From 1 - 7 / 7
  • Hekwerken worden in stedelijke gebieden geplaatst ten behoeve van de veiligheid. Met dit ene object wordt voorzien in een oplossing voor de afbakening, scheiding en articulatie van de publieke ruimte. De meest gekende toepassingen zijn de hekwerken langsheen bruggen en opgaande constructies, rondom dokken en kaden en langsheen vijvers en kanalen. Antwerpen heeft geen traditie in het plaatsen van hekwerken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Mechelen of Lier, waar het water door de stad loopt en om veiligheidsredenen balustrades werden geplaatst als afboording. In Antwerpen staat het enige noemeswaardige hekwerk langsheen de kaaien, waar stad en havengebied in de 19de eeuw door een hekwerk werden gescheiden; enkel de wandelterrassen lieten een blik toe op het havengebeuren. Sinds een aantal jaren duikt het hekwerk als straatmeubilair terug op. Meestal is de aanleiding de bescherming van de zwakke weggebruiker tegen het snelle en agressieve gemotoriseerd verkeer. De laatste jaren vind je ze ook meer en meer langsheen trambanen – een spoorvoertuig heeft immers altijd en overal voorrang. Bovendien wordt het steeds vaker voorgesteld als alternatief op de vele reeksen (verkeers) palen in de stad – met of zonder de mogelijkheid van begroening ertegen door klimplanten of haagstructuren. De Lijn en de groendienst zijn vandaag de grootste plaatsers van hekwerken en afsluitingen in de stad. De Vlaamse Vervoersmaatschappij plaatst ze op perrons langsheen centrale tram- en busbanen en als bescherming/afscheiding van de niet-overrijdbare beddingen. Het Stads- en buurtonderhoud gebruikt hekwerken op de groen- en speelterreinen als, afboording van vijvers en borders, als structuur voor hagen en klimplanten, om ballen op sport- en speelterreinen te ondervangen, .... Daarnaast werden in het verleden vaak kettingpaaltjes geplaatst aan schoolomgevingen, teneinde kinderen te beletten (impulsief) de straat over te steken bij het verlaten van de schoolpoort. Tenslotte is er nog een wegneembare/neerklapbare afsluiting die gebruikt wordt op pleinen om markten, foren of andere festiviteiten bij wijze van uitzondering toegang tot het plein te verlenen.

  • Publieke laag van Verkeersregelinstallaties voor het project Mobilidata. Intelligente VRI’s (iVRI’s) zijn de nieuwe generatie verkeersregelinstallaties en kunnen informatie zenden (tijd tot groen), maar ook informatie ontvangen en op tijd ‘zien’ welk verkeer eraan komt. Realtime optimalisatie van de regelingen en prioriteit geven op een kruising aan bepaalde groepen weggebruikers (OV, zware vrachtwagens, fietsers, nood- en hulpdiensten) worden daarmee mogelijk voor wegbeheerders.

  • Stad Antwerpen wil met haar speelweefselplannen de routes die kinderen vaak gebruiken veiliger en plezieriger maken. Een speelweefselplan is een netwerk van autoluwe of autovrije fiets- en looproutes in een bepaalde buurt of wijk, aangevuld met ‘speelimpulsen’ onderweg. We brengen eerst in kaart waar kinderen spelen, waar ze naar school gaan, waar ze vriendjes ontmoeten, waar ze op ontdekkingstocht gaan… We bekijken dan welke ingrepen er wenselijk zijn, op welke manier we de veiligheid langs die routes kunnen verbeteren, waar er nood is aan extra speelruimte. Door de zones waar vaak kinderen komen veiliger en aantrekkelijker te maken, stimuleren we hen meer buiten te spelen en te bewegen. Bovendien worden ze zo meer ‘zelfstandig mobiel’ in de stad. We stimuleren kinderen om meer buiten te spelen, maar dat werkt ook aanstekelijk voor volwassenen. Zo komen zij zelf meer op straat, leggen ze sociale contacten met buurtbewoners, passen ze hun verkeersgedrag aan… De wijk wordt op die manier een aangenamere plek om te wonen. Unieke aanpak Bij het (her)invullen van publieke ruimte worden kinderen en jongeren zelden écht betrokken. Uniek aan het concept van de speelweefselplannen is dat ze net wél vertrekken vanuit het perspectief van kinderen en jongeren. Via een intensief participatieproject met terugkoppelmomenten vragen we hen naar hun ervaringen, inzichten en meningen. We zien hen als gelijkwaardige partners, naast volwassen wijkbewoners en professionals. Die professionals komen overigens uit diverse diensten: mobiliteit, jeugd, sport, samenleven, buurtregie, inspraak… Net die interdisciplinaire aanpak biedt een grote meerwaarde. Meer gedetailleerde info over speelweefsel vind je op de website: https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vrijetijdsaanbod-voor-kinderen/buiten-spelen/antwerpse-speelweefselplannen - https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vrijetijdsaanbod-voor-kinderen/buiten-spelen/antwerpse-speelweefselplannen

