Keyword

Databank Ondergrond Vlaanderen

5279 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
protocol
domain
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 5279
  • Een DOV-opdracht wordt meestal gebruikt om gegevens van dezelfde herkomst te groeperen in een herkenbaar geheel, Deze opdrachten vormen een snelle toegang naar een specifieke (deel)dataset. Binnen de opdrachten kunnen referentiesets onderscheiden worden. Referentiesets zijn (grote) sets van DOV-datapunten, verzameld in een ‘Opdracht’ met een specifiek doel. De referentiesets documenteren onderzoek en bijhorende datapunten bij bepaalde standaardproducten, zoals de onderbouwing van formele geologische lithostratigrafische eenheden, of grote referentieproducten als de Tertiair geologische kartering en het Geologisch 3D Model. Opdrachten kunnen gekoppeld zijn aan andere opdrachten, sonderingen, boringen, grondmonsters, interpretaties, grondwaterlocaties, filters, bodemlocaties, bodemsites, bodemmonsters en voorafmeldingen. Onderzoeksresultaten zijn vaak toegevoegd als bijlagen of hyperlinks aan een opdracht. Het doel waarvoor een opdracht uitgevoerd is kan sterk verschillen. Dit wordt gedocumenteerd aan de hand van de velden aard en origine. Aard van de opdracht geeft een indicatie van de thematiek waarbinnen de gegevens verzameld worden. Origine van de opdracht geeft een indicatie van de herkomst van het ontstaan van de gegevens binnen de opdracht.

  • Een diepteinterval is gekoppeld aan één of meerdere bodemkundige opbouwen. Een bodemkundige opbouw moet één of meer diepteintervallen hebben. Een diepteinterval beschrijft een gedeelte van de ondergrond van de gekoppelde bodemlocatie. Deze laatste bevat de locatie van de profielput of boring (X, Y, eventueel aangevuld met Z van het maaiveld), daar waar de diepteintervallen de bodem op die locatie beschrijven in de diepte. Een diepteinterval is een horizont of een laag (dit is het type). Een horizont is een visueel te onderscheiden deel van de bodem dat ontstaan is door omzetting van het moedermateriaal door pedogenetische processen of door het afzetten van organisch materiaal. Een horizont heeft voor de meeste bodemvariabelen homogene morfologische en analytische karakteristieken. Een laag daarentegen is niet ontstaan door pedogenetische processen. Dit type wordt minder vaak gebruikt, maar bv. wel in archeologische context of bij staalnamelagen bij bodemmonitoring. Elk diepteinterval heeft minstens één boven- en ondergrens die de diepte van de horizont of laag aangeeft. Als de grens minder duidelijk is of niet horizontaal loopt, kunnen ook twee boven- of ondergrenzen opgegeven worden. Het is mogelijk dat meerdere diepteintervallen van eenzelfde bodemlocatie elkaar in de diepte geheel of gedeeltelijk overlappen. In uitzonderlijke gevallen is het voor de invoer van historische gegevens mogelijk om diepteintervallen aan te maken zonder boven- of ondergrenzen.

  • Meer informatie over de bodem op een bepaalde locatie wordt vaak verkregen door observaties. Deze laag bevat observaties van de pH waarde. Er zijn twee soorten observaties: enkelvoudige en meervoudige observaties. In het eerste geval komt één parameter overeen met één meetwaarde; in het tweede geval met meerdere meetpunten en -waarden. Een enkelvoudige of meervoudige observatie is steeds gekoppeld aan één bodemlocatie, één diepteinterval, één bodemsite of één bodemmonster. Een bodemlocatie, bodemsite, diepte-interval of bodemmonster kan 0 of meer observaties hebben. Er zijn drie verschillende types enkelvoudige observaties: er wordt een onderscheid gemaakt tussen observaties van een numerieke waarde (dit zijn metingen), observaties met een vrije tekstwaarde (dit zijn waarnemingen) en observaties die gecategoriseerd worden via een keuzelijst (dit zijn gecodeerde observaties). Elk van deze enkelvoudige observaties wordt gekenmerkt door één parameter en één meetwaarde (hetzij numeriek, vrije tekst of een item uit een keuzelijst). Meervoudige observaties zijn reeksen van metingen – in dit geval wordt één parameter beschreven door meerdere numerieke meetwaarden. Observaties die gekoppeld worden aan een diepteinterval of bodemmonster gelden altijd voor de volledige diepte van dit diepteinterval of monster. Observaties gekoppeld aan een bodemlocatie of een bodemsite kunnen 0, één of twee dieptes hebben voor respectievelijk observaties onafhankelijk van de diepte, observaties op een bepaalde diepte of in een bepaald interval. Observaties kunnen optioneel gekoppeld worden met een observatiemethode, die de methode beschrijft waarmee de waarde bepaald werd, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de procedure of norm die gevolgd werd.

  • Deze dataset is een voor Vlaanderen gebiedsdekkende multibandraster (resolutie 10 x 10 m) samengesteld uit de gemodelleerde waarden voor de fractie leem (gewichtspercentage) voor 5 verschillende bodem-diepte-intervallen (0-10, 10-30, 30-60, 60-100 en 100-150 cm) en de bijhorende betrouwbaarheid voor deze gemodelleerde waarde per bodem-diepte-interval. Deze data werden berekend doormiddel van digital soil mapping op basis van puntobservaties van deze bodemeigenschap en gebiedsdekkende predictorlagen. De huidige dataset werd berekend op basis van de historische basisdata van de bodemkartering (1945-1975). Als in de toekomst een grotere hoeveelheid recente bodemdata ter beschikking komt, zullen ook rasterdatasets op basis van deze recente bodemdata berekend worden.

