domain

Geografisch

7709 record(s)
 
Type of resources
Metadata standard
standardName
Available actions
Service types
flanderskeyword
Provided by
status
Topics
Keywords
Contact for the resource
Years
Formats
protocol
domain
Representation types
Update frequencies
Scale 1:
Resolution
INSPIRE themes
From 1 - 10 / 7709
  • Data van adressen, adresPerceelKoppelingen en adresGebouweenheidKoppelingen uit het gebouwen- en adressenregister voor Vlaanderen.

  • Data van gemeenten, postinfo, straatnamen, adressen, adresPerceelKoppelingen, adresGebouweenheidKoppelingen, percelen, gebouwen en gebouweenheden uit het gebouwen- en adressenregister voor Vlaanderen.

  • Data van gemeenten, postinfo & straatnamen uit het gebouwen- en adressenregister voor Vlaanderen.

  • Data van adressen uit het gebouwen- en adressenregister voor Vlaanderen.

  • Soorttype Vlaams voorkooprecht is de combinatie van een soort Vlaams Voorkooprecht met binnen de soort (eventuele) type(s) van voorkooprecht(en).Een soort Vlaams voorkooprecht wordt geïdentificeerd op basis van een bepaald decreet of regelgeving waarin een voorkooprecht wordt ingesteld (juridische basis van de maatschappelijke doelstelling van waaruit een recht van voorkoop kan uitgeoefend worden).Een type Vlaams voorkooprecht is een verdere onderverdeling van een soort Vlaams voorkooprecht. Types van voorkooprecht worden binnen een soort RVV onderscheiden op basis van verschillen in procedures die moeten gevolgd worden bij de bepaling of de uitoefening van het voorkooprecht.

  • Het Grootschalig Referentiebestand (GRB) of Basiskaart Vlaanderen is een geografisch informatiesysteem dat dient als topografische referentie voor Vlaanderen. Het is een gemeenschappelijke geografische basis waarop alle gebruikers eigen gegevens kunnen enten. Het GRB bevat enkel geografische en kenmerkende informatie van goed definieerbare, conventioneel aanvaarde referentiegegevens: gebouwen, percelen, wegen en hun inrichting, waterlopen, spoorbanen en het wegennetwerk. Deze objecten worden gedetailleerd en nauwkeurig opgemeten zodat de gegevens bruikbaar zijn in een grootschalige voorstelling met een schaalbereik tussen 1/250 en 1/5000. Beschikbaarheid GRB gegevens: https://www.vlaanderen.be/digitaal-vlaanderen/onze-oplossingen/basiskaart-vlaanderen-grb/grb-in-cijfers.

  • Op de kaart worden verontreinigde sites die mogelijks een significante blootstelling aan radon kunnen veroorzaken weergegeven. De sites worden door het FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle) als antropogene radonrisicozone beschouwd. Indien een site als antropogene radonrisicozone wordt beschouwd, betekent dat niet noodzakelijk dat de bebouwing van gebouwen daar verboden is : echter, indien wordt gebouwd op deze percelen, moeten gepaste preventiemaatregelen tegen radon worden voorzien en een opvolging van de radonconcentratie gebeuren. De verontreinigingsgraad die op de verschillende sites wordt gemeten is vaak beperkt en veroorzaakt geen acute risico's. Een meerderheid van de sites is met radium verontreinigd; het meest significant risico is dan de blootstelling aan radon in geval van bebouwing op de betrokken site; zowel arbeidsplaatsen als woningen. Indien graafwerken worden uitgevoerd op de site moeten beschermingsmaatregelen worden nageleefd – in het bijzonder om inhalatie en ingestie van radioactieve stoffen door de werknemers te beperken.

  • De kaart geeft weer waar er al een bodemonderzoek is uitgevoerd en waar niet, en wat de conclusie is van het bodemonderzoek indien uitgevoerd. De kaart geeft een antwoord op volgende vragen: - zijn er gegevens bij de OVAM beschikbaar over mijn grond? - werd er reeds een bodemonderzoek uitgevoerd? - werd er al dan niet een verontreiniging gevonden tijdens een bodemonderzoek? - zijn er nog (vervolg)acties nodig voor mijn grond?

  • Een bodemmonster is een staal van de bodem dat genomen wordt voor verdere analyse in het veld of in een labo. Een monster wordt steeds genomen op een bepaalde diepte (van/tot). Er kan optioneel een bepaalde techniek beschreven worden (bijvoorbeeld gestoord of ongestoord), evenals de condities van de monstername (bijvoorbeeld atmosferische condities, etc.). De resultaten van analyses uitgevoerd op het monster worden bewaard als observaties die gekoppeld worden aan het monster. Een monster kan eventueel gekoppeld worden met één of meer opdrachten en aan een monster kunnen ook bijlagen gekoppeld worden (bijvoorbeeld analyseresultaten of rapporten). Een bodemmonster is ofwel een enkelvoudig monster, ofwel een mengmonster (dit is het type). Een enkelvoudig monster is steeds gekoppeld aan één bodemlocatie of één diepteinterval. Een bodemlocatie of diepteinterval kan 0 of meer enkelvoudige monsters hebben. Een mengmonster kan gekoppeld worden aan één bodemsite, één bodemlocatie of één bodemdiepteinterval. Deze kunnen 0 of meer mengmonsters hebben.

  • Een diepteinterval is gekoppeld aan één of meerdere bodemkundige opbouwen. Een bodemkundige opbouw moet één of meer diepteintervallen hebben. Een diepteinterval beschrijft een gedeelte van de ondergrond van de gekoppelde bodemlocatie. Deze laatste bevat de locatie van de profielput of boring (X, Y, eventueel aangevuld met Z van het maaiveld), daar waar de diepteintervallen de bodem op die locatie beschrijven in de diepte. Een diepteinterval is een horizont of een laag (dit is het type). Een horizont is een visueel te onderscheiden deel van de bodem dat ontstaan is door omzetting van het moedermateriaal door pedogenetische processen of door het afzetten van organisch materiaal. Een horizont heeft voor de meeste bodemvariabelen homogene morfologische en analytische karakteristieken. Een laag daarentegen is niet ontstaan door pedogenetische processen. Dit type wordt minder vaak gebruikt, maar bv. wel in archeologische context of bij staalnamelagen bij bodemmonitoring. Elk diepteinterval heeft minstens één boven- en ondergrens die de diepte van de horizont of laag aangeeft. Als de grens minder duidelijk is of niet horizontaal loopt, kunnen ook twee boven- of ondergrenzen opgegeven worden. Het is mogelijk dat meerdere diepteintervallen van eenzelfde bodemlocatie elkaar in de diepte geheel of gedeeltelijk overlappen. In uitzonderlijke gevallen is het voor de invoer van historische gegevens mogelijk om diepteintervallen aan te maken zonder boven- of ondergrenzen.