From 1 - 10 / 67
  • De geodatalaag 'mobiscore per ha' geeft per hectare-cel binnen het Vlaamse Gewest de finale, totale mobiscore weer als een score tussen 0 en 10. De Mobiscore is een sensibiliserend instrument dat verhuizers wil laten nadenken over de mogelijke milieu-impact door verplaatsingen vanaf hun potentiële nieuwe woonst. De Mobiscore berekent de afstand naar verschillende soorten voorzieningen in de buurt: winkels en horeca, kinderopvang en scholen, dokters en ziekenhuizen, sport- en cultuurinfrastructuur en openbaar vervoer. De score houdt rekening met het verwachte aantal verplaatsingen voor specifieke voorzieningen en het vervoermiddel dat een gemiddelde Vlaming zou gebruiken voor deze verplaatsingen. Daarnaast houdt de Mobiscore rekening met de milieukosten (luchtvervuiling, files, geluidshinder, …) van dat vervoermiddel. Hoe hoger de Mobiscore van een bepaalde locatie, hoe gemakkelijker het is om bepaalde clusters van voorzieningen te voet of met de fiets te bereiken, en dus hoe beperkter de mobiliteits- en milieu-impact van woningen in deze buurt. Deze informatie kan mee in acht genomen worden als een van de factoren in het beslissingsproces over de woonlocatie. De scores kunnen geraadpleegd worden via de website www.mobiscore.be Het instrument Mobiscore onderging in 2021 een actualisatie, alsook enkele methodologische aanpassingen als antwoord op de evaluatie van de eerste versie. Deze geodatalaag geeft deze geactualiseerde een bijgestelde scores weer. Alle details over deze aanpassing staan beschreven in het technisch rapport: Van Den Bergh Gitte (2021). Actualisatie en bijstelling Mobiscore, studie uitgevoerd in opdracht van het Departement Omgeving, dat vindbaar is via volgende link : https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/817237

  • De geodatalaag ‘stadsbos’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 60ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsbos rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘stadsdeelgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 30ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsdeelgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘stadsgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 60ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘wijkgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 10ha. Deze geodatalaag werd bekomen door de selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot wijkgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘buurtgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 1ha. Deze geodatalaag werd bekomen door de selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>1ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot buurtgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De kansenkaart ‘ruimtelijk rendement verhogen voor gemengde omgevingen’ visualiseert Vlaanderen-breed informatie over geschikte locaties voor de verhoging van het ruimtelijke rendement, zoals bedoeld in de strategische visie Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). De kansenkaart is een kennisbasis die voor beleidsvoorbereiding ingezet kan worden. De kansenkaart toont vanuit een cartografische invalshoek de geschiktheid van een locatie voor rendementsverhoging binnen het bestaand ruimtebeslag en uitsluitend vanuit een Vlaams perspectief. Het is evident dat het gebruik in combinatie moet gebeuren met andere beleidselementen uit het BRV. Bovendien moet ieder rendementverhogend initiatief op maat van de omgeving gebeuren, waarbij rekening dient te worden houden met lokale context, leefomgevingskwaliteit, enzovoort. De kansenkaart maakt abstractie van juridisch-planologische bestemmingszones en beschermingen (of vaststellingen) van erfgoedwaarden. Deze kansenkaart geldt voor de (her-)ontwikkeling van gemengde omgevingen. Dit wil zeggen bestaand ruimtebeslag waarin een mix van wonen, werken, voorzieningen enz. wordt gerealiseerd. De kansenkaart is niet inzetbaar voor bedrijventerreinen of andere ‘monofunctionele’ inplantingen, of bijzondere functies (bijvoorbeeld een