protocol

WCS

1243 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
Service types
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
protocol
domain
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 1243
  • Web Coverage Service met data van de Vlaamse Milieumaatschappij. (OGC:WCS overdrachtservice)

  • "Gewestplan, raster" is een versie in rasterformaat gebaseerd op de dataset in vectorformaat van de bodembestemmingen in Vlaanderen volgens de gewestplannen. De bodembestemmingen verwijzen naar de algemene en aanvullende (bijzondere) stedenbouwkundige voorschriften zoals ze voor al de Vlaamse gewestplannen werden vastgelegd. De Gewestplannen werden opgesteld in uitvoering van Wet op Ruimtelijke Ordening en de Stedenbouw van 1962 en worden op zich sinds 2002 niet meer gewijzigd (uitzondering hierop is de opname van informatie over het opheffen van reservatiestroken en aan te leggen lijninfrastructuur - Besluit Vlaamse Regering van 14/12/2018). Zij blijven echter een belangrijk instrument voor het ruimtelijk beleid, omdat zij op de meeste plekken in Vlaanderen het enige geldende ruimtelijk verordenende plan zijn. Aan de andere kant zijn op vele plekken mogelijks nog andere ruimtelijke verordenende plannen van toepassing, opgesteld door het Vlaamse Gewest, de provinciebesturen of de gemeentebesturen. Het gewestplan geeft dus vaak niet de volledige juridische plancontext weer op een plek. Aan de kaarten op basis van deze dataset kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie in de kaarten heeft louter informatieve waarde en geen juridisch bindende kracht. Om uitsluitsel te krijgen over de juridische planningscontext van een bepaald perceel of gebied dient u contact op te nemen met de stedenbouwkundige dienst van het betreffende gemeentebestuur. De digitale gewestplannen werden gecreëerd op basis van de originele gewestplan(wijziging)en die werden opgemaakt op kaartschaal 1/10.000. Bijgevolg is deze digitale versie enkel geschikt voor gebruik op middenschalig niveau, meer bepaald met maximale gebruiksschaal 1/10.000. Het gecombineerd raadplegen van dit bestand met grootschalige percelenkaarten is cartografisch niet correct en biedt geen uitsluitsel over de juridisch verordenende planningscontext van een perceel. Dit digitaal bestand is met de grootst mogelijke zorg samengesteld, met de oorspronkelijke, juridisch geldende gewestplannen als basis. Toch is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of onjuist is. De getoonde informatie kan dus niet beschouwd worden als een ‘voor eensluidend verklaarde kopie’ van de originele gewestplan(wijzigingen). Deze dataset is opgemaakt door rasterconversie van de dataset in vectorformaat van de gewestplannen, die op zijn beurt werd aangemaakt door vectorisatie van de kaarten van de 25 gewestplannen vastgesteld in de periode 1976 - 1980. Deze kaarten zijn opgemaakt op kaartschaal 1: 10.000. Alle aanpassingen die het gevolg zijn van de later goedgekeurde gewestplanwijzigingen zijn geïntegreerd in de dataset. In het geval er Arresten van de Raad van State werden uitgesproken die geleid hebben tot vernietiging van bepaalde delen van de gewestplannen dan werd, in bijna alle gevallen, het gewestplan in de toestand van vóór de vernietiging hersteld. Een overzicht van alle doorgevoerde bewerkingen vindt U in de metadata van deze dataset onder de rubriek Kwaliteit, Bewerkingen, Processtappen.

  • INSPIRE-compatibele overdrachtdienst (Initial Operating Capability) met zomerluchtopnamen uit INSPIRE Annex II Thema Orthobeeldvorming (geharmoniseerde data).

  • INSPIRE compatibele downloaddienst (WCS) met geharmoniseerde data voor de kaartlagen m.b.t. bodem en ondergrond in Vlaanderen

  • De bodemerosiegevoeligheidsfactor of bodemerodibiliteitsfactor K (ton.h.MJ-1.mm-1) geeft de mate van intrinsieke erosiegevoeligheid van de bodem weer. De K-factor wordt gebruikt bij de modellering van bodemerosie in de Revised Universal Soil Loss Equation (RUSLE) en wordt bepaald door verschillende bodemeigenschappen, waarvan de bodemtextuur en het gehalte aan organisch materiaal de belangrijkste zijn. Bij het opstellen van de bodemerosiegevoeligheidskaart of bodemerodibiliteitskaart (K-kaart) is enkel gebruik gemaakt van de bodemtextuur om de K-factor te bepalen. Er werd geen rekening gehouden met het gehalte organisch materiaal, omdat Vlaanderen niet over gebiedsdekkende data van het gehalte aan organische materiaal beschikt. De ruimtelijke resolutie van deze datalaag is 5 m.

