From 1 - 10 / 50
  • Deze data wordt dagelijks bijgehouden en is dus steeds up to date Samenvatting: De plannen van aanleg worden in de wet op de stedebouw (decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996) omschreven; bedoeld zijn het gewestplan, het algemeen plan van aanleg (A.P.A.) en bijzonder plan van aanleg (B.P.A.). Een bijzonder plan van aanleg geeft voor het betrokken deel van het gemeentelijk grondgebied volgende elementen aan: de bestaande toestand; de gedetailleerde bestemming van verschillende delen van het grondgebied voor bewoning, nijverheid, landbouw of enig ander gebruik; het tracé van alle in het bestaande verkeerswegennet te brengen wijzigingen; de voorschriften betreffende de plaatsing, de grootte en de welstand van de gebouwen en afsluitingen, alsmede die betreffende de binnenplaatsen en tuinen. Het kan bovendien aangeven: de voorschriften betreffende het aanleggen en uitrusten van de wegen, de bouwvrije stroken en de beplantingen; de plaatsen die bestemd worden voor het aanleggen van groene ruimten, bosreservaten, sportvelden en begraafplaatsen, alsmede voor openbare gebouwen en voor monumenten; indien een ruilverkaveling of herverkaveling nodig blijkt, de grenzen van de nieuwe kavels, onder vermelding dat die grenzen door het schepencollege kunnen worden gewijzigd met goedkeuring van de Vlaamse regering. De hierboven opgesomde voorschriften kunnen eigendomsbeperkingen inhouden, met inbegrip van bouwverbod. Wanneer een streek-, gewest- of algemeen plan bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen ervan, en vult ze aan. Het kan er desnoods van afwijken. Sinds het nieuw decreet op de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 (DRO) wordt het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en BPA's vervangen door de meer flexibele Ruimtelijke UitvoeringsPlannen (RUP's), Deze worden opgemaakt door de 3 bevoegdheisniveau's nl, gemeente, provincie en gewest op basis van het subsidiariteitsprincipe, Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van een ruimtelijk structuurplan, Deze laatste zijn strategische beleidsplannen die voor een bepaalde plantermijn aangeven hoe de ruimte van het betrokken grondgebied ontwikkeld en beheerd zal worden, Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting, Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg en ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden) De hier gepubliceerde laag 'BPA-RUP-grondvlak (actuele toestand)' is een digitale vectoriële versie van de samengevoegde geactualiseerde BPA's en RUP's voor Antwerpen en wordt best gebruikt in combinatie met de gegeorefereerde scans van de originele analoge (papieren) plannen. De laag is een onderdeel van een meer uitgebreid bestand dat is opgebouwd uit 9 lagen namelijk de BPA-RUP-grondvlakken, de overdrukken (in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de lijnen(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de punten(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), een laag voor de eventuele deelzones binnen het RUP en de BPA- of RUP-contour (onderdeel van het plannenregister) . Hier worden enkel de geactualiseerde bestemmingsgebieden (de zogenaamde 'grondkleur' bv, 'zone voor kantoren') van de rechtsgeldige BPA's en RUP's weergegeven en gedocumenteerd. Deze laag is per definitie niet-overlappend binnen éénzelfde BPA of RUP,(in tegenstelling tot de overdruklaag die wel overlappende delen kan bevatten). Opbouw lagen volgens richtlijn op http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/registers/digirups/digirups.html. Voor de gemeentelijke RUPs van Antwerpen wordt voor de hoofdbestemming gekozen uit de lijst uit het handboek RUPs. (hierop wordt de inkleuring ook gebaseerd) Doel: De bestemmingscontouren dienen ter ondersteuning van de ruimtelijke planning en adviesverlening in Antwerpen op alle beleidsniveaus. Het is een belangrijke informatielaag bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid via ruimtelijke analyse, kartografie, en geautomatiseerde dossierafhandeling. Aanmaak: Digitalisatie van de BPA-bestemmingen van de rechtsgeldige BPA’s adhv de ingescande en gegeorefereerde scans.Recente BPA's en Gemeentelijke RUP's worden aangelverd in GIS-formaat, De provinciale en gewestelijke RUP's worden decretaal verplicht in GIS aangeleverd door de betreffende overheid.

