From 1 - 10 / 20
  • De geodatalaag ‘stadsbos’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 60ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsbos rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘stadsdeelgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 30ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsdeelgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘stadsgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 60ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘buurtgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 1ha. Deze geodatalaag werd bekomen door de selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot buurtgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘wijkgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 10ha. Deze geodatalaag werd bekomen door de selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot wijkgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • "Natuurbeleving op de weg" geeft een indruk van het gehalte aan "groenblauw" in een wijk, gezien vanop de weg. Dit kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Ten eerste kan je ze als burger gebruiken om de aangenaamste route tussen twee punten te ontdekken. Zo kan je de groenste (en vaak gezondste) route naar de school voor je kind uitstippelen. Let wel, de kaart houdt geen rekening met toegankelijkheid. Dit kan lokale besturen helpen om een idee te krijgen van welke groene plekken best ontsloten kunnen worden om een groen traject te vervolledigen. Deze kaart doet enkel een uitspraak over het groenblauw, dus niet over andere factoren die een traject aangenaam of onaangenaam kunnen maken (verkeersdrukte, veiligheid, kwaliteit van het wegdek, mooie gebouwen, …). De kaart geeft het percentage groenblauw (hoog groen, laag groen, landbouw en water) weer in een straal van 20 meter rond een weg. Het groenblauw rond de weg wordt als het ware toegekend aan de weg zelf. Op die manier geeft de kaart een indicatie voor de groenblauwe beleving op elke locatie gelegen op een weg in Vlaanderen. De analyse wordt gemaakt aan de hand van de Groenkaart Vlaanderen (voor hoog groen, laag groen en landbouw), het Grootschalig Referentie Bestand (GRB) voor entiteit Water, en het Wegenregister. Al deze geodatalagen zijn open beschikbaar via Geopunt. Aan hoog groen, laag groen, landbouw en water wordt dezelfde waarde toegekend. De berekening houdt daarnaast geen rekening met de inrichting van de weg zelf (verhard of onverhard). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en wordt verwezen naar het technisch rapport 'Poelmans Lien, Janssen Liliane, Vranckx Stijn (2022), Natuurbeleving op de weg – Technische beschrijving. Studie uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.' dat je terugvindt onder https://www.researchportal.be/nl/publicatie/natuurbeleving-op-de-weg-technische-beschrijving

  • "Natuurbeleving op de weg" geeft een indruk van het gehalte aan "groenblauw" in een wijk, gezien vanop de weg. Dit kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Ten eerste kan je ze als burger gebruiken om de aangenaamste route tussen twee punten te ontdekken. Zo kan je de groenste (en vaak gezondste) route naar de school voor je kind uitstippelen. Let wel, de kaart houdt geen rekening met toegankelijkheid. Dit kan lokale besturen helpen om een idee te krijgen van welke groene plekken best ontsloten kunnen worden om een groen traject te vervolledigen. Deze kaart doet enkel een uitspraak over het groenblauw, dus niet over andere factoren die een traject aangenaam of onaangenaam kunnen maken (verkeersdrukte, veiligheid, kwaliteit van het wegdek, mooie gebouwen, …). De kaart geeft het percentage groenblauw (hoog groen, laag groen, landbouw en water) weer in een straal van 20 meter rond een weg. Het groenblauw rond de weg wordt als het ware toegekend aan de weg zelf. Op die manier geeft de kaart een indicatie voor de groenblauwe beleving op elke locatie gelegen op een weg in Vlaanderen. De analyse wordt gemaakt aan de hand van de Groenkaart Vlaanderen (voor hoog groen, laag groen en landbouw), het Grootschalig Referentie Bestand (GRB) voor entiteit Water, en het Wegenregister. Al deze geodatalagen zijn open beschikbaar via Geopunt. Aan hoog groen, laag groen, landbouw en water wordt dezelfde waarde toegekend. De berekening houdt daarnaast geen rekening met de inrichting van de weg zelf (verhard of onverhard). