cl_maintenanceAndUpdateFrequency

continual

30 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 30
  • In de DOV-databank is elke waarneming van grondlagen een boring. Bij de meeste boringen wordt er met een boortoestel een gat gemaakt in de ondergrond om de verschillende grondlagen te kunnen beschrijven. Aan de hand van een boring krijg je een beeld van het materiaal in de ondergrond met toenemende diepte. Afhankelijk van het doel waarvoor de boring geplaatst wordt, zal men een geschikte boormethode toepassen. Boringen worden geplaatst voor verkennend bodemonderzoek, monstername van het sediment en/of grondwater, bepaling van bodemfysische parameters, milieuhygiënisch onderzoek,… Afhankelijk van de diepte, soort materiaal, en het al dan niet boren tot onder de grondwatertafel kan men kiezen uit verscheidene systemen voor handmatig of machinaal te boren. Het bodemmateriaal dat vrijkomt, kan gebruikt worden om een profiel van de ondergrond op te stellen of om er grondmonsters van te nemen om verdere analyses op uit te voeren. Vaak is het de bedoeling een put uit te bouwen zodat water kan gewonnen worden (zie ook grondwatermeetnet en grondwatervergunningen). Soms worden boringen uitgevoerd om een aantal geotechnische karakteristieken te bepalen of om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Oppervlakkige waarnemingen van de ondergrond noemen we ook boringen. Vooral rond 1900 beschreven een aantal geologen vaak de oppervlakkige lagen. In de databank staan er dan ook verschillende boringen met een diepte van 0 meter. Het gaat vooral om weginsnijdingen of om zichtbare lithologische kenmerken langs de oppervlakte.

  • In de DOV-databank is elke waarneming van grondlagen een boring. Bij de meeste boringen wordt er met een boortoestel een gat gemaakt in de ondergrond om de verschillende grondlagen te kunnen beschrijven. Aan de hand van een boring krijg je een beeld van het materiaal in de ondergrond met toenemende diepte. Afhankelijk van het doel waarvoor de boring geplaatst wordt, zal men een geschikte boormethode toepassen. Deze laag toont enkel de boringen met als doel 'Geothermie' met aanvangsdatum vanaf 01-01-2017. Boringen worden geplaatst voor verkennend bodemonderzoek, monstername van het sediment en/of grondwater, bepaling van bodemfysische parameters, milieuhygiënisch onderzoek,… Afhankelijk van de diepte, soort materiaal, en het al dan niet boren tot onder de grondwatertafel kan men kiezen uit verscheidene systemen voor handmatig of machinaal te boren. Het bodemmateriaal dat vrijkomt, kan gebruikt worden om een profiel van de ondergrond op te stellen of om er grondmonsters van te nemen om verdere analyses op uit te voeren. Vaak is het de bedoeling een put uit te bouwen zodat water kan gewonnen worden (zie ook grondwatermeetnet en grondwatervergunningen). Soms worden boringen uitgevoerd om een aantal geotechnische karakteristieken te bepalen of om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Oppervlakkige waarnemingen van de ondergrond noemen we ook boringen. Vooral rond 1900 beschreven een aantal geologen vaak de oppervlakkige lagen. In de databank staan er dan ook verschillende boringen met een diepte van 0 meter. Het gaat vooral om weginsnijdingen of om zichtbare lithologische kenmerken langs de oppervlakte.

  • In DOV worden de resultaten van sonderingen ter beschikking gesteld. Bij het uitvoeren van de sondering wordt een sondeerpunt met conus bij middel van buizen statisch de grond ingedrukt. Continu of met bepaalde diepte-intervallen wordt de weerstand aan de conuspunt, de plaatselijke wrijvingsweerstand en/of de totale indringingsweerstand opgemeten. Eventueel kan aanvullend de waterspanning in de grond rond de conus tijdens de sondering worden opgemeten met een waterspanningsmeter. Het op diepte drukken van de sondeerbuizen gebeurt met een indrukapparaat. De nodige reactie voor het indrukken van de buizen wordt geleverd door een verankering en/of door het gewicht van de sondeerwagen. De totale indrukcapaciteit varieert van 25 kN tot 250 kN, afhankelijk van apparaat en opstellingswijze.