  • Deze data wordt dagelijks bijgehouden en is dus steeds up to date Samenvatting: De plannen van aanleg worden in de wet op de stedebouw (decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996) omschreven; bedoeld zijn het gewestplan, het algemeen plan van aanleg (A.P.A.) en bijzonder plan van aanleg (B.P.A.). Een bijzonder plan van aanleg geeft voor het betrokken deel van het gemeentelijk grondgebied volgende elementen aan: de bestaande toestand; de gedetailleerde bestemming van verschillende delen van het grondgebied voor bewoning, nijverheid, landbouw of enig ander gebruik; het tracé van alle in het bestaande verkeerswegennet te brengen wijzigingen; de voorschriften betreffende de plaatsing, de grootte en de welstand van de gebouwen en afsluitingen, alsmede die betreffende de binnenplaatsen en tuinen. Het kan bovendien aangeven: de voorschriften betreffende het aanleggen en uitrusten van de wegen, de bouwvrije stroken en de beplantingen; de plaatsen die bestemd worden voor het aanleggen van groene ruimten, bosreservaten, sportvelden en begraafplaatsen, alsmede voor openbare gebouwen en voor monumenten; indien een ruilverkaveling of herverkaveling nodig blijkt, de grenzen van de nieuwe kavels, onder vermelding dat die grenzen door het schepencollege kunnen worden gewijzigd met goedkeuring van de Vlaamse regering. De hierboven opgesomde voorschriften kunnen eigendomsbeperkingen inhouden, met inbegrip van bouwverbod. Wanneer een streek-, gewest- of algemeen plan bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen ervan, en vult ze aan. Het kan er desnoods van afwijken. Sinds het nieuw decreet op de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 (DRO) wordt het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en BPA's vervangen door de meer flexibele Ruimtelijke UitvoeringsPlannen (RUP's), Deze worden opgemaakt door de 3 bevoegdheisniveau's nl, gemeente, provincie en gewest op basis van het subsidiariteitsprincipe, Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van een ruimtelijk structuurplan, Deze laatste zijn strategische beleidsplannen die voor een bepaalde plantermijn aangeven hoe de ruimte van het betrokken grondgebied ontwikkeld en beheerd zal worden, Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting, Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg en ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden) De hier gepubliceerde laag 'BPA-RUP-grondvlak (actuele toestand)' is een digitale vectoriële versie van de samengevoegde geactualiseerde BPA's en RUP's voor Antwerpen en wordt best gebruikt in combinatie met de gegeorefereerde scans van de originele analoge (papieren) plannen. De laag is een onderdeel van een meer uitgebreid bestand dat is opgebouwd uit 9 lagen namelijk de BPA-RUP-grondvlakken, de overdrukken (in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de lijnen(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de punten(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), een laag voor de eventuele deelzones binnen het RUP en de BPA- of RUP-contour (onderdeel van het plannenregister) . Hier worden enkel de geactualiseerde bestemmingsgebieden (de zogenaamde 'grondkleur' bv, 'zone voor kantoren') van de rechtsgeldige BPA's en RUP's weergegeven en gedocumenteerd. Deze laag is per definitie niet-overlappend binnen éénzelfde BPA of RUP,(in tegenstelling tot de overdruklaag die wel overlappende delen kan bevatten). Opbouw lagen volgens richtlijn op http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/registers/digirups/digirups.html. Voor de gemeentelijke RUPs van Antwerpen wordt voor de hoofdbestemming gekozen uit de lijst uit het handboek RUPs. (hierop wordt de inkleuring ook gebaseerd) Doel: De bestemmingscontouren dienen ter ondersteuning van de ruimtelijke planning en adviesverlening in Antwerpen op alle beleidsniveaus. Het is een belangrijke informatielaag bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid via ruimtelijke analyse, kartografie, en geautomatiseerde dossierafhandeling. Aanmaak: Digitalisatie van de BPA-bestemmingen van de rechtsgeldige BPA’s adhv de ingescande en gegeorefereerde scans.Recente BPA's en Gemeentelijke RUP's worden aangelverd in GIS-formaat, De provinciale en gewestelijke RUP's worden decretaal verplicht in GIS aangeleverd door de betreffende overheid,

