standardName

ISO 19115/2003/Cor.1:2006/INSPIRE-TG2.0

6592 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
protocol
domain
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 6592
  • Een DOV-opdracht wordt meestal gebruikt om gegevens van dezelfde herkomst te groeperen in een herkenbaar geheel, Deze opdrachten vormen een snelle toegang naar een specifieke (deel)dataset. Binnen de opdrachten kunnen referentiesets onderscheiden worden. Referentiesets zijn (grote) sets van DOV-datapunten, verzameld in een ‘Opdracht’ met een specifiek doel. De referentiesets documenteren onderzoek en bijhorende datapunten bij bepaalde standaardproducten, zoals de onderbouwing van formele geologische lithostratigrafische eenheden, of grote referentieproducten als de Tertiair geologische kartering en het Geologisch 3D Model. Opdrachten kunnen gekoppeld zijn aan andere opdrachten, sonderingen, boringen, grondmonsters, interpretaties, grondwaterlocaties, filters, bodemlocaties, bodemsites, bodemmonsters en voorafmeldingen. Onderzoeksresultaten zijn vaak toegevoegd als bijlagen of hyperlinks aan een opdracht. Het doel waarvoor een opdracht uitgevoerd is kan sterk verschillen. Dit wordt gedocumenteerd aan de hand van de velden aard en origine. Aard van de opdracht geeft een indicatie van de thematiek waarbinnen de gegevens verzameld worden. Origine van de opdracht geeft een indicatie van de herkomst van het ontstaan van de gegevens binnen de opdracht.

  • Een diepteinterval is gekoppeld aan één of meerdere bodemkundige opbouwen. Een bodemkundige opbouw moet één of meer diepteintervallen hebben. Een diepteinterval beschrijft een gedeelte van de ondergrond van de gekoppelde bodemlocatie. Deze laatste bevat de locatie van de profielput of boring (X, Y, eventueel aangevuld met Z van het maaiveld), daar waar de diepteintervallen de bodem op die locatie beschrijven in de diepte. Een diepteinterval is een horizont of een laag (dit is het type). Een horizont is een visueel te onderscheiden deel van de bodem dat ontstaan is door omzetting van het moedermateriaal door pedogenetische processen of door het afzetten van organisch materiaal. Een horizont heeft voor de meeste bodemvariabelen homogene morfologische en analytische karakteristieken. Een laag daarentegen is niet ontstaan door pedogenetische processen. Dit type wordt minder vaak gebruikt, maar bv. wel in archeologische context of bij staalnamelagen bij bodemmonitoring. Elk diepteinterval heeft minstens één boven- en ondergrens die de diepte van de horizont of laag aangeeft. Als de grens minder duidelijk is of niet horizontaal loopt, kunnen ook twee boven- of ondergrenzen opgegeven worden. Het is mogelijk dat meerdere diepteintervallen van eenzelfde bodemlocatie elkaar in de diepte geheel of gedeeltelijk overlappen. In uitzonderlijke gevallen is het voor de invoer van historische gegevens mogelijk om diepteintervallen aan te maken zonder boven- of ondergrenzen.

  • In de DOV-databank is elke waarneming van grondlagen een boring. Bij de meeste boringen wordt er met een boortoestel een gat gemaakt in de ondergrond om de verschillende grondlagen te kunnen beschrijven. Aan de hand van een boring krijg je een beeld van het materiaal in de ondergrond met toenemende diepte. Afhankelijk van het doel waarvoor de boring geplaatst wordt, zal men een geschikte boormethode toepassen. Boringen worden geplaatst voor verkennend bodemonderzoek, monstername van het sediment en/of grondwater, bepaling van bodemfysische parameters, milieuhygiënisch onderzoek,… Afhankelijk van de diepte, soort materiaal, en het al dan niet boren tot onder de grondwatertafel kan men kiezen uit verscheidene systemen voor handmatig of machinaal te boren. Het bodemmateriaal dat vrijkomt, kan gebruikt worden om een profiel van de ondergrond op te stellen of om er grondmonsters van te nemen om verdere analyses op uit te voeren. Vaak is het de bedoeling een put uit te bouwen zodat water kan gewonnen worden (zie ook grondwatermeetnet en grondwatervergunningen). Soms worden boringen uitgevoerd om een aantal geotechnische karakteristieken te bepalen of om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Oppervlakkige waarnemingen van de ondergrond noemen we ook boringen. Vooral rond 1900 beschreven een aantal geologen vaak de oppervlakkige lagen. In de databank staan er dan ook verschillende boringen met een diepte van 0 meter. Het gaat vooral om weginsnijdingen of om zichtbare lithologische kenmerken langs de oppervlakte.

  • Deze laag geeft per actieve uitgegeven (milieu/omgevings)vergunning de verzameling van kadastrale percelen weer waarop deze van toepassing is.

