cl_maintenanceAndUpdateFrequency

monthly

5 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
INSPIRE themes
From 1 - 5 / 5
  • De industrie speelt een belangrijke rol in onze maatschappij, daartegenover staat dat zij een grote impact heeft op het milieu. Om hierop vat te hebben zijn industriële installaties, met potentieel een grote impact op het milieu, onderworpen aan de Europese wetgeving inzake Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging (GPBV) of Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC). Deze dataset bevat de GPBV-installaties onder het toepassingsgebied van de Richtlijn Industriële Emissies. De GPBV-installaties zijn gesorteerd op hoofdactiviteit. Dit is de activiteit die in het vet is weergegeven nadat er op een GPBV-installatie is geklikt. Volgende categorieën en types komen voor: - GPBV-installaties industrie: Energie-industrieën; Productie en verwerken van metalen; Minerale industrie; Chemische industrie; Afvalbeheer; Pulp- en papierindustrie & de productie van houten plaatmaterialen; Textielindustrie; Leerlooierijen; Slachthuizen & voeding; Destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval; Oppervlaktebehandeling met behulp van organische oplosmiddelen; Fabricage van koolstof of elektrografiet door verbranding of grafitisering; Afvangen van CO2-stromen voor geologische opslag; Conservering van hout en houtproducten met behulp van chemische stoffen;Zelfstandig geëxploiteerde behandeling van afvalwater - GPBV-installaties veeteelt: Intensieve pluimveehouderij; Intensieve varkenshouderij voor mestvarkens; Intensieve varkenshouderij voor zeugen Het is mogelijk dat een type geen installaties bevat, dit type wordt niet weergegeven in de Geopunt-kaart of INSPIRE-kaarttoepassing.

  • Seveso-inrichtingen zijn inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op hun bedrijfsterrein die vallen onder het toepassingsgebied van de Seveso-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. De consultatiezones geven de maximale afstanden weer tot waar de effecten van de Seveso-inrichtingen reiken en waarbinnen (ontwikkelingen in) de omgeving ook een impact kunnen hebben op de Seveso-inrichtingen. Concreet is dit de zone vanaf de grens van de Seveso-inrichting waarbinnen plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen ter advies aan het Team Externe Veiligheid moeten voorgelegd worden.

  • De Vlaamse Overheid beschikt over verschillende instrumenten om het behoud van onroerend erfgoed te verzekeren. Eén van de instrumenten dat kan worden ingezet, is de vaststelling van een inventaris. Hiermee bevestigt de minister bevoegd voor het onroerend erfgoed dat alle erfgoeditems op deze vastgestelde lijst erfgoedwaarde(n) bezitten en nog altijd bewaard zijn. Vanaf 1 februari 2018 beschikt ieder vastgesteld bouwkundig relict of geheel over een aanduidingsobject, dat informatie m.b.t. het juridische statuut weergeeft. Zo’n aanduidingsobject bevat o.a. de geldigheidsdatum van de aanduiding, een link naar het vaststellingsbesluit en een afbakening van het vastgestelde bouwkundige relict of geheel op een gegeorefereerd plan. De vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed is één van de in totaal zes vastgestelde inventarissen, gebaseerd op de wetenschappelijke inventarissen.

  • Seveso-inrichtingen zijn inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op hun bedrijfsterrein die vallen onder het toepassingsgebied van de Seveso-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen hogedrempel- en lagedrempelinrichtingen. Deze datalaag omvat de terreingrenzen van de Seveso-inrichtingen in Vlaanderen.

  • De grondwaterstandindicator geeft een beeld van de huidige stijghoogte van het grondwater ten opzichte van het verleden. De analyse van de stijghoogtegegevens is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen door de VMM. Deze analyse houdt in dat, per peilfilter, de stijghoogte van de laatste maand vergeleken worden met de stijghoogtes van die maand in de afgelopen jaren. Tegelijkertijd wordt er bepaald of er een relatieve stijging of daling is opgetreden tussen de voorlaatste en de laatste maand. De gegevens worden in een kaart en een aantal grafieken verwerkt. Hierdoor krijgt men een beeld van hoe hoog of hoe laag de stijghoogte is vergeleken met dezelfde periode in de voorbije jaren en of het al dan niet aan het normaliseren is. Momenteel worden enkel de freatische aquifers besproken. De peilfilters van het primair meetnet met continue meetreeksen van 11 jaar of meer en met een gemiddelde stijghoogte van 10 m-mv of minder worden voor de analyse weerhouden. De stijghoogtes van deze peilfilters geven het meest getrouwe beeld weer van de recente klimatologische variaties en deze kunnen getoetst worden aan een relatief lang verleden. Maandelijks wordt een nieuw beeld van de grondwaterstandindicator opgemaakt.