  • Samenvatting: In het s-RSA wordt het toekomstige ruimtelijke beleid van de stad Antwerpen voorgesteld. Dit beleid is opgebouwd uit een generieke of stadsbrede visie en een actieve of projectmatige aanpak. Het generieke beleid kan als volgt beschreven worden: · Het generiek beleid is opgebouwd uit zeven beelden: waterstad, ecostad, havenstad, spoorstad, poreuze stad, dorpen en metropool en megastad. Deze beelden vormen samen het collectieve geheugen van de inwoners en bezoekers van de stad. · Vanuit een generieke benadering betekent het strategisch beleid het vooropstellen van een aantal doelen, gestructureerd volgens de beelden van de stad, die op hun beurt strategische selecties en maatregelen bepalen. Deze selecties vormen de basis voor de selectiekaarten. · De beelden van de stad vormen het referentiekader waarmee elk project dat betrekking heeft op Antwerpen, rekening mee dient te houden. Dit kader wordt opgebouwd uit regels opgemaakt vanuit elk beeld. Daar de generieke regels betrekking hebben op het ganse grondgebied van de stad, dient ook het actief beleid (de ruimtes, programma’s en projecten) zich hiernaar richten Het beeld van de ‘dorpen en metropool’ is één van de zeven beelden binnen het s-RSA. Dit beeld is onderverdeeld in enkele subbeelden: policentrische stad, erfgoed, wonen, werken en recreatie. In het subbeeld van ‘dorpen en metropool – recreatie’ wordt gepleit voor meer welzijn. Zodat zowel de bewoners als de bezoekers er zich goed voelen. Onder welzijn kunnen verschillende aspecten verstaan worden, gaande van voldoende groen – zowel op stedelijk niveau als in buurten en wijken – over sport en recreatie tot onderwijs en cultuur. Deze verschillende aspecten bevinden zich binnen verschillende sectoren, wat de integratie niet ten goede komt. Het ruimtelijk structuurplan is een belangrijke gelegenheid om de dingen samen te brengen. Als doelstellingen heeft dit beeld: het spreiden van voorzieningen, het organiseren van een gevarieerd en hedendaags onderwijs, toegankelijk maken van sportaanbod en ambities koesteren, synergie e n cre e ren en cultuur cultuur laten. De selecties uit dit beeld bestaan uit cultuurrecreatieve clusters, nieuwe grote clusters, reserveculsters, toplocaties en cultuurrecreatieve routes. De clusters in het algemeen beklemtonen de noodzaak aan kwalitatieve omgevingen en zijn aanvullend bij de stedelijke en buurtcentra. Een cultuurrecreatief cluster is een nieuwe interpretatie van de stedelijke ruimte, waarbij de relatie tussen de verschillende soorten recreatieve voorzieningen op buurt- en wijkniveau benadrukt wordt. De lokale cluster is gebaseerd op de mogelijkheden van medegebruik tussen bestaande of nieuwe scholen, speeltuinen, sportinfrastructuur en groen. Grote recreatieve clusters (nieuwe of reserve) gaan ook uit van onderlinge verbanden binnen een (nieuwe) stedelijke ruimte maar bevat tegelijk ook een stedelijk of grootstedelijke variant, van een cultuur – recreatieve activiteit of voorziening, die een bovenlokale uitstraling heeft. Doel: Visualisatie van de selectiekaart 06E_recre e ren van het sRSA,De afbakeningen zijn geen harde grenzen, en kan men verder preciseren in het uitvoeringsproces. De selectiekaart is geen zoneringsplan of bodembestemmingsplan. De kaart bevestigt of ontkent geen bouwrechten Aanmaak: De selectiekaarten zijn het resultaat van de omzetting van de zeven opgemaakte beelden van de stad naar shape-formaat. De autocad-kaarten en de overeenkomstige rasters werden hiervoor als basis gebruikt. De intekening gebeurde met behulp van de grootschalige basiskaart van de stad Antwerpen.