  • De geodatalaag 'mobiscore per ha' geeft per hectare-cel binnen het Vlaamse Gewest de finale, totale mobiscore weer als een score tussen 0 en 10. De Mobiscore is een sensibiliserend instrument dat verhuizers wil laten nadenken over de mogelijke milieu-impact door verplaatsingen vanaf hun potentiële nieuwe woonst. De Mobiscore berekent de afstand naar verschillende soorten voorzieningen in de buurt: winkels en horeca, kinderopvang en scholen, dokters en ziekenhuizen, sport- en cultuurinfrastructuur en openbaar vervoer. De score houdt rekening met het verwachte aantal verplaatsingen voor specifieke voorzieningen en het vervoermiddel dat een gemiddelde Vlaming zou gebruiken voor deze verplaatsingen. Daarnaast houdt de Mobiscore rekening met de milieukosten (luchtvervuiling, files, geluidshinder, …) van dat vervoermiddel. Hoe hoger de Mobiscore van een bepaalde locatie, hoe gemakkelijker het is om bepaalde clusters van voorzieningen te voet of met de fiets te bereiken, en dus hoe beperkter de mobiliteits- en milieu-impact van woningen in deze buurt. Deze informatie kan mee in acht genomen worden als een van de factoren in het beslissingsproces over de woonlocatie. De scores kunnen geraadpleegd worden via de website www.mobiscore.be Het instrument Mobiscore onderging in 2021 een actualisatie, alsook enkele methodologische aanpassingen als antwoord op de evaluatie van de eerste versie. Deze geodatalaag geeft deze geactualiseerde een bijgestelde scores weer. Alle details over deze aanpassing staan beschreven in het technisch rapport: Van Den Bergh Gitte (2021). Actualisatie en bijstelling Mobiscore, studie uitgevoerd in opdracht van het Departement Omgeving, dat vindbaar is via volgende link : https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/817237

  • Web Coverage Service met informatie over Luchtvaart (OGC:WCS overdrachtservice)

  • De geodatalaag ‘stadsdeelgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 30ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>0,2ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De daarin beschreven methode werd toegepast op de landgebruikskaart toestand 2016. De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsdeelgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘stadsdeelgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 30ha. Deze geodatalaag werd bekomen door het selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2019). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>0,2ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De daarin beschreven methode werd toegepast op de landgebruikskaart toestand 2013. De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot stadsdeelgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.

  • De geodatalaag ‘buurtgroen’ bevat alle clusters van publiek toegankelijke groene ruimte met een minimale oppervlakte van 0,2ha. Deze geodatalaag werd bekomen door de selectie van alle ‘groengebieden’ op basis van de landgebruikskaart (toestand 2016). Deze groengebieden werden algoritmisch geclusterd op basis van aaneengeslotenheid, waarbij ook fysieke barrières in rekening werden gebracht. Vervolgens werden enkel die groengebieden behouden die grenzen aan een te voet toegankelijke openbare weg. Op basis hiervan werden vijf rasterlagen (resolutie 10x10m²) opgemaakt waarbij clusters werden geselecteerd per functieniveau op basis van een minimale oppervlakte: buurtgroen (>0,2ha); wijkgroen (>10ha); stadsdeelgroen (>30ha); stadsgroen (>60ha); stadsbos (>200ha). De geselecteerde clusters met een hoger functieniveau zijn dus steeds een deelverzameling van de geselecteerde clusters van een lager functieniveau. Opgelet, door de toegepaste methode bestaat het groentype ‘stadsbos’ niet enkel uit bos, maar uit verschillende types groene ruimte. Meer informatie is terug te vinden in dit achtergronddocument: https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/bitstream/handle/acd/768624/Groentypo_2019.pdf De daarin beschreven methode werd toegepast op de landgebruikskaart , toestand 2013. De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op een heel aantal verschillende aspecten die een kwalitatieve leefomgeving bepalen. Het gaat hierbij o.a. om een positief effect op de fysieke, mentale en sociale gezondheid, maar ook om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, landschappelijke kwaliteit,… Een gangbaar Vlaams referentiekader (geïntroduceerd in MIRA-S 2000) om de beschikbaarheid van groene ruimte te beoordelen stelt dat elke inwoner toegang zou moeten hebben tot buurtgroen op maximaal 400m, wijkgroen op maximaal 800m, stadsdeelgroen op maximaal 1600m, stadsgroen op maximaal 3200m en stadsbos op maximaal 5000m. Deze datalaag laat onder andere toe het aantal inwoners te berekenen in een bepaald gebied dat toegang heeft tot buurtgroen rekening houdend met eerder vermelde maximale afstand.