  • Deze dataset is een voor Vlaanderen gebiedsdekkende multibandraster (resolutie 10 x 10 m) samengesteld uit de gemodelleerde waarden voor de fractie grof zand (gewichtspercentage) voor 5 verschillende bodem-diepte-intervallen (0-10, 10-30, 30-60, 60-100 en 100-150 cm) en de bijhorende betrouwbaarheid voor deze gemodelleerde waarde per bodem-diepte-interval. Deze data werden berekend doormiddel van digital soil mapping op basis van puntobservaties van deze bodemeigenschap en gebiedsdekkende predictorlagen. De huidige dataset werd berekend op basis van de historische basisdata van de bodemkartering (1945-1975). Als in de toekomst een grotere hoeveelheid recente bodemdata ter beschikking komt, zullen ook rasterdatasets op basis van deze recente bodemdata berekend worden.

  • In de DOV-databank is elke waarneming van grondlagen een boring. Bij de meeste boringen wordt er met een boortoestel een gat gemaakt in de ondergrond om de verschillende grondlagen te kunnen beschrijven. Aan de hand van een boring krijg je een beeld van het materiaal in de ondergrond met toenemende diepte. Afhankelijk van het doel waarvoor de boring geplaatst wordt, zal men een geschikte boormethode toepassen. Boringen worden geplaatst voor verkennend bodemonderzoek, monstername van het sediment en/of grondwater, bepaling van bodemfysische parameters, milieuhygiënisch onderzoek,… Afhankelijk van de diepte, soort materiaal, en het al dan niet boren tot onder de grondwatertafel kan men kiezen uit verscheidene systemen voor handmatig of machinaal te boren. Het bodemmateriaal dat vrijkomt, kan gebruikt worden om een profiel van de ondergrond op te stellen of om er grondmonsters van te nemen om verdere analyses op uit te voeren. Vaak is het de bedoeling een put uit te bouwen zodat water kan gewonnen worden (zie ook grondwatermeetnet en grondwatervergunningen). Soms worden boringen uitgevoerd om een aantal geotechnische karakteristieken te bepalen of om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Oppervlakkige waarnemingen van de ondergrond noemen we ook boringen. Vooral rond 1900 beschreven een aantal geologen vaak de oppervlakkige lagen. In de databank staan er dan ook verschillende boringen met een diepte van 0 meter. Het gaat vooral om weginsnijdingen of om zichtbare lithologische kenmerken langs de oppervlakte. Gekoppeld aan de boringen zijn waar beschikbaar ook formele interpretaties van de stratigrafie.

  • Deze dataset is een voor Vlaanderen gebiedsdekkende multibandraster (resolutie 10 x 10 m) samengesteld uit de gemodelleerde waarden voor de fractie fijn zand (gewichtspercentage) voor 5 verschillende bodem-diepte-intervallen (0-10, 10-30, 30-60, 60-100 en 100-150 cm) en de bijhorende betrouwbaarheid voor deze gemodelleerde waarde per bodem-diepte-interval. Deze data werden berekend doormiddel van digital soil mapping op basis van puntobservaties van deze bodemeigenschap en gebiedsdekkende predictorlagen. De huidige dataset werd berekend op basis van de historische basisdata van de bodemkartering (1945-1975). Als in de toekomst een grotere hoeveelheid recente bodemdata ter beschikking komt, zullen ook rasterdatasets op basis van deze recente bodemdata berekend worden.

  • Deze dataset is een voor Vlaanderen gebiedsdekkende multibandraster (resolutie 10 x 10 m) samengesteld uit de gemodelleerde waarden voor de fractie zand (gewichtspercentage) voor 5 verschillende bodem-diepte-intervallen (0-10, 10-30, 30-60, 60-100 en 100-150 cm) en de bijhorende betrouwbaarheid voor deze gemodelleerde waarde per bodem-diepte-interval. Deze data werden berekend doormiddel van digital soil mapping op basis van puntobservaties van deze bodemeigenschap en gebiedsdekkende predictorlagen. De huidige dataset werd berekend op basis van de historische basisdata van de bodemkartering (1945-1975). Als in de toekomst een grotere hoeveelheid recente bodemdata ter beschikking komt, zullen ook rasterdatasets op basis van deze recente bodemdata berekend worden.

  • De kaart toont gecombineerde informatie over de dikte en diepte van de top van de Formatie van Boom in het projectgebied van het Ondiep Model van Antwerpen. De Formatie van Boom bestaat voornamelijk uit sterk gecompacteerde hoogwaardige klei en silt. Deze kaart kan verkennend gebruikt worden bij onderzoek in aanloop van toekomstig grondverzet en het potentieel hoogwaardig inzetten van uitgegraven grond, vb als delfstof. De kaart is gebaseerd op de 3D geologische modellagen van de top en basis van de Formatie van Boom in het Ondiep (lagen)Model van Antwerpen v1.1.

  • De kaart toont informatie over de dikte en diepte van de top van de Holocene veenvoorkomen in het projectgebied van het Ondiep Model van Antwerpen. De kaart is gemaakt op basis van lithofractie >60% voor veen in de voxels toegekend aan het Holoceen in het Ondiep (voxel)Model van Antwerpen v1.1. Deze kaart kan verkennend gebruikt worden bij onderzoek in aanloop van toekomstig grondverzet of projecten met ondergrondse impact. Het aanwezige veen moet maximaal bewaard blijven.