  • Samenvatting: De kaart "zone 30 gebieden" lokaliseert zone 30-gebieden in Antwerpen en de nieuwe gebieden die nu voorgesteld worden. Op basis van het al dan niet voorhanden zijn van meer gedetailleerde plannen, collegesluiten en/of gemeenteraadsbesluiten werden de betrokken zones grootschalig ingetekend. Doel: De geo-laag geeft een aanduiding van de zone 30-gebieden en de gebieden in voorbereiding en kan gebruikt worden in functie van ruimtelijke analyses in combinatie met andere informatie: veiligheid, spreiding, omgevingsanalyses, kwaliteit van het wonen, … Aanmaak: In samenwerking met de afdeling 'verkeer en mobiliteit' van het Stedelijk Ontwikkelingsbedrijf werden de zone 30-gebieden grootschalig ingetekend. Er werd niet alleen gekeken naar de concrete zones, maar ook het statuut van de betrokken zone en de overeenkomstige besluitvorming werden in beeld gebracht. Deze gegevens zijn belangrijk naar de interpretatie en het gebruik van de data. Enkel de zones die de status "goedgekeurd" hebben meegekregen, kunnen in dit verband beschouwd worden als formeel goedgekeurde zones 30, omdat ook het betrokken Ministerie er zijn goedkeuring aan heeft gegeven.

  • Gebiedsdekkende kaart van de Gezondheid Effecten Screening score (GES) van lokale luchtkwaliteit in Vlaanderen. De indicator is gebaseerd op de jaargemiddelde NO2 (stikstofdioxide) concentraties (Vlaamse Milieumaatschappij 2017), die gemodelleerd werd met de RIO-IFDM-OSPM modelketen. Deze polluent werd als basis genomen omwille van zijn grote ruimtelijke variatie, sterke link met lokale emissies en goed gedocumenteerde gezondheidseffecten. De concentraties aan NO2 werden vervolgens met behulp van de Nederlandse methodiek Gezondheids Effect Screening (GES) verdeeld in klassen die een inzicht geven in potentiële gezondheidseffecten van luchtverontreiniging door NO2, als eerste indicatie voor de lokale luchtkwaliteit. Uiteraard zijn ook andere polluenten (bijvoorbeeld fijn stof of ozon) van belang bij de verdere analyse en beoordeling van de lokale luchtkwaliteit. De GES klassen werden op deze manier gedefinieerd: GES 1 = 0-10 µg/m³ jaargemiddelde NO2 = "goed" ; GES 4 = 10-20 µg/m³ jaargemiddelde NO2 = "matig"; GES 6 = 20-30 µg/m³ jaargemiddelde NO2= "onvoldoende", GES 7 = 30-40 µg/m³ jaargemiddelde NO2= "ruim onvoldoende", GES 8 >40 µg/m³ jaargemiddelde NO2= "zeer onvoldoende". Vanaf GES 6 wordt de gezondheidsadvieswaarde zoals geadviseerd door het Agentschap voor Zorg en Gezondheid (maximaal 20 µg/m³ jaargemiddelde NO2) overschreden, maar ook lagere concentraties hebben negatieve effecten op de gezondheid.

  • In overleg met de ‘werkgroep antwerpen toegankelijk’ (WAT) werden assen geselecteerd waar het wenselijk is om blindegeleidelijnen te voorzien. (op basis van openbaar vervoersassen, toeristische attractiepolen, gemeenschapsvoorzieningen, instituten voor blinden en slechtzienden,…) Aandacht voor assen voor blindegeleid ing bij het ontwerpen van het openbaar domein. Ze worden weergegeven als Aanbevolen en Uitgevoerd De assen zijn ingetekend op basis van de grootschalige basiskaart. De assen werden zoveel mogelijk getekend op voetpaden en bij oversteken op de zebrapaden .