denominator

5000

2098 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 2098
  • Het Decreet op de Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 (verder DRO) bepaalt dat het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) vervangen wordt door zogenaamde ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's). Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van dergelijke strategische beleidsplannen. Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting. Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg een ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden). Artikel 63 van het DRO bepaalt dat gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen zones kunnen aanduiden waar een recht van voorkoop geldt. Dit wordt mee opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Bovendien kunnen meerdere instanties begunstigd worden. Het ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt aldus de rangorde. Volgens het DRO worden er RUPs opgemaakt op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau (art 37). Deze dataset is voorlopig nog in opbouw.

  • Vectorieel bestand met de assen van bevaarbare waterlopen (waterwegen), onbevaarbare-geklasseerde en een aantal niet-geklasseerde waterlopen. Onderdeel van de Vlaamse Hydrografische Atlas. Dit bestand wordt bijgehouden in een samenwerkingsverband van de Vlaamse provincies en Vlaams-gewestelijke instellingen, waarbij de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM als centrale beheerder optreedt. Alle wijzigingen in waterlopen worden gecentraliseerd en in de beheersomgeving opgenomen.

  • Vectorieel bestand met de indeling van Vlaanderen in hydrografische zones. De kleinste onderverdeling (vha-zones) zijn captatiezones van een VHA-waterloop of deel van een VHA-waterloop. Deze zones zijn geaggregeerd tot op het niveau van deelbekkens en bekkens, zoals bedoeld in het decreet integraal waterbeleid. De ligging van de grenzen van de VHA-zones is o.a. gebaseerd op afwatering via oppervlaktewater, reliëf en op vergelijkbare oppervlaktes van de zones. Dit bestand vormt een onderdeel van de Vlaamse Hydrografische Atlas.

  • Samengesteld vectorieel bestand van hydrografische elementen zoals bedoeld in het INSPIRE thema Hydrografie - fysieke wateren. De bekkens en afstroomgebieden zijn afkomstig uit de Vlaamse Hydrografische Atlas. De elementen waterloop, kust en kustlijnconstructie zijn onderdeel van het Grootschalig Referentiebestand (GRB).

  • Vectorieel bestand van hydrografische elementen zoals bedoeld in het INSPIRE thema Hydrografie - netwerk. De waterlooplinken zijn afkomstig uit de Vlaamse Hydrografische Atlas.

  • Vectorieel bestand met de indeling van Vlaanderen in hydrografische zones. De kleinste onderverdeling (vha-zones) zijn captatiezones van een VHA-waterloop of deel van een VHA-waterloop. Deze zones zijn geaggregeerd tot op het niveau van deelbekkens en bekkens, zoals bedoeld in het decreet integraal waterbeleid. De ligging van de grenzen van de VHA-zones is o.a. gebaseerd op afwatering via oppervlaktewater, reliëf en op vergelijkbare oppervlaktes van de zones. Dit bestand vormt een onderdeel van de Vlaamse Hydrografische Atlas.

  • Vectorieel bestand met de assen van bevaarbare waterlopen (waterwegen), onbevaarbare-geklasseerde en een aantal niet-geklasseerde waterlopen. Onderdeel van de Vlaamse Hydrografische Atlas. Dit bestand wordt bijgehouden in een samenwerkingsverband van de Vlaamse provincies en Vlaams-gewestelijke instellingen, waarbij de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM als centrale beheerder optreedt. Alle wijzigingen in waterlopen worden gecentraliseerd en in de beheersomgeving opgenomen.

  • Sinds 1 januari 2019 is een nieuw Mestdecreet van kracht in Vlaanderen, het ‘Decreet houdende wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het Mestdecreet van 22 december 2006, wat de implementatie van het zesde mestactieprogramma betreft’. Europa zette Vlaanderen aan tot een meer doorgedreven aanpak van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater. Het Mestdecreet, ook wel MAP 6 (Mest Actie Plan 6) genoemd, heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voert dit decreet uit. De gebiedstype-indeling in MAP 6 vervangt de vroegere afbakening van de focusgebieden nitraat mestdecreet. De nieuwe indeling bestaat uit vier gebiedstypes en daar worden verschillende gebiedsgerichte maatregelen ingezet. Zo wil men op termijn de waterkwaliteitsdoelstellingen realiseren. Het zesde mestactieplan (MAP 6) voorziet in een tweejaarlijkse herziening van de indeling van de gebiedstypes. Dat gebeurt op basis van de recentste nitraatmetingen in het oppervlakte- en grondwater in landbouwgebied, uitgevoerd door de Vlaamse Milieumaatschappij. De nieuwe kaart met gebiedstypes die zal gelden in de periode 2021-2022 werd op 27 november 2020 door de Vlaamse Regering vastgelegd. Concreet worden de gebiedstypes nitraat mestdecreet afgebakend als volgt: - Afstroomzones van de Vlaamse waterlichamen als basis Deze zones worden gebruikt als geografische basiseenheid voor de indeling in de verschillende gebiedstypes. In totaal zijn er 265 afstroomzones, naargelang de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes. - Beoordeling van het oppervlaktewater De beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit vormt de vertrekbasis. De gemiddelde nitraatconcentratie van de MAP-meetpunten is de indicator om de globale impact van de landbouw op de oppervlaktewaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. De streefwaarde voor de gemiddelde nitraatconcentratie bedraagt 18 mg nitraat/l. Deze streefwaarde is afgeleid op basis van data-analyse en is de vertaalslag van de grenswaarde voor nitraatstikstof tussen een goede en matige toestand van de oppervlaktewaterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water. Deze grenswaarde bedraagt 10 mg nitraatstikstof/l, wat overeenkomt met 44,3 mg nitraat/l, als 90ste percentielwaarde. Dit betekent concreet dat 90% van de metingen moet voldoen aan deze grenswaarde. Naar gelang de doelafstand tot de streefwaarde wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes oppervlaktewater. - Beoordeling grondwater De gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste filter van de grondwatermeetpunten is een goede indicator om de globale impact van de landbouw op de grondwaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. Omwille van de langere reistijden naar het grondwater, wordt er ook rekening gehouden met de trend van de nitraatconcentratie bij de gebiedstype-indeling voor grondwater. - Gebiedstype-indeling op basis van oppervlakte- en grondwater Om tot een definitieve afbakening te komen, wordt de afbakening op basis van het criterium oppervlaktewater gecombineerd met het criterium grondwater. De gebiedstype-indeling op basis van het oppervlaktewater vormt de basis en wordt naargelang het resultaat van de grondwaterbeoordeling, verhoogd met +1 (tot een maximum van 3). Afstroomzones die na de combinatie van oppervlakte- en grondwater gebiedstype 0 zijn maar waar de 90ste percentielwaarde van alle metingen in oppervlaktewatermeetpunten (op basis van winterjaren 2016-2017, 2017-2018 en 2018-2019) hoger is dan 44,3 mg nitraat/l worden bijkomend aangeduid als gebiedstype 1.

  • Deze laag geeft de isohypsen van de basis van A0130, zoals gedefinieerd in het Hydrogeologische 3D model van de Vlaamse ondergrond - versie 2.1. Het Hydrogeologisch 3D model is opgemaakt in het kader van de beheersovereenkomst van de Vlaamse overheid met VITO, onder de noemer VLAKO, in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij

  • Deze laag geeft de voorkomensgrenzen van A1032, zoals gedefinieerd in het Hydrogeologische 3D model van de Vlaamse ondergrond - versie 2.1. Het Hydrogeologisch 3D model is opgemaakt in het kader van de beheersovereenkomst van de Vlaamse overheid met VITO, onder de noemer VLAKO, in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij