denominator

100

13 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 13
  • Zones waar baggerspecie wordt gestort. In dit geval zijn de zones gesitueerd in de Noordzee en de Schelde tot aan Rupelmonde.

  • Een vaargeul is het deel van de (breedte van de) bodem van de vaarweg dat voor de scheepvaart door baggeren op een bepaalde minimale diepte gehouden moet worden. Deze vaargeul loopt vanaf de Noordzee door naar de Schelde tot aan Rupelmonde.

  • Een baggerzone is een zone waarbinnen werkzaamheden gebeuren die nodig zijn bij het weghalen van zand, slib en andere lagen van de waterbodem. Deze baggerzones liggen binnen de vaargeul op de Noordzee en de Schelde tot aan Rupelmonde.

  • Overstromingsgebieden en oeverzones:Overstromingsgebieden en oeverzones, ingesteld en afgebakend conform het Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 november 2003).Om de nodige ruimte voor water planmatig vast te leggen kunnen overstromingsgebieden afgebakend worden. Langs waterwegen en onbevaarbare waterlopen kunnen ook oeverzones afgebakend worden, bijvoorbeeld met het oog op een natuurlijke werking van het watersysteem of op natuurbehoud of voor de bescherming tegen erosie of tegen inspoeling van sedimenten, bestrijdingsmiddelen of meststoffen.Binnen deze afgebakende overstromingsgebieden en oeverzones is een recht van voorkoop van toepassing.

  • Het Vlaams fietsnetwerk wordt gevormd door het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF), een netwerk van gemeentegrensoverschrijdende fietsinfrastructuur dat woonkernen en attractiepolen verbindt. Het BFF bestaat uit fietssnelwegen, hoofdroutes, functionele routes en alternatieve routes. Op dit netwerk sluiten ook lokale fietsroutes aan.

  • Kaart met een overzicht van gebieden met een kwaliteitslabel Stiltegebied en akoestisch onderzochte potentiële stiltegebieden in Vlaanderen. Op deze kaart worden de contouren van de erkende gebieden met kwaliteitslabel Stiltegebieden en andere akoestisch onderzochte stiltegebieden in Vlaanderen weergegeven. Stiltegebieden zijn gebieden met een relatief laag akoestisch geluidsniveau en een aangenaam akoestisch geluidsklimaat. Ze worden hierop beoordeeld op basis van een aantal criteria met akoestische basis zoals het maximaal geluidsniveau, het aantal gebiedsvreemde geluidsgebeurtenissen en het percentage gebiedsvreemd geluid waargenomen door een onderzoeker. De kaart wordt geactualiseerd als er nieuwe informatie beschikbaar wordt. Bijvoorbeeld als een nieuw kwaliteitslabel Stiltegebied wordt toegekend. De laatste actualisatie dateert van december 2017.

  • Deze kaart geeft voor iedere locatie in het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan wat het totale voorzieningenniveau is op een schaal van 0 tot 1, als gevolg van de berekening van de nabijheid (volgens welbepaalde parameters) van voorzieningen van de volgende 3 types: basisvoorziening, regionale voorziening, metropolitane voorziening, en dit voor referentiejaar 2015. De berekening gaat uit van de ligging van de individuele voorzieningen en vervolgens wordt uitgemaakt welke 1-ha-cellen binnen wandel- of fietsafstand gelegen zijn van de totaliteit van de voorzieningen. In verschillende stappen worden (1) de voorzieningen geaggregeerd tot een inhoudelijk-technisch verwerkbare set, (2) gewogen naargelang hun aantal in de nabije omgeving, en (3) afstandsgewogen gesommeerd. In totaal worden 50 verschillende geaggregeerde voorzieningen op kaart gezet, ingedeeld in vier klassen: onderwijs, cultuur en sport, zorg en woonondersteunende voorzieningen. De voorzieningen in Brussel werden indien mogelijk aangevuld met informatie van het Agentschap Territoriale Ontwikkeling (ATO, 2010). Voor de volledige lijst met voorzieningen en de bijhorende bronnen, en voor meer details over de gehanteerde methode van de functies voor het afstandsverval, de aggregatie en de onderlinge weging wordt verwezen naar het eindrapport en het syntheserapport dat je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/8954

  • De gebouwenlaag van het GRB met hoogtegegevens wordt hier als basisdata gebruikt (versie 2014). De gebouwenlaag wordt versneden met een hectarerooster. Voor elke zone van 100x100m wordt de totale vloeroppervlakte berekend door het aantal verdiepingen per gebouw in rekening te brengen. Hierbij wordt verondersteld dat er per 3m gebouwhoogte één verdieping voorkomt. Voor meer details over deze indicator zie het rapport ‘indicatoren ruimtelijk rendement’ dat terug te vinden is onder: https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/9077