energiecentrale, een motorcrossterrein enz.). Deze kansenkaart geeft potenties weer via een score op een quasi continue schaal. De scoring gebeurt aan de hand van een GIS-verwerking, waarbij verschillende ruimtelijke criteria met elkaar gecombineerd worden. Deze ruimtelijke criteria zijn een vertaling van een weloverwogen selectie van ontwikkelingsprincipes uit de strategische visie BRV die van tel zijn voor de locatiekeuze van gemengde omgevingen voor wonen, werken en voorzieningen. Deze ontwikkelingsprincipes zijn gecombineerd in een afwegingsdiagram dat de leidraad vormt voor het opstellen van de kansenkaart. De kansenkaart ‘ruimtelijk rendement verhogen voor gemengde omgevingen’ is opgesteld onder de vorm van een rastervormig GIS-bestand. In eerste instantie worden daarbij alle gebruikte kaartlagen verrasterd worden naar een resolutie van 10x10m en met elkaar gecombineerd. Niettemin hebben enkele belangrijke inputlagen een minder fijn detailniveau. Daarom wordt de kansenkaart in een finale verwerkingsstap teruggebracht tot een resolutie van 1ha door het uitmiddelen van de originele rastercellen opgemaakt op 10x10m resolutie. De finale kansenkaart kan dus helpen om een uitspraak te doen over het verhogen van ruimtelijk rendement binnen het bestaande ruimtebeslag en dit op een detailniveau van 1ha. Alle details over de methode van opmaak van dit product zijn raadpleegbaar in het technisch rapport: "Poelmans Lien, Hambsch Lorenz, Willems Peter, Mertens Geert (2022), Kansenkaart ruimtelijk rendement verhogen & kansenkaart ruimtelijk uitbreiden voor gemengde omgevingen – actualisatie 2021 - technische beschrijving" dat je terugvindt via https://archief.onderzoek.omgeving.vlaanderen.be/Onderzoek-3212955 Deze kansenkaart werd samengesteld met gebruik van de meest recente en best beschikbare kaartlagen die begin 2021 voorhanden waren. Niettemin geven de meest dominante inputdata (met name die van de OV-knooppunten en de voorzieningen) de toestand in 2019 weer. Het is evident dat een kansenkaart die gebaseerd is op evoluerende parameters, op zich ook dynamisch van aard is. Zo kan een update ervan ook rekening houden met toekomstige knooppunten, een veranderde waardering van elementen in het fysisch systeem, een wijzigend voorzieningenaanbod of openbaar vervoersaanbod enz. Deze kansenkaart is een vervanging van een oudere versie met toestand 2015 (gepubliceerd in 2021).

  • "Natuurbeleving op de weg" geeft een indruk van het gehalte aan "groenblauw" in een wijk, gezien vanop de weg. Dit kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Ten eerste kan je ze als burger gebruiken om de aangenaamste route tussen twee punten te ontdekken. Zo kan je de groenste (en vaak gezondste) route naar de school voor je kind uitstippelen. Let wel, de kaart houdt geen rekening met toegankelijkheid. Dit kan lokale besturen helpen om een idee te krijgen van welke groene plekken best ontsloten kunnen worden om een groen traject te vervolledigen. Deze kaart doet enkel een uitspraak over het groenblauw, dus niet over andere factoren die een traject aangenaam of onaangenaam kunnen maken (verkeersdrukte, veiligheid, kwaliteit van het wegdek, mooie gebouwen, …). De kaart geeft het percentage groenblauw (hoog groen, laag groen, landbouw en water) weer in een straal van 20 meter rond een weg. Het groenblauw rond de weg wordt als het ware toegekend aan de weg zelf. Op die manier geeft de kaart een indicatie voor de groenblauwe beleving op elke locatie gelegen op een weg in Vlaanderen. De analyse wordt gemaakt aan de hand van de Groenkaart Vlaanderen (voor hoog groen, laag groen en landbouw), het Grootschalig Referentie Bestand (GRB) voor entiteit Water, en het Wegenregister. Al deze geodatalagen zijn open beschikbaar via Geopunt. Aan hoog groen, laag groen, landbouw en water wordt dezelfde waarde toegekend. De berekening houdt daarnaast geen rekening met de inrichting van de weg zelf (verhard of onverhard). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en wordt verwezen naar het technisch rapport 'Poelmans Lien, Janssen Liliane, Vranckx Stijn (2022), Natuurbeleving op de weg – Technische beschrijving. Studie uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.' dat je terugvindt onder https://www.researchportal.be/nl/publicatie/natuurbeleving-op-de-weg-technische-beschrijving

