden…). Het mestgebruik geeft weer hoeveel nutriënten (N en P) uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwbodem worden afgezet. De indicator dierlijke mestproductie is sterk gekoppeld met de grootte van de veestapel. Mest dat niet milieuvriendelijk kan toegepast worden in de landbouw draagt bij tot de achteruitgang van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit en tot een verhoogde depositie van verzurende en vermestende stoffen.