  • De dataset van de bevolking beschrijft aan de hand van een puntenbestand de locatie en het aantal inwoners per adres. Dit bestand (beta-versie) werd aangemaakt door Agentschap Informatie Vlaanderen (AIV) aan de hand van gegevens uit het Rijksregister (op datum van 2 maart 2013). De locaties werden bepaald door een geocodering van de adressen op basis van CRAB (versie 2013). Het totaal aantal inwoners in Vlaanderen volgens dit puntenbestand bedraagt 6.271.911. Dit is 1,7% lager dan het totale inwonersaantal gerapporteerd door de FOD Economie op 1/1/2013 (6.381.859 inwoners). Dit tekort kan worden verklaard doordat de koppeling van de adressen uit het Rijksregister met CRAB niet volledig kon worden uitgevoerd (ontbrekende of onbekende adressen in CRAB). Het gebruikte product voor deze indicator is dus een beta-versie. Op basis van het puntenbestand van AIV werd het aantal inwoners per hectare berekend door de inwonersaantallen per hectare-cel te sommeren. Voor meer details over deze indicator zie het rapport ‘indicatoren ruimtelijk rendement’ dat terug te vinden is onder: https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/9077

  • Dit bestand is het resultaat van een overlay-bewerking tussen het ruimtebeslag voor de toestand 2013 op 10x10 m² resolutie en de bestemmingen volgens het ‘ruimteboekhoudingsbestand’, toestand 01/01/2014, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Het concept ‘ruimtebeslag’ is gedefinieerd in het Witboek Beleidsplan Ruimte als dat deel van de ruimte waarin de biofysische functie niet langer de belangrijkste is. Het gaat, met andere woorden, over de ruimte die ingenomen worden door onze nederzettingen (dus voor huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden en ook parken en tuinen). Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk "the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc. In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies." (EC, 2012). De begroting van de ruimte, die in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) werd opgenomen, legt de kwantitatieve streefcijfers vast van de toe- en afnamen van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën. De zogenaamde ruimteboekhouding (RBH) van het RSV is het monitoringsinstrument waarmee de opvolging van deze streefcijfers met betrekking tot deze bestemmingscategorieën berekend wordt. Het gaat om een monitoring van gepland landgebruik, bijgevolg geeft de RBH geen informatie over het feitelijke ruimtegebruik weer. De verschillende bestemmingen op de plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn daarin verrekend volgens een aantal bestemmingscategorieën: wonen, industrie, industrie binnen de poorten, recreatie, natuur en reservaat, bos, overig groen, landbouw en overige bestemmingen. Met het oog op de halfjaarlijks herhaalde berekening van de indicator ‘ruimteboekhouding RSV’ werd door Ruimte Vlaanderen een GIS-bestand opgebouwd dat bij elke berekening wordt geactualiseerd met de op dat moment actuele toestand van de relevante informatie uit de betrokken bestemmingsplannen. De analyse en bespreking in deze indicator is gebaseerd op dit tussentijds werkbestand. In wat volgt verwijzen we naar dit GIS-bestand met de term ‘ruimteboekhoudingsbestand’. Voor de berekening van deze samengestelde indicator werden de bestemmingen opgedeeld in ‘zachte bestemmingen’ (i.e. bestemd om niet gedomineerd te worden door ruimtebeslag) en ‘harde bestemmingen’ (i.e. bestemd om gedomineerd te worden door ruimtebeslag) op basis van hun RBH-categorieën. De bestemmingen behorende tot de RBH-categorieën ‘Overig groen’ en ‘Overige’ worden daarbij toegekend volgens een tabel die verschijnt bij de gedetailleerde beschrijving van deze indicator in het rapport ‘indicatoren ruimtelijk rendement’ dat je terugvindt onder https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/9077 Het ruimtebeslag voor de toestand 2013 op 10x10 m² resolutie wordt in deze indicator vergeleken met de bestemmingen volgens het ruimteboekhoudingsbestand, toestand 01/01/2014, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Uit de confrontatie tussen het ruimtebeslag en de ruimteboekhouding kunnen 4 categorieën afgeleid worden: • Cat A: ‘hard bestemd’ met ruimtebeslag • Cat B: ‘zacht’ bestemd met ruimtebeslag • Cat C: ‘hard’ bestemd zonder ruimtebeslag • Cat D: ‘zacht’ bestemd zonder ruimtebeslag Het ruimteboekhoudingsbestand is bruikbaar om uitspraken te doen op een nauwkeurigheid van 10 hectare. De oppervlaktecijfers die resulteren uit de overlay van het ruimtebeslag (nauwkeurig tot op 0.01 hectare) en het ruimteboekhoudingsbestand moeten bijgevolg afgerond tot op dit nauwkeurigheidsniveau van 10ha. Meer info over deze cijfers is te vinden in het bovengenoemde rapport