cl_maintenanceAndUpdateFrequency

irregular

12 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
License
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 12
  • Een vaargeul is het deel van de (breedte van de) bodem van de vaarweg dat voor de scheepvaart door baggeren op een bepaalde minimale diepte gehouden moet worden. Deze vaargeul loopt vanaf de Noordzee door naar de Schelde tot aan Rupelmonde.

  • Een baggerzone is een zone waarbinnen werkzaamheden gebeuren die nodig zijn bij het weghalen van zand, slib en andere lagen van de waterbodem. Deze baggerzones liggen binnen de vaargeul op de Noordzee en de Schelde tot aan Rupelmonde.

  • Zones waar baggerspecie wordt gestort. In dit geval zijn de zones gesitueerd in de Noordzee en de Schelde tot aan Rupelmonde.

  • Het Vlaams fietsnetwerk wordt gevormd door het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF), een netwerk van gemeentegrensoverschrijdende fietsinfrastructuur dat woonkernen en attractiepolen verbindt. Het BFF bestaat uit fietssnelwegen, hoofdroutes, functionele routes en alternatieve routes. Op dit netwerk sluiten ook lokale fietsroutes aan.

  • Deze kaart geeft aan of er om advies moet verzocht worden bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een constructie die omwille van haar hoogte een invloed kan hebben op de luchtvaart: als de geplande constructie de op de kaart aangegeven hoogte overschrijdt, moet aan Het Directoraat-Generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer om advies gevraagd worden.De hoogte aangegeven op de kaart, wordt bepaald door de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening, rekening houdend met het gezamenlijk voorstel van de federale ministers bevoegd voor de Luchtvaart en Defensie. Deze hoogte wordt per gemeente of per duidelijk omschreven gebied bepaald teneinde de burgerlijke en militaire luchtvaartterreinen, de visuele luchtvaartroutes, de militaire luchtvaartzones en de burgerlijke en militaire luchtvaartinstallaties voor communicatie, navigatie en toezicht (CNS) te beschermen.(Artikel 35, §16 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. (B.S. 2016-02-23; NUMAC: 2016035143)) Deze kaart werd bij MB goedgekeurd door de Vlaamse minister en treedt in werking op 1 april 2020.

  • Deze kaart geeft aan of er om advies moet verzocht worden bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een constructie die omwille van haar hoogte een invloed kan hebben op de luchtvaart: als de geplande constructie de op de kaart aangegeven hoogte overschrijdt, moet aan Het Directoraat-Generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer om advies gevraagd worden.De hoogte aangegeven op de kaart, wordt bepaald door de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening, rekening houdend met het gezamenlijk voorstel van de federale ministers bevoegd voor de Luchtvaart en Defensie. Deze hoogte wordt per gemeente of per duidelijk omschreven gebied bepaald teneinde de burgerlijke en militaire luchtvaartterreinen, de visuele luchtvaartroutes, de militaire luchtvaartzones en de burgerlijke en militaire luchtvaartinstallaties voor communicatie, navigatie en toezicht (CNS) te beschermen.(Artikel 35, §16 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. (B.S. 2016-02-23; NUMAC: 2016035143)) Deze kaart werd bij MB goedgekeurd door de Vlaamse minister en treedt in werking op 1 april 2019.

  • Deze kaart geeft aan of er om advies moet verzocht worden bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een constructie die omwille van haar hoogte een invloed kan hebben op de luchtvaart: als de geplande constructie de op de kaart aangegeven hoogte overschrijdt, moet aan Het Directoraat-Generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer om advies gevraagd worden.De hoogte aangegeven op de kaart, wordt bepaald door de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening, rekening houdend met het gezamenlijk voorstel van de federale ministers bevoegd voor de Luchtvaart en Defensie. Deze hoogte wordt per gemeente of per duidelijk omschreven gebied bepaald teneinde de burgerlijke en militaire luchtvaartterreinen, de visuele luchtvaartroutes, de militaire luchtvaartzones en de burgerlijke en militaire luchtvaartinstallaties voor communicatie, navigatie en toezicht (CNS) te beschermen.(Artikel 35, §16 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. (B.S. 2016-02-23; NUMAC: 2016035143)) Deze kaart werd op 11 september 2017 goedgekeurd door de Vlaamse minister. (B.S. 2017-10-06; NUMAC: 2017013341)