  • Agentschap Digitaal Vlaanderen onderhoudt een kopie van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), de authentieke bron waar alle basisgegevens van ondernemingen en vestigingseenheden verzameld zijn. Deze kopie wordt verrijkt met extra gegevens uit andere relevante bronnen wat een verrijkte databank oplevert, genaamd de VKBO in beheer van agentschap Digitaal Vlaanderen. Een van deze verrijkingen is de vertaling van het adres uit KBO naar adres(sen) en adrespositie(s) volgens de CRAB-standaard (Centraal Referentieadressenbestand) voor zover de kwaliteit van het adres in KBO een vertaling toelaat. Deze dataset laat toe om een beeld te krijgen van de ondernemingen en vestigingseenheden op kaart (beperkt tot de publiek beschikbare gegevens). Het betreft alle ondernemingen met een KBO-status actief, een adres in Vlaanderen en van het type rechtspersoon. Daarnaast alle vestigingseenheden met een KBO-status actief, een adres in Vlaanderen en gerelateerd aan de ondernemingen type natuurlijk persoon en rechtspersoon met een KBO-status actief.

  • Het Belgische bodemclassificatiesysteem bestaat uit een bodemtype dat overeenkomt met één van de 3 classificatietypes: de algemene, de kuststreek en de kunstmatige gronden classificatie. Het bodemtype van de algemene Belgische bodemclassificatie wordt opgebouwd uit verschillende onderdelen zoals een substraat, textuurklasse, drainageklasse, profielontwikkelingsgroep, fasen en varianten. Dit morfogenetisch classificatiesysteem kon niet toegepast worden in de kuststreek, aangezien de bodems in deze streek geen profielontwikkeling vertonen. Daardoor wordt voor de kuststreek een apart Belgisch classificatiesysteem gebruikt. Ook voor bodemprofielen met een sterke menselijke verstoring, kunstmatige gronden, bestaat er binnen België een apart classificatiesysteem. Naast de Belgische bodemclassificatiesystemen wordt ook de internationale World Reference Base (WRB) bodemclassificatie gebruikt. Het WRB systeem gebruikt ‘Reference Soil Groups' (RSG’s), ‘Principal Qualifiers’ (PQ’s) en 'Supplementatry Qualfiers' (SP's). Naast het Belgische bodemclassificatiesysteem en de WRB classificatie bevat de databank ook andere bodemclassificaties aangeduid als extra bodemclassificaties met o.a. de bodemclassificaties volgens het Aardewerk systeem. De Aardewerk classificatie is een voorloper van de Belgische bodemclassificatie en werd enkel in de beginjaren van de Belgische bodemkartering toegepast.

  • Locatie en adresgegevens van woningen met een geldig conformiteitsattest. De gegevens worden dagelijks geactualiseerd. Volgende types komen voor: conformiteitsattesten uitgereikt door de gemeente – conformiteitsattesten uitgereikt door Wonen-Vlaanderen - conformiteitsattesten uitgereikt door de Vlaamse Wooninspectie. Een conformiteitsattest wordt uitgereikt indien een woning voldoet aan de minimale normen op vlak van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit. Conformiteitsattesten worden zowel uitgereikt aan eengezinswoningen, als aan appartementen of kamers. In één pand kunnen bijgevolg meerdere woningen een conformiteitsattest hebben.

  • Locatie en adresgegevens van woningen die op de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staan. De gegevens worden dagelijks geactualiseerd. Volgende types komen voor: woningen die door de burgemeester ongeschikt en/of onbewoonbaar werden verklaard op basis van boek 3 in de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en woningen die onbewoonbaar werden verklaard door de burgemeester op basis van artikel 135 van de Nieuwe gemeentewet.Een besluit tot ongeschiktheid en/of onbewoonbaarheid wordt uitgereikt indien een woning niet voldoet aan de minimale normen van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit. Dit kan zowel voor eengezinswoningen, appartementen, als kamers. In één pand kunnen bijgevolg meerdere woningen op de inventaris staan.

  • Een bodemmonster is een staal van de bodem dat genomen wordt voor verdere analyse in het veld of in een labo. Een monster wordt steeds genomen op een bepaalde diepte (van/tot). Er kan optioneel een bepaalde techniek beschreven worden (bijvoorbeeld gestoord of ongestoord), evenals de condities van de monstername (bijvoorbeeld atmosferische condities, etc.). De resultaten van analyses uitgevoerd op het monster worden bewaard als observaties die gekoppeld worden aan het monster. Een monster kan eventueel gekoppeld worden met één of meer opdrachten en aan een monster kunnen ook bijlagen gekoppeld worden (bijvoorbeeld analyseresultaten of rapporten). Een bodemmonster is ofwel een enkelvoudig monster, ofwel een mengmonster (dit is het type). Een enkelvoudig monster is steeds gekoppeld aan één bodemlocatie of één diepteinterval. Een bodemlocatie of diepteinterval kan 0 of meer enkelvoudige monsters hebben. Een mengmonster kan gekoppeld worden aan één bodemsite, één bodemlocatie of één bodemdiepteinterval. Deze kunnen 0 of meer mengmonsters hebben.

  • Locatie en adresgegevens van panden waarvoor een herstelvordering is opgemaakt die opgenomen is in het register van herstelvorderingen. De gegevens worden dagelijks geactualiseerd. Het register van herstelvorderingen verzamelt alle panden waarvoor de Vlaamse Wooninspectie in de strafrechtelijke procedure woningkwaliteitshandhaving een herstelvordering opstelt en waarvoor herstel nog niet is uitgevoerd. Dit register is te onderscheiden van de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, dewelke enkel woningen bevat die ongeschikt of ongeschikt en onbewoonbaar verklaard zijn via een besluit.