denominator

20000

46 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 46
  • Team Vlaamse Hydrografie (TVH) beschikt over een peildatabank, die gedetailleerde peildata bevat sinds 1970 tot heden van het Belgisch Continentaal Plat (BCP), Westerschelde, Zeeschelde, Kanaal Gent-Terneuzen en de havens Nieuwpoort, Oostende, Zeebrugge en Gent.

  • De GIS-laag bevat alle historisch permanente graslanden (HPG) en alle permanente graslanden (in VEN) in Vlaanderen die beschermd zijn door de natuurwetgeving, zij het door een verbod , zij het door vergunningsplicht voor het wijzigen van deze graslanden (art. 7 en 8 van het BVR van 23/07/1998 voor de historisch permanente graslanden, artikel 25§3 ten 2e van het Natuurdecreet en artikel 6 van het maatregelenbesluit voor de permanente graslanden gelegen in VEN). Binnen de landbouwstreek de polder werden de historisch permanente graslanden en hun beschermingsstatus vastgelegd door de VR op 27/11/2015. Buiten de landbouwstreek de polder heeft de VR de HPG niet juridisch verankerd op kaart, zodat het hier louter om een informatieve kaart gaat. Buiten de landbouwstreek de Polder werd de biologische waarderingskaart conform het BVR van 23/07/1998 (Bijlage IV en V) gebruikt als basis voor de aanduiding van de graslanden, gecorrigeerd met de teeltplannen van de verzamelaanvraag landbouw voor de periode 2011-2016. De HPG waarvoor een verbod geldt voor het wijzigen van het grasland zijn aangeduid in het rood, deze waarvoor een vergunningsplicht geldt zijn aangeduid in oranje kleur. De graslanden die enkel onder de ecologisch kwetsbaar blijvende graslanden (EKBG) regelgeving van landbouw vallen worden aangeduid met een rode arcering in stippellijn. De beschermingsstatus kan geraadpleegd worden in het veld “statuut” en op basis van de hiervoor genoemde kleurlegendes. Volgende beschermingsstatussen komen voor : • Verbod (rood): beschermd door de natuurwetgeving (HPG door artikel 7 BVR van 23/07/1998, permanente graslanden door het artikel 25 natuurdecreet en artikel 6 van het maatregelenbesluit): verboden te wijzigen, zowel mechanisch, chemisch als door afbranden, evenals verbod op wijzigen reliëf en verbod op doorzaaien • Vergunning (oranje): beschermd door de natuurwetgeving (artikel 8 BVR van 23/07/1998): natuurvergunningsplicht voor het wijzigen, zowel mechanisch, chemisch als door afbranden evenals voor het wijzigen van het reliëf en het doorzaaien. • EKBG (rode arcering in stippellijn): beschermd door de landbouwwetgeving (EKBG): wijziging verboden zowel voor het mechanisch wijzigen als het wijzigen van het reliëf. Het veld “basis_statuut” geeft de juridische basis weer waarop de bescherming berust van de HPG en de permanente graslanden en de liggingen in gewestplanbestemmingen en overdrukken (habitatrichtlijn, vogelrichtlijn, beschermd landschap, VEN). Het veld “beperkingen” geeft weer welke bewerkingen verboden of vergunningsplichtig zijn.

  • Een bodemlocatie is ofwel een profielput of een boring. Een boring is altijd één puntlocatie (x,y,z) en een profielput heeft minimum één en maximum twee puntlocaties (begin- en eindpunt van de profielput). Een profielput is een uitgegraven put in de bodem waarin profielbeschrijvingen, monsternames of bodemobservaties worden uitgevoerd. Een profielbeschrijving is een waarneming van bodemhorizonten en/of bodemlagen in een uitgegraven profielput. Een bodemhorizont is een visueel te onderscheiden deel van de bodem dat ontstaan is door omzetting van het moedermateriaal door pedogenetische processen of door het afzetten van organisch materiaal. Een bodemhorizont heeft voor de meeste bodemvariabelen homogene morfologische en analytische karakteristieken. Een bodemlaag daarentegen is ontstaan door niet-pedogenetische processen. Aan de hand van een profielput krijg je een beeld van de bodemkundige opbouw. Een boring is het resultaat van het boren in de ondergrond met verwijdering van bodem door middel van een gereedschap in de vorm van een holle buis. Aan de hand van dit opgeboorde bodemmateriaal worden bodembeschrijvingen, bodemobservaties en monsternames uitgevoerd. De bodemlocaties uit de 'Aardewerk-Vlaanderen-2010' databank worden afzonderlijk ontsloten in de datasets 'Bodemprofielen kartering Belgische bodemkaart' en 'Oppervlaktemonsters kartering Belgische bodemkaart'.

  • De kaartlaag 'Infiltratiemetingen' bevat bodemlocaties met minsten één meting van Ksat (infiltratiemeting). Een bodemlocatie is ofwel een profielput of een boring. Een boring is altijd één puntlocatie (x,y,z) en een profielput heeft minimum één en maximum twee puntlocaties (begin- en eindpunt van de profielput). Een profielput is een uitgegraven put in de bodem waarin profielbeschrijvingen, monsternames of bodemobservaties worden uitgevoerd. Een profielbeschrijving is een waarneming van bodemhorizonten en/of bodemlagen in een uitgegraven profielput. Een bodemhorizont is een visueel te onderscheiden deel van de bodem dat ontstaan is door omzetting van het moedermateriaal door pedogenetische processen of door het afzetten van organisch materiaal. Een bodemhorizont heeft voor de meeste bodemvariabelen homogene morfologische en analytische karakteristieken. Een bodemlaag daarentegen is ontstaan door niet-pedogenetische processen. Aan de hand van een profielput krijg je een beeld van de bodemkundige opbouw. Een boring is het resultaat van het boren in de ondergrond met verwijdering van bodem door middel van een gereedschap in de vorm van een holle buis. Aan de hand van dit opgeboorde bodemmateriaal worden bodembeschrijvingen, bodemobservaties en monsternames uitgevoerd. De bodemlocaties uit de 'Aardewerk-Vlaanderen-2010' databank worden afzonderlijk ontsloten in de datasets 'Bodemprofielen kartering Belgische bodemkaart' en 'Oppervlaktemonsters kartering Belgische bodemkaart'.