  • Deze kaart geeft voor iedere 1ha-locatie in het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan wat de totale score is voor knooppuntwaarde van het collectief vervoer, waarbij werd rekening gehouden met de knooppunten die deel uitmaken van het spoornetwerk (trein, tram, (pre)metro, sneltram, lightrail) en de A-bushaltes van De Lijn, en dit voor de bestaande knooppunten in referentiejaar 2015. Bij de berekening van de knooppuntwaarden wordt er ook gerekend met, of ten opzichte van, spoorwegstations in Wallonië die vanuit Vlaanderen of Brussel te bereiken zijn per spoor (waaronder bv. Luik of Namen), en met een selectie van spoorwegstations in het buitenland (met o.a. Paris Nord, London St-Pancras of Aachen). Eerst wordt de knooppuntwaarde van de individuele knooppunten berekend via een al dan niet gewogen aggregatie van een aantal deelindicatoren die in de gespecialiseerde literatuur omschreven staan. Nadien gebeurt de uitstraling van de knooppuntwaarde naar elke 1-ha cel in het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via afstandsvervalfuncties, die weergeven hoe de knooppuntwaarde afneemt naarmate de reistijd tot het knooppunt toeneemt. Voor meer details over de gekozen knooppunten, de gebruikte deelindicatoren en de gehanteerde methode van de functies voor het afstandsverval wordt verwezen naar het eindrapport en het syntheserapport dat je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/8954

  • De gevoeligheidskaart voor grondverschuivingen geeft een eerste indicatie van de gevoeligheid voor grondverschuivingen op zeer lokaal niveau in een studiegebied gelegen ten westen van Brussel, in het zuiden van de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Aan de basis van de kaart ligt een statisch model dat gebaseerd is op logistische regressie voor zeldzame gebeurtenissen. Deze procedure legt het statistisch verband tussen de ligging van de gekarteerde (op het terrein geïnventariseerde) grondverschuivingen en de mogelijke controlerende factoren. Het model werd toegepast in een GIS omgeving voor rasters van 10 m op 10 m en voorspelt de kans op het voorkomen van een grondverschuiving op basis van de hellingsgradiënt, de oriëntatie van de helling (NW, W, ZW en Z), en de aanwezigheid van bepaalde litho-stratigrafische formaties (de formatie van Gent, lid van Vlierzele en lid van Merelbeke, de formatie van Tielt en de formatie van Kortrijk, lid van Aalbeke). Initieel werd aan elk raster een kans op het voorkomen van grondverschuivingen toegekend. Deze kanswaarden (tussen 0 en 1) werden in 4 klassen onderverdeeld, resulterend in pixels met lage, matige, hoge en zeer hoge gevoeligheid. Het werken met klassegrenzen op zich impliceert dat twee dicht bij elkaar gelegen waarden in een verschillendeklasse kunnen worden ingedeeld. Het model werd ontwikkeld voor de Vlaamse Ardennen, een deelgebied van het studiegebied, en nadien toegepast op het uitgebreide studiegebied met dezelfde geologische en topografische kenmerken.

  • De gevoeligheidskaart voor grondverschuivingen geeft een eerste indicatie van de gevoeligheid voor grondverschuivingen op zeer lokaal niveau in een studiegebied gelegen ten westen van Brussel, in het zuiden van de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Aan de basis van de kaart ligt een statisch model dat gebaseerd is op logistische regressie voor zeldzame gebeurtenissen. Deze procedure legt het statistisch verband tussen de ligging van de gekarteerde (op het terrein geïnventariseerde) grondverschuivingen en de mogelijke controlerende factoren. Het model werd toegepast in een GIS omgeving voor rasters van 10 m op 10 m en voorspelt de kans op het voorkomen van een grondverschuiving op basis van de hellingsgradiënt, de oriëntatie van de helling (NW, W, ZW en Z), en de aanwezigheid van bepaalde litho-stratigrafische formaties (de formatie van Gent, lid van Vlierzele en lid van Merelbeke, de formatie van Tielt en de formatie van Kortrijk, lid van Aalbeke). Initieel werd aan elk raster een kans op het voorkomen van grondverschuivingen toegekend. Deze kanswaarden (tussen 0 en 1) werden in 4 klassen onderverdeeld, resulterend in pixels met lage, matige, hoge en zeer hoge gevoeligheid. Het werken met klassegrenzen op zich impliceert dat twee dicht bij elkaar gelegen waarden in een verschillende klasse kunnen worden ingedeeld. Het model werd ontwikkeld voor de Vlaamse Ardennen, een deelgebied van het studiegebied, en nadien toegepast op het uitgebreide studiegebied met dezelfde geologische en topografische kenmerken.