  • "Natuurbeleving op de weg" geeft een indruk van het gehalte aan "groenblauw" in een wijk, gezien vanop de weg. Dit kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Ten eerste kan je ze als burger gebruiken om de aangenaamste route tussen twee punten te ontdekken. Zo kan je de groenste (en vaak gezondste) route naar de school voor je kind uitstippelen. Let wel, de kaart houdt geen rekening met toegankelijkheid. Dit kan lokale besturen helpen om een idee te krijgen van welke groene plekken best ontsloten kunnen worden om een groen traject te vervolledigen. Deze kaart doet enkel een uitspraak over het groenblauw, dus niet over andere factoren die een traject aangenaam of onaangenaam kunnen maken (verkeersdrukte, veiligheid, kwaliteit van het wegdek, mooie gebouwen, …). De kaart geeft het percentage groenblauw (hoog groen, laag groen, landbouw en water) weer in een straal van 20 meter rond een weg. Het groenblauw rond de weg wordt als het ware toegekend aan de weg zelf. Op die manier geeft de kaart een indicatie voor de groenblauwe beleving op elke locatie gelegen op een weg in Vlaanderen. De analyse wordt gemaakt aan de hand van de Groenkaart Vlaanderen (voor hoog groen, laag groen en landbouw), het Grootschalig Referentie Bestand (GRB) voor entiteit Water, en het Wegenregister. Al deze geodatalagen zijn open beschikbaar via Geopunt. Aan hoog groen, laag groen, landbouw en water wordt dezelfde waarde toegekend. De berekening houdt daarnaast geen rekening met de inrichting van de weg zelf (verhard of onverhard). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en wordt verwezen naar het technisch rapport 'Poelmans Lien, Janssen Liliane, Vranckx Stijn (2022), Natuurbeleving op de weg – Technische beschrijving. Studie uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.' dat je terugvindt onder https://www.researchportal.be/nl/publicatie/natuurbeleving-op-de-weg-technische-beschrijving

  • "Natuurbeleving op de weg" geeft een indruk van het gehalte aan "groenblauw" in een wijk, gezien vanop de weg. Dit kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Ten eerste kan je ze als burger gebruiken om de aangenaamste route tussen twee punten te ontdekken. Zo kan je de groenste (en vaak gezondste) route naar de school voor je kind uitstippelen. Let wel, de kaart houdt geen rekening met toegankelijkheid. Dit kan lokale besturen helpen om een idee te krijgen van welke groene plekken best ontsloten kunnen worden om een groen traject te vervolledigen. Deze kaart doet enkel een uitspraak over het groenblauw, dus niet over andere factoren die een traject aangenaam of onaangenaam kunnen maken (verkeersdrukte, veiligheid, kwaliteit van het wegdek, mooie gebouwen, …). De kaart geeft het percentage groenblauw (hoog groen, laag groen, landbouw en water) weer in een straal van 20 meter rond een weg. Het groenblauw rond de weg wordt als het ware toegekend aan de weg zelf. Op die manier geeft de kaart een indicatie voor de groenblauwe beleving op elke locatie gelegen op een weg in Vlaanderen. De analyse wordt gemaakt aan de hand van de Groenkaart Vlaanderen (voor hoog groen, laag groen en landbouw), het Grootschalig Referentie Bestand (GRB) voor entiteit Water, en het Wegenregister. Al deze geodatalagen zijn open beschikbaar via Geopunt. Aan hoog groen, laag groen, landbouw en water wordt dezelfde waarde toegekend. De berekening houdt daarnaast geen rekening met de inrichting van de weg zelf (verhard of onverhard). Voor meer details over de totstandkoming van dit product en wordt verwezen naar het technisch rapport 'Poelmans Lien, Janssen Liliane, Vranckx Stijn (2022), Natuurbeleving op de weg – Technische beschrijving. Studie uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.' dat je terugvindt onder https://www.researchportal.be/nl/publicatie/natuurbeleving-op-de-weg-technische-beschrijving