Contact for the resource

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

139 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 139
  • Deze dataset geeft de bebossing op de 3de editie van de topografische kaarten op 1:20.000 (1910 - 1940) weer. Zeer geschikt als aanvulling bij de bosleeftijdskaart of voor specifiek onderzoek zoals het lokaliseren van ontbossingen. Het gebruik voor detailstudies wordt afgeraden, tenzij voor een terreinverkenning. De 3de editie van de topografische kaarten vertonen immers geografische afwijkingen. Deze kaart werd voor vectorisatie van historische bossen geselecteerd omdat automatisering mogelijk was. Als informatiebron heeft de kaart als nadeel dat ze als gevolg van WOI over een ruime periode tot stand gekomen is. Oost- en West-Vlaanderen (inclusief 1:50.000 nummers 15, 22, 30 en 38) werden gekarteerd rond 1910. De oostelijke helft van Vlaanderen werd gekarteerd in de jaren '20 en '30. Sommige kaartbladen (19/7, 19/8, 20/5, 28/8 en 30/3) werden zelfs niet opnieuw gekarteerd in het begin van de 20ste eeuw en geven dus de situatie weer van rond 1885.

  • Deze dataset geeft de bebossing op de kaarten van Vandermaelen (opgenomen in de periode 1846-1854) weer. Deze datasets is geschikt als aanvulling bij de bosleeftijdskaart of voor specifiek onderzoek zoals het lokaliseren van ontbossingen. Het gebruik voor detailstudies wordt afgeraden, tenzij voor een terreinverkenning. De kaarten van Vandermaelen vertonen immers geografische onnauwkeurigheden.

  • Deze dataset geeft de bebossing op de Ferrariskaarten (1771-1778) weer. Zeer geschikt als aanvulling bij de bosleeftijdskaart of voor specifiek onderzoek zoals het lokaliseren van ontbossingen. Het gebruik voor detailstudies wordt ten zeerste afgeraden, tenzij voor een terreinverkenning. De Ferrariskaarten vertonen immers belangrijke geografische fouten. Men moet goed beseffen dat de Ferrariskaarten een momentopname zijn zoals alle andere kaarten en dat het landgebruik in Vlaanderen reeds voor 1800 een grote dynamiek kende. Locaties die op de Ferrariskaarten als bos staan aangeduid, zijn dus niet noodzakelijk 'nooit ontgonnen'. Een klein deel van het huidige Vlaanderen (Lommel, een stukje van Voeren, Westouter) behoorde niet tot de Oostenrijkse Nederlanden en wordt bijgevolg niet weergegeven op de kaarten van Ferraris.

  • De bosleeftijdskaart (1771 - 2001) combineert de gegevens van volgende 4 kaarten:1. De Ferrariskaarten (opgemaakt tussen 1771 en 1778)2. De kaarten van Vandermaelen (opgemaakt tussen 1846 en 1854)3. De 3de editie van topografische kaarten op 1:20.000 (het merendeel werd opgemaakt tussen 1910 en 1940)4. De actuele bebossing volgens de boskartering, versie 2001.Op deze 4 kaarten werd enkel het onderscheid gemaakt tussen bos en niet-bos. De bosleeftijdskaart wordt optimaal gebruikt op schaal 1/50.000. De kaart is geschikt voor landschapsstudies, ecosysteemvisies e.d. maar minder voor detailstudies (beheersplannen, MER's, ... ). Ze kan in dergelijke gevallen wel een eerste indruk geven van de boshistoriek, maar het is sterk aan te bevelen om zoveel mogelijk historisch kaartmateriaal te bekijken om aan de beperkingen van de bosleeftijdskaart, nl. de geografische onnauwkeurigheid en het beperkt aantal bronnen, te verhelpen.

  • De Biologische Waarderingskaart (BWK) is een uniforme inventarisatie en evaluatie van het gehele Vlaamse grondgebied aan de hand van een set karteringseenheden die staan voor vegetaties, bodembedekking en kleine landschapselementen (lijn- en puntvormige elementen). Ook met de aanwezigheid van belangrijke fauna-elementen is er rekening gehouden. De vernieuwde BWK, versie 2, probeert, in vergelijking met de versie 1, aan meer vereisten en noden te voldoen, zowel inhoudelijk als op het gebied van nauwkeurigheid. In deze versie van de BWK zijn ook de Natura 2000 habitattypen opgenomen. In Vlaanderen komen actueel 47 Natura 2000 habitattypen van de Bijlage I van de Habitatrichtlijn voor. Daarnaast zijn er in Vlaanderen ook 15 regionaal belangrijke biotopen gedefinieerd. Dit zijn biotopen die naar biologische waarden en belang voor de biodiversiteit vergelijkbaar zijn met habitattypen, maar die op Europees niveau minder bedreigd zijn. Deze kaart geeft de best beschikbare informatie anno 2020 over de verspreiding van de Natura 2000 habitattypen, de regionaal belangrijke biotopen en de karteringseenheden van de Biologische Waarderingskaart. Dit kan een vereenvoudiging zijn van de werkelijkheid op terrein. Ten allen tijde geldt de reële situatie op terrein voor toepassing t.b.v. het beleidsmatig en wettelijk kader.

  • Bij de opmaak van een natuurbeheerplan, een projectsubsidie natuur, of andere gelijkgestelde instrumenten ter realisatie van de IHD (instandhoudingsdoelstellingen), kunnen welbepaalde natuurstreefbeelden tot doel gesteld worden voor vegetaties, leefgebieden van soorten of procesgestuurde natuur. Het Instandhoudingsbesluit (BVR 20/06/2014, art. 8) stelt echter dat het realiseren van de Europees te beschermen boshabitattypen niet mag leiden tot een betekenisvolle verslechtering of achteruitgang van de zgn. vegetaties van regionaal belang (VRB’s), zoals gespecificeerd in bijlage bij het besluit. De VRB’s zijn gedefinieerd aan de hand van welbepaalde karteringseenheden uit de Biologische Waarderingskaart (BWK) en Natura 2000 Habitatkaart. Door deze selectie te vertalen naar een ruimtelijk bestand is het voor elke opsteller van een natuurbeheerplan duidelijk op welke percelen of delen van percelen art. 8 van het Instandhoudingsbesluit van toepassing is. Deze kaartlaag geeft de best beschikbare informatie anno 2020 weer over de verspreiding van de vegetaties van regionaal belang. Dit kan een vereenvoudiging zijn van de werkelijkheid op terrein. Te allen tijde geldt de reële situatie op het terrein voor toepassing t.b.v. het beleidsmatig en wettelijk kader. Noch de auteurs noch het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor gebeurlijke fouten en de gevolgen die daaruit kunnen voortvloeien.

  • Uitgaande van de abiotische standplaatsvereisten van de ecotopen is voor ieder ecotoop een gevoeligheid gekoppeld aan de milieudrukken verdroging, eutrofiëring en verzuring. Hieruit volgt een mate van kwetsbaarheid voor deze effectgroepen. Ecotopen die zeer gevoelig zijn voor een bepaalde milieudruk en daarenboven biologisch zeer waardevol zijn, zijn zeer kwetsbaar. Via de link met de Biologische Waarderingskaart wordt de kwetsbaarheid van ecotopen voor de drie milieudrukken ruimtelijk gesitueerd. De methode is daardoor geschikt voor de milieuafweging van locatiealternatieven.