  • Samenvatting: In het s-RSA wordt het toekomstige ruimtelijke beleid van de stad Antwerpen voorgesteld. Dit beleid is opgebouwd uit een generieke of stadsbrede visie en een actieve of projectmatige aanpak. Het generieke beleid kan als volgt beschreven worden: · Het generiek beleid is opgebouwd uit zeven beelden: waterstad, ecostad, havenstad, spoorstad, poreuze stad, dorpen en metropool en megastad. Deze beelden vormen samen het collectieve geheugen van de inwoners en bezoekers van de stad. · Vanuit een generieke benadering betekent het strategisch beleid het vooropstellen van een aantal doelen, gestructureerd volgens de beelden van de stad, die op hun beurt strategische selecties en maatregelen bepalen. Deze selecties vormen de basis voor de selectiekaarten. · De beelden van de stad vormen het referentiekader waarmee elk project dat betrekking heeft op Antwerpen, rekening mee dient te houden. Dit kader wordt opgebouwd uit regels opgemaakt vanuit elk beeld. Daar de generieke regels betrekking hebben op het ganse grondgebied van de stad, dient ook het actief beleid (de ruimtes, programma’s en projecten) zich hiernaar richten Het beeld van de ‘dorpen en metropool’ is één van de zeven beelden binnen het s-RSA. Dit beeld is onderverdeeld in enkele subbeelden: policentrische stad, erfgoed, wonen, werken en recreatie. In het subbeeld van ‘dorpen en metropool – werken’ beoogt het ruimtelijk structuurplan niet rechtstreeks een economisch beleid uit te stippelen. Het ruimtelijk structuurplan kan wel beschouwd worden als een aanvulling op een beleid voor ontwikkeling en kan helpen en sturen bij een duurzame groei, door een aantal ‘deugdzame relaties’ te ondersteunen een aantal andere te ontmoedigen. De doelstellingen om deze visie te bereiken zijn: het behoud van de historische clusters, versterken van de economische rol van handel en bedrijvigheid, ruimte voor nieuwe groeisectoren en aantrekken van innovatieve activiteiten. De selecties gebeurden op basis van twee modellen: clusters en modellen. Wat resulteerde in clusters bedrijventerreinen en verwevingsgebieden, bedrijvigheid in woonzones, mobiliseren van lege terreinen en reorganiseren van restgronden, herbruik van brownfields, nieuwe bedrijven terreinen, nieuwe kantoorlocaties en kleinhandelsgebieden Doel: Visualisatie van de selectiekaart 06D_werken van het sRSA,De afbakeningen zijn geen harde grenzen, en kan men verder preciseren in het uitvoeringsproces. De selectiekaart is geen zoneringsplan of bodembestemmingsplan. De kaart bevestigt of ontkent geen bouwrechten Aanmaak: De selectiekaarten zijn het resultaat van de omzetting van de zeven opgemaakte beelden van de stad naar shape-formaat. De autocad-kaarten en de overeenkomstige rasters werden hiervoor als basis gebruikt. De intekening gebeurde met behulp van de grootschalige basiskaart van de stad Antwerpen.