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en wordt verwezen naar het technisch rapport 'Poelmans Lien, Janssen Liliane, Vranckx Stijn (2022), Natuurbeleving op de weg – Technische beschrijving. Studie uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.' dat je terugvindt onder https://www.researchportal.be/nl/publicatie/natuurbeleving-op-de-weg-technische-beschrijving

  • Dit bestand is het resultaat van een overlay-bewerking tussen het ruimtebeslag voor de toestand 2013 op 10x10 m² resolutie en de bestemmingen volgens het ‘ruimteboekhoudingsbestand’, toestand 01/01/2014, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Het concept ‘ruimtebeslag’ is gedefinieerd in het Witboek Beleidsplan Ruimte als dat deel van de ruimte waarin de biofysische functie niet langer de belangrijkste is. Het gaat, met andere woorden, over de ruimte die ingenomen worden door onze nederzettingen (dus voor huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden en ook parken en tuinen). Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk "the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc. In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies." (EC, 2012). De begroting van de ruimte, die in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) werd opgenomen, legt de kwantitatieve streefcijfers vast van de toe- en afnamen van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën. De zogenaamde ruimteboekhouding (RBH) van het RSV is het monitoringsinstrument waarmee de opvolging van deze streefcijfers met betrekking tot deze (planologische) bestemmingscategorieën berekend wordt. Het gaat om een monitoring van gepland landgebruik, bijgevolg geeft de RBH geen informatie over het feitelijke ruimtegebruik weer. De verschillende bestemmingen op de plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn daarin verrekend volgens een aantal bestemmingscategorieën: wonen, industrie, industrie binnen de poorten, recreatie, natuur en reservaat, bos, overig groen, landbouw en overige bestemmingen. Met het oog op de jaarlijks herhaalde berekening van de indicator ‘ruimteboekhouding RSV’ werd een GIS-bestand opgebouwd dat bij elke berekening wordt geactualiseerd met de op dat moment actuele toestand van de relevante informatie uit de betrokken bestemmingsplannen. De analyse en bespreking in deze indicator is gebaseerd op dit tussentijds werkbestand. In wat volgt verwijzen we naar dit GIS-bestand met de term ‘ruimteboekhoudingsbestand’. Voor de berekening van deze samengestelde indicator werden de bestemmingen opgedeeld in ‘zachte bestemmingen’ (i.e. bestemd om niet gedomineerd te worden door ruimtebeslag) en ‘harde bestemmingen’ (i.e. bestemd om gedomineerd te worden door ruimtebeslag) op basis van hun RBH-categorieën. De bestemmingen behorende tot de RBH-categorieën ‘Overig groen’ en ‘Overige’ worden daarbij toegekend volgens een tabel die verschijnt bij de gedetailleerde beschrijving van deze indicator in het verder vermelde technisch rapport. Het ruimtebeslag voor de toestand 2013 op 10x10 m² resolutie wordt in deze indicator vergeleken met de bestemmingen volgens het ruimteboekhoudingsbestand, toestand 01/01/2014, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Uit de confrontatie tussen het ruimtebeslag en de ruimteboekhouding kunnen 4 categorieën afgeleid worden: • Cat A: ‘hard bestemd’ met ruimtebeslag • Cat B: ‘zacht’ bestemd met ruimtebeslag • Cat C: ‘hard’ bestemd zonder ruimtebeslag • Cat D: ‘zacht’ bestemd zonder ruimtebeslag De oppervlaktecijfers die resulteren uit de overlay van het ruimtebeslag (nauwkeurig tot op 0.01 hectare) en het ruimteboekhoudingsbestand moeten afgerond worden op een nauwkeurigheidsniveau van 10ha. Deze geodatalaag werd in 2021 vervangen door een herwerkte versie voor toestand 2013, om conform te blijven met de bijgestelde methode die gehanteerd