From 1 - 9 / 9
  • Afstroomgebieden binnen Vlaanderen gebruikt om te bepalen wie de bevoegde adviesinstantie is bij de watertoets. De kaart is ruwweg gebaseerd op de natuurlijke afstroomgebieden, maar hierop zijn wijzigingen aangebracht voor bijvoorbeeld grensgebieden of Sigmagebieden. De kaart kan dan ook niet gebruikt worden als een exacte weergave van afstroomgebieden.

  • Vectorieel bestand met de assen van bevaarbare waterlopen (waterwegen), onbevaarbare-geklasseerde en een aantal niet-geklasseerde waterlopen. Onderdeel van de Vlaamse Hydrografische Atlas. Dit bestand wordt bijgehouden in een samenwerkingsverband van de Vlaamse provincies en Vlaams-gewestelijke instellingen, waarbij de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM als centrale beheerder optreedt. Alle wijzigingen in waterlopen worden gecentraliseerd en in de beheersomgeving opgenomen.

  • Vectorieel bestand met de assen van bevaarbare waterlopen (waterwegen), onbevaarbare-geklasseerde en een aantal niet-geklasseerde waterlopen. Onderdeel van de Vlaamse Hydrografische Atlas. Dit bestand wordt bijgehouden in een samenwerkingsverband van de Vlaamse provincies en Vlaams-gewestelijke instellingen, waarbij de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM als centrale beheerder optreedt. Alle wijzigingen in waterlopen worden gecentraliseerd en in de beheersomgeving opgenomen.

  • Vectorieel bestand met de assen van bevaarbare waterlopen (waterwegen), onbevaarbare-geklasseerde en een aantal niet-geklasseerde waterlopen. Onderdeel van de Vlaamse Hydrografische Atlas. Dit bestand wordt bijgehouden in een samenwerkingsverband van de Vlaamse provincies en Vlaams-gewestelijke instellingen, waarbij de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM als centrale beheerder optreedt. Alle wijzigingen in waterlopen worden gecentraliseerd en in de beheersomgeving opgenomen.

  • De erosiegevoeligheidskaart ten behoeve van de watertoets is een tussenproduct binnen de studie ‘verfijning van de bodemerosiekaart’, uitgevoerd door de onderzoeksgroep fysische en regionale geografie van de K.U. Leuven in opdracht van de afdeling Land. Deze watertoetskaart onderscheidt zich dan ook uitdrukkelijk van de potentiële bodemerosiekaart die als eindproduct van de studie van de afdeling Land zal worden opgemaakt. De watertoetskaart dient slechts ter evaluatie van de effecten van vergunningsplichtige ingrepen of van plannen of programma’s waarbij het bodemgebruik op een bepaalde locatie of voor een bepaald gebied wordt gewijzigd.

  • De hellingenkaart ten behoeve van de watertoets geeft in een raster van 5 op 5 meter de helling (in %) van het terrein weer. De hellingenkaart werd in overeenstemming met de tabel met afvoercoëfficiënten zoals gevoegd in bijlage VIII bij het watertoetsbesluit ingedeeld in 4 klassen: hellingen kleiner dan 0,5%, van 0,5 tot 5%, van 5 tot 10% en hellingen groter dan 10%.

  • Doel van de winterbedkaart is het aanduiden van de gebieden waar veranderingen van bodemgebruik aanleiding kunnen geven tot een gewijzigd afvoergedrag in geval van overstroming van het gebied. Bepaalde vormen van bodemgebruik of vegetatie worden gekenmerkt door een hoge “ruwheid”, waardoor zij een hogere stromingsweerstand hebben vergeleken met andere vormen van bodemgebruik. Zo zal een bebost valleigebied dat occasioneel overstroomt aanleiding geven tot het optreden van hogere waterpeilen bij eenzelfde overstroming, vergeleken met een niet bebost gebied. Omdat dergelijke veranderingen in peilen en stroomsnelheden maar relevant zijn voor relatief omvangrijke overstromingsgebieden, werd de winterbedkaart beperkt tot de gebieden die onderhevig zijn aan overstromingen vanuit de bevaarbare waterlopen. De term winterbed wordt in Vlaanderen ook alleen gebruikt voor de gebieden die bevaarbare waterlopen bij zeer hoge waterafvoeren innemen.

  • De kaart met de gebieden die gevoelig zijn voor grondwaterstroming ten behoeve van de watertoets werd opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er minder of meer aandacht moet uitgaan naar de effecten van ingrepen op de grondwaterstroming.

  • De kaart met de infiltratiegevoelige bodems ten behoeve van de watertoets werd opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er relatief gemakkelijk hemelwater kan infiltreren naar de ondergrond. Infiltratie van hemelwater naar het grondwater is belangrijk omdat daardoor de oppervlakkige afstroming en dus ook de kans op wateroverlast afneemt. Bovendien staat infiltratie in voor de aanvulling van de grondwatervoorraden en zodoende voor het tegengaan van verdroging van watervoerende lagen en van waterafhankelijke natuur.