  • Samenvatting: In het s-RSA wordt het toekomstige ruimtelijke beleid van de stad Antwerpen voorgesteld. Dit beleid is opgebouwd uit een generieke of stadsbrede visie en een actieve of projectmatige aanpak. Het generieke beleid kan als volgt beschreven worden: · Het generiek beleid is opgebouwd uit zeven beelden: waterstad, ecostad, havenstad, spoorstad, poreuze stad, dorpen en metropool en megastad. Deze beelden vormen samen het collectieve geheugen van de inwoners en bezoekers van de stad. · Vanuit een generieke benadering betekent het strategisch beleid het vooropstellen van een aantal doelen, gestructureerd volgens de beelden van de stad, die op hun beurt strategische selecties en maatregelen bepalen. Deze selecties vormen de basis voor de selectiekaarten. · De beelden van de stad vormen het referentiekader waarmee elk project dat betrekking heeft op Antwerpen, rekening mee dient te houden. Dit kader wordt opgebouwd uit regels opgemaakt vanuit elk beeld. Daar de generieke regels betrekking hebben op het ganse grondgebied van de stad, dient ook het actief beleid (de ruimtes, programma’s en projecten) zich hiernaar richten Het beeld van de ‘spoorstad’ is één van de zeven beelden binnen het s-RSA. Dit beeld pleit voor het openen van de stad door diens bereikbaarheid te vergroten. Dit beeld wekt, door de letterlijke betekenis van sporen, de illusie zich enkel te richten op het openbaar vervoer. In realiteit omvat dit beeld alle ruimtelijke en functionele mobiliteitsaspecten. Inzake autoverkeer, moeten de stad en de haven bereikbaar blijven via autowegen. Hierdoor worden projecten als het sluiten van de ring en het scheiden van doorgaand en bestemmingsverkeer opgevat. Beide hebben een grote impact op het lager netwerk van de stad zowel ruimtelijk als naar verkeersafwikkeling. Het beter uitwerken van dit fijnmazig netwerk moet samen met het bovenliggend netwerk zorgen voor het creëren van een stad met open ruimtelijk systeem maken. Het openbaar vervoer speelt echter een belangrijke rol in dit beeld, daar een meer uitgebouwd en efficiënt openbaar vervoersnet de autogerichtheid kan doen afnemen en zo de bereikbaarheid van de stad en de leefbaarheid in de stad kan verhogen. De verbetering van het openbaar vervoer vertaalt zich in: het versterken van de territoriale boulevards die vanuit de districten naar de binnenstad lopen (dit type boulevard bevat altijd een tram), het inrichten van radiale boulevards die de verschillende districten onderling verbinden (dit type bevat wenselijk een tram), het volledig herinrichten van een groene Singel (voor lokaal verkeer) het verbeteren van de afstemming tussen verschillende openbaarvervoersvormen en met andere modi. Doel: Visualisatie van de selectiekaart 04A_spoorstad_open_stad van het sRSA,De afbakeningen zijn geen harde grenzen, en kan men verder preciseren in het uitvoeringsproces. De selectiekaart is geen zoneringsplan of bodembestemmingsplan. De kaart bevestigt of ontkent geen bouwrechten Aanmaak: De selectiekaarten zijn het resultaat van de omzetting van de zeven opgemaakte beelden van de stad naar shape-formaat. De autocad-kaarten en de overeenkomstige rasters werden hiervoor als basis gebruikt. De intekening gebeurde met behulp van de grootschalige basiskaart van de stad Antwerpen.

  • Samenvatting: In het s-RSA wordt het toekomstige ruimtelijke beleid van de stad Antwerpen voorgesteld. Dit beleid is opgebouwd uit een generieke of stadsbrede visie en een actieve of projectmatige aanpak. Het generieke beleid kan als volgt beschreven worden: · Het generiek beleid is opgebouwd uit zeven beelden: waterstad, ecostad, havenstad, spoorstad, poreuze stad, dorpen en metropool en megastad. Deze beelden vormen samen het collectieve geheugen van de inwoners en bezoekers van de stad. · Vanuit een generieke benadering betekent het strategisch beleid het vooropstellen van een aantal doelen, gestructureerd volgens de beelden van de stad, die op hun beurt strategische selecties en maatregelen bepalen. Deze selecties vormen de basis voor de selectiekaarten. · De beelden van de stad vormen het referentiekader waarmee elk project dat betrekking heeft op Antwerpen, rekening mee dient te houden. Dit kader wordt opgebouwd uit regels opgemaakt vanuit elk beeld. · Daar de generieke regels betrekking hebben op het ganse grondgebied van de stad, dient ook het actief beleid (de ruimtes, programma’s en projecten) zich hiernaar richten De ‘waterstad’ is één van de zeven beelden binnen het s-RSA. Dit beeld pleit voor een algemeen herstel van de relatie tussen de stad en het waternetwek erbinnen, waarbij de relatie met de Schelde een cruciale rol speelt. Het herstellen van het waternetwerk kan gebeuren door de oorspronkelijke structuur opnieuw zichtbaar te maken daar waar het mogelijk is. Dit betekent dat de kwaliteit van het publiek domein rondom rivier, beken, dokken en kanaal moet vergroot worden en dat de toegankelijkheid ervan moet verbeteren. Om dit beeld vorm te geven werden er aan de hand van selecties de onderdelen van het waternetwerk bepaald. Zo werden er rivier en beekvalleien, historische waters: plassen, dijken, strand, nieuwe natte natuur, Schelde bruggen en nieuwe hoogbouwgebieden langs het water geselecteerd Doel: Visualisatie van de selectiekaart 01-waterstad van het sRSA,De afbakeningen zijn geen harde grenzen, en kan men verder preciseren in het uitvoeringsproces. De selectiekaart is geen zoneringsplan of bodembestemmingsplan. De kaart bevestigt of ontkent geen bouwrechten Aanmaak: De selectiekaarten zijn het resultaat van de omzetting van de zeven opgemaakte beelden van de stad naar shape-formaat. De autocad-kaarten en de overeenkomstige rasters werden hiervoor als basis gebruikt. De intekening gebeurde met behulp van de grootschalige basiskaart van de stad Antwerpen.