werd bij de opmaak van toestand 2019. Meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Dit bestand is het resultaat van een overlay-bewerking tussen het ruimtebeslag voor de toestand 2019 op 10x10 m² resolutie en de bestemmingen volgens het ‘ruimteboekhoudingsbestand’, toestand 01/01/2020, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Het concept ‘ruimtebeslag’ is gedefinieerd in het Witboek Beleidsplan Ruimte als dat deel van de ruimte waarin de biofysische functie niet langer de belangrijkste is. Het gaat, met andere woorden, over de ruimte die ingenomen worden door onze nederzettingen (dus voor huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden en ook parken en tuinen). Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk "the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc. In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies." (EC, 2012). De begroting van de ruimte, die in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) werd opgenomen, legt de kwantitatieve streefcijfers vast van de toe- en afnamen van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën. De zogenaamde ruimteboekhouding (RBH) van het RSV is het monitoringsinstrument waarmee de opvolging van deze streefcijfers met betrekking tot deze (planologische) bestemmingscategorieën berekend wordt. Het gaat om een monitoring van gepland landgebruik, bijgevolg geeft de RBH geen informatie over het feitelijke ruimtegebruik weer. De verschillende bestemmingen op de plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn daarin verrekend volgens een aantal bestemmingscategorieën: wonen, industrie, industrie binnen de poorten, recreatie, natuur en reservaat, bos, overig groen, landbouw en overige bestemmingen. Met het oog op de jaarlijks herhaalde berekening van de indicator ‘ruimteboekhouding RSV’ werd een GIS-bestand opgebouwd dat bij elke berekening wordt geactualiseerd met de op dat moment actuele toestand van de relevante informatie uit de betrokken bestemmingsplannen. De analyse en bespreking in deze indicator is gebaseerd op dit tussentijds werkbestand. In wat volgt verwijzen we naar dit GIS-bestand met de term ‘ruimteboekhoudingsbestand’. Voor de berekening van deze samengestelde indicator werden de bestemmingen opgedeeld in ‘zachte bestemmingen’ (i.e. bestemd om niet gedomineerd te worden door ruimtebeslag) en ‘harde bestemmingen’ (i.e. bestemd om gedomineerd te worden door ruimtebeslag) op basis van hun RBH-categorieën. De bestemmingen behorende tot de RBH-categorieën ‘Overig groen’ en ‘Overige’ worden daarbij toegekend volgens een tabel die verschijnt bij de gedetailleerde beschrijving van deze indicator in het verder vermelde technisch rapport. Het ruimtebeslag voor de toestand 2019 op 10x10 m² resolutie wordt in deze indicator vergeleken met de bestemmingen volgens het ruimteboekhoudingsbestand, toestand 01/01/2020, verrasterd naar een resolutie van 10x10 m². Uit de confrontatie tussen het ruimtebeslag en de ruimteboekhouding kunnen 4 categorieën afgeleid worden: • Cat A: ‘hard bestemd’ met ruimtebeslag • Cat B: ‘zacht’ bestemd met ruimtebeslag • Cat C: ‘hard’ bestemd zonder ruimtebeslag • Cat D: ‘zacht’ bestemd zonder ruimtebeslag De oppervlaktecijfers die resulteren uit de overlay van het ruimtebeslag (nauwkeurig tot op 0.01 hectare) en het ruimteboekhoudingsbestand moeten afgerond worden op een nauwkeurigheidsniveau van 10ha. Meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878

  • Deze kaartindicator geeft de verweving tussen wonen, werken (in loondienst) en werken als zelfstandige weer, ingedeeld in 6 categorieën. Per 10x10m² rastercel wordt een onderscheid gemaakt tussen: monofunctioneel wonen, monofunctioneel werken (=economische activiteiten met werknemers), monofunctioneel zelfstandigen, wonen + werken, wonen + zelfstandigen. Voor meer details over de totstandkoming van dit product en de bijhorende cijfers wordt daarom nu verwezen naar het technisch rapport 'Indicatoren Ruimtelijk Rendement, toestand en evolutie 2013-2019 - technische fiches' dat je terugvindt onder https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/762878