  • Een bodemlocatie is ofwel een profielput of een boring. Een boring is altijd één puntlocatie (x,y,z) en een profielput heeft minimum één en maximum twee puntlocaties (begin- en eindpunt van de profielput). Een profielput is een uitgegraven put in de bodem waarin profielbeschrijvingen, monsternames of bodemobservaties worden uitgevoerd. Een profielbeschrijving is een waarneming van bodemhorizonten en/of bodemlagen in een uitgegraven profielput. Een bodemhorizont is een visueel te onderscheiden deel van de bodem dat ontstaan is door omzetting van het moedermateriaal door pedogenetische processen of door het afzetten van organisch materiaal. Een bodemhorizont heeft voor de meeste bodemvariabelen homogene morfologische en analytische karakteristieken. Een bodemlaag daarentegen is ontstaan door niet-pedogenetische processen. Aan de hand van een profielput krijg je een beeld van de bodemkundige opbouw. Een boring is het resultaat van het boren in de ondergrond met verwijdering van bodem door middel van een gereedschap in de vorm van een holle buis. Aan de hand van dit opgeboorde bodemmateriaal worden bodembeschrijvingen, bodemobservaties en monsternames uitgevoerd. De bodemlocaties uit de 'Aardewerk-Vlaanderen-2010' databank worden afzonderlijk ontsloten in de datasets 'Bodemprofielen kartering Belgische bodemkaart' en 'Oppervlaktemonsters kartering Belgische bodemkaart'.

  • Strategische geluidsbelastingskaart voor wegverkeer met meer dan 3 miljoen voertuigpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG, samen met impact aanvullende wegen. Het referentiejaar van deze data is 2016. Op de geluidskaart wordt aangegeven aan hoeveel geluid de omgeving wordt blootgesteld. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lnight. Het Lnight-niveau is het gemiddelde van de geluidsniveaus tijdens de nacht (23-07u) en is één van de geluidindicatoren die representatief zijn voor mogelijke, nachtelijke slaapverstoring. Deze geluidsbelastingskaarten worden geactualiseerd om de 5 jaar.

  • Strategische geluidsbelastingskaart voor belangrijke luchthaven(s) in Vlaanderen met meer dan 50.000 vliegbewegingen per jaar (excl. oefenvluchten met lichte vliegtuigen) volgens RL 2002/49/EG. De luchthaven van Brussels Airport is de enige luchthaven in Vlaanderen die aan de definitie van 'belangrijke luchthaven' volgens richtlijn 2002/49/EG voldoet. Het referentiejaar van deze data is 2016. Op de geluidskaart wordt de jaargemiddelde geluidsimmissie van de vliegbewegingen van en naar de luchthaven Brussels Airport weergegeven uitgedrukt in de parameter Lden. Het Lden-niveau is een gewogen jaargemiddeld geluidsdrukniveau over het etmaal waarbij de avond- en nachtniveaus relatief gezien zwaarder doorwegen, wat overeenkomt met de vaststelling dat geluidsoverlast ’s avonds en ’s nachts doorgaans als hinderlijker wordt ervaren. Uit Europees onderzoek blijkt dan ook dat een Lden een relatief goede voorspeller is van de mate waarin omwonenden hinder kunnen ondervinden. De strategische geluidsbelastingskaart in uitvoering van de RL 2002/49/EG wordt 5-jaarlijks geactualiseerd.

  • Strategische geluidsbelastingskaart voor wegverkeer met meer dan 3 miljoen voertuigpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG, samen met impact aanvullende wegen. Het referentiejaar van deze data is 2016. Op de geluidskaart wordt aangegeven aan hoeveel geluid de omgeving wordt blootgesteld. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lden. Het Lden-niveau is een gewogen jaargemiddeld geluidsdrukniveau over het etmaal waarbij de avond- en nachtniveaus relatief gezien zwaarder doorwegen, wat overeenkomt met de vaststelling dat geluidsoverlast ’s avonds en ’s nachts doorgaans als hinderlijker wordt ervaren. Uit Europees onderzoek blijkt dan ook dat een Lden een relatief goede voorspeller is van de mate waarin omwonenden hinder kunnen ondervinden.Deze geluidsbelastingskaarten worden geactualiseerd om de 5 jaar.

  • Strategische geluidsbelastingskaart voor spoorverkeer met meer dan 30 000 treinpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG, samen met impact aanvullende spoorwegen. Het referentiejaar van deze data is 2016. Op de geluidskaart wordt aangegeven aan hoeveel geluid de omgeving wordt blootgesteld. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lnight. Het Lnight-niveau is het gemiddelde van de geluidsniveaus tijdens de nacht (23-07u) en is één van de geluidindicatoren die representatief zijn voor mogelijke, nachtelijke slaapverstoring. Deze geluidsbelastingskaarten worden geactualiseerd om de 5 jaar.