  • In de DOV-databank is elke waarneming van grondlagen een boring. Bij de meeste boringen wordt er met een boortoestel een gat gemaakt in de ondergrond om de verschillende grondlagen te kunnen beschrijven. Aan de hand van een boring krijg je een beeld van het materiaal in de ondergrond met toenemende diepte. Afhankelijk van het doel waarvoor de boring geplaatst wordt, zal men een geschikte boormethode toepassen. Boringen worden geplaatst voor verkennend bodemonderzoek, monstername van het sediment en/of grondwater, bepaling van bodemfysische parameters, milieuhygiënisch onderzoek,… Afhankelijk van de diepte, soort materiaal, en het al dan niet boren tot onder de grondwatertafel kan men kiezen uit verscheidene systemen voor handmatig of machinaal te boren. Het bodemmateriaal dat vrijkomt, kan gebruikt worden om een profiel van de ondergrond op te stellen of om er grondmonsters van te nemen om verdere analyses op uit te voeren. Vaak is het de bedoeling een put uit te bouwen zodat water kan gewonnen worden (zie ook grondwatermeetnet en grondwatervergunningen). Soms worden boringen uitgevoerd om een aantal geotechnische karakteristieken te bepalen of om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Oppervlakkige waarnemingen van de ondergrond noemen we ook boringen. Vooral rond 1900 beschreven een aantal geologen vaak de oppervlakkige lagen. In de databank staan er dan ook verschillende boringen met een diepte van 0 meter. Het gaat vooral om weginsnijdingen of om zichtbare lithologische kenmerken langs de oppervlakte. Gekoppeld aan de boringen zijn waar beschikbaar ook formele interpretaties van de stratigrafie.

  • Trajecten slibruimingen uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij sinds 2002.

  • Deze dataset bevat informatie over de fietssnelwegen op grondgebied van het Vlaams Gewest. Het is een bundeling van de data beheerd door de 5 provincies, waardoor de data gebiedsdekkend aangeboden wordt. Naast de fietssnelwegtrajecten (al dan niet gerealiseerd), bevat de dataset ook informatie over, befietsbaarheid, kwaliteit, verlichting en autoluwe routes. Ook de alternatieve routes voor nog niet gerealiseerde fietssnelwegen, zijn beschikbaar. De fietssnelwegen zijn een initiatief van de provincies, in samenwerking met de gemeenten en de Vlaamse overheid. Op termijn zullen de fietssnelwegen alle Vlaamse steden vlot met elkaar verbinden, goed voor een netwerk van 2700 kilometer. Zo stimuleren we pendelaars om de auto thuis te laten en regelmatiger voor de fiets te kiezen. De aanbieders van deze informatie trachten deze zo accuraat mogelijk te houden maar kunnen geen garanties geven dat deze te allen tijde accuraat is en zijn daarom niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het gebruik van deze informatie. Eventuele fouten kan u melden via www.Fietssnelwegen.be/contact

  • Publieke laag van Verkeersregelinstallaties voor het project Mobilidata. Intelligente VRI’s (iVRI’s) zijn de nieuwe generatie verkeersregelinstallaties en kunnen informatie zenden (tijd tot groen), maar ook informatie ontvangen en op tijd ‘zien’ welk verkeer eraan komt. Realtime optimalisatie van de regelingen en prioriteit geven op een kruising aan bepaalde groepen weggebruikers (OV, zware vrachtwagens, fietsers, nood- en hulpdiensten) worden daarmee mogelijk voor wegbeheerders.

  • Deze laag bevat dienstenzones (autosnelwegparkings), P&R, Hoppinpunten en carpoolparkings gelegen langs gewest- en autosnelwegen in Vlaanderen. Deze parkeerterreinen worden aangeduid door veelhoekige meetkundige figuren (polygonen) waarbinnen de (parkeer)infrastructuur, exploitatievormen en natuurelementen gelegen zijn.

  • De kaart bevat de geplande en gerealiseerde ontsnipperingsprojecten ter hoogte van (gewest-)wegen in Vlaanderen. Dergelijke projecten bieden een antwoord op versnippering door weginfrastructuur. Leefgebieden en migratieroutes van inheemse fauna worden opnieuw met elkaar verbonden door ontsnipperende maatregelen. Deze kunnen heel zichtbaar zijn, bijvoorbeeld onder de vorm van ecoducten, maar ook minder opvallend, zoals ecoduikers of ecotunnels met een begeleidend raster. De Vlaamse overheid werkt sinds september 2020 voor dergelijke projecten met een onderbouwd meerjarenprogramma, namelijk het ‘Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) – deel I (Wegen)’. Het legt de samenwerking vast tussen het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), het Departement Omgeving (DOMG) en het Agentschap Natuur en Bos (ANB) voor de financiering en uitvoering van ontsnipperingsprojecten. Het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) levert wetenschappelijke ondersteuning.

  • Het beheer en onderhoud van de Vlaamse gewestwegen is een bevoegdheid van AWV. Deze bevoegdheden zijn opgedeeld in verschillende regio's of districten. Aan de hand van deze kaar kan men bekijken welke gewestweg wordt beheerd door welk district. Districten vallen meestal samen met de gemeentegrenzen doch kan het zijn dat bepaalde autosnelwegen worden beheerd door het centrale district. De contactgegevens kan je terugvinden via https://wegenenverkeer.be/over-ons/districten