  • Deze data wordt dagelijks bijgehouden en is dus steeds up to date Samenvatting: De plannen van aanleg worden in de wet op de stedebouw (decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996) omschreven; bedoeld zijn het gewestplan, het algemeen plan van aanleg (A.P.A.) en bijzonder plan van aanleg (B.P.A.). Een bijzonder plan van aanleg geeft voor het betrokken deel van het gemeentelijk grondgebied volgende elementen aan: de bestaande toestand; de gedetailleerde bestemming van verschillende delen van het grondgebied voor bewoning, nijverheid, landbouw of enig ander gebruik; het tracé van alle in het bestaande verkeerswegennet te brengen wijzigingen; de voorschriften betreffende de plaatsing, de grootte en de welstand van de gebouwen en afsluitingen, alsmede die betreffende de binnenplaatsen en tuinen. Het kan bovendien aangeven: de voorschriften betreffende het aanleggen en uitrusten van de wegen, de bouwvrije stroken en de beplantingen; de plaatsen die bestemd worden voor het aanleggen van groene ruimten, bosreservaten, sportvelden en begraafplaatsen, alsmede voor openbare gebouwen en voor monumenten; indien een ruilverkaveling of herverkaveling nodig blijkt, de grenzen van de nieuwe kavels, onder vermelding dat die grenzen door het schepencollege kunnen worden gewijzigd met goedkeuring van de Vlaamse regering. De hierboven opgesomde voorschriften kunnen eigendomsbeperkingen inhouden, met inbegrip van bouwverbod. Wanneer een streek-, gewest- of algemeen plan bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen ervan, en vult ze aan. Het kan er desnoods van afwijken. Sinds het nieuw decreet op de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 (DRO) wordt het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en BPA's vervangen door de meer flexibele Ruimtelijke UitvoeringsPlannen (RUP's), Deze worden opgemaakt door de 3 bevoegdheisniveau's nl, gemeente, provincie en gewest op basis van het subsidiariteitsprincipe, Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van een ruimtelijk structuurplan, Deze laatste zijn strategische beleidsplannen die voor een bepaalde plantermijn aangeven hoe de ruimte van het betrokken grondgebied ontwikkeld en beheerd zal worden, Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting, Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg en ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden) De hier gepubliceerde laag 'BPA-RUP-grondvlak (actuele toestand)' is een digitale vectoriële versie van de samengevoegde geactualiseerde BPA's en RUP's voor Antwerpen en wordt best gebruikt in combinatie met de gegeorefereerde scans van de originele analoge (papieren) plannen. De laag is een onderdeel van een meer uitgebreid bestand dat is opgebouwd uit 9 lagen namelijk de BPA-RUP-grondvlakken, de overdrukken (in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de lijnen(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de punten(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), een laag voor de eventuele deelzones binnen het RUP en de BPA- of RUP-contour (onderdeel van het plannenregister) . Hier worden enkel de geactualiseerde bestemmingsgebieden (de zogenaamde 'grondkleur' bv, 'zone voor kantoren') van de rechtsgeldige BPA's en RUP's weergegeven en gedocumenteerd. Deze laag is per definitie niet-overlappend binnen éénzelfde BPA of RUP,(in tegenstelling tot de overdruklaag die wel overlappende delen kan bevatten). Opbouw lagen volgens richtlijn op http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/registers/digirups/digirups.html. Voor de gemeentelijke RUPs van Antwerpen wordt voor de hoofdbestemming gekozen uit de lijst uit het handboek RUPs. (hierop wordt de inkleuring ook gebaseerd) Doel: De bestemmingscontouren dienen ter ondersteuning van de ruimtelijke planning en adviesverlening in Antwerpen op alle beleidsniveaus. Het is een belangrijke informatielaag bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid via ruimtelijke analyse, kartografie, en geautomatiseerde dossierafhandeling. Aanmaak: Digitalisatie van de BPA-bestemmingen van de rechtsgeldige BPA’s adhv de ingescande en gegeorefereerde scans.Recente BPA's en Gemeentelijke RUP's worden aangeleverd in GIS-formaat, De provinciale en gewestelijke RUP's worden decretaal verplicht in GIS aangeleverd door de betreffende overheid.

  • Deze data wordt dagelijks bijgehouden en is dus steeds up to date Samenvatting: De plannen van aanleg worden in de wet op de stedebouw (decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996) omschreven; bedoeld zijn het gewestplan, het algemeen plan van aanleg (A.P.A.) en bijzonder plan van aanleg (B.P.A.). Een bijzonder plan van aanleg geeft voor het betrokken deel van het gemeentelijk grondgebied volgende elementen aan: de bestaande toestand; de gedetailleerde bestemming van verschillende delen van het grondgebied voor bewoning, nijverheid, landbouw of enig ander gebruik; het tracé van alle in het bestaande verkeerswegennet te brengen wijzigingen; de voorschriften betreffende de plaatsing, de grootte en de welstand van de gebouwen en afsluitingen, alsmede die betreffende de binnenplaatsen en tuinen. Het kan bovendien aangeven: de voorschriften betreffende het aanleggen en uitrusten van de wegen, de bouwvrije stroken en de beplantingen; de plaatsen die bestemd worden voor het aanleggen van groene ruimten, bosreservaten, sportvelden en begraafplaatsen, alsmede voor openbare gebouwen en voor monumenten; indien een ruilverkaveling of herverkaveling nodig blijkt, de grenzen van de nieuwe kavels, onder vermelding dat die grenzen door het schepencollege kunnen worden gewijzigd met goedkeuring van de Vlaamse regering. De hierboven opgesomde voorschriften kunnen eigendomsbeperkingen inhouden, met inbegrip van bouwverbod. Wanneer een streek-, gewest- of algemeen plan bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen ervan, en vult ze aan. Het kan er desnoods van afwijken. Sinds het nieuw decreet op de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 (DRO) wordt het vroegere systeem van gewestplanwijzigingen en BPA's vervangen door de meer flexibele Ruimtelijke UitvoeringsPlannen (RUP's), Deze worden opgemaakt door de 3 bevoegdheisniveau's nl, gemeente, provincie en gewest op basis van het subsidiariteitsprincipe, Deze plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de visie van een ruimtelijk structuurplan, Deze laatste zijn strategische beleidsplannen die voor een bepaalde plantermijn aangeven hoe de ruimte van het betrokken grondgebied ontwikkeld en beheerd zal worden, Een RUP bevat elementen van bestemming, beheer en inrichting, Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg en ruimtelijke link hebben (al dan niet perceelsgebonden) De hier gepubliceerde laag 'BPA-RUP-grondvlak (actuele toestand)' is een digitale vectoriële versie van de samengevoegde geactualiseerde BPA's en RUP's voor Antwerpen en wordt best gebruikt in combinatie met de gegeorefereerde scans van de originele analoge (papieren) plannen. De laag is een onderdeel van een meer uitgebreid bestand dat is opgebouwd uit 9 lagen namelijk de BPA-RUP-grondvlakken, de overdrukken (in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de lijnen(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), de punten(in 2 lagen op basis van al of niet geometrisch nauwkeurig), een laag voor de eventuele deelzones binnen het RUP en de BPA- of RUP-contour (onderdeel van het plannenregister) . Hier worden enkel de geactualiseerde bestemmingsgebieden (de zogenaamde 'grondkleur' bv, 'zone voor kantoren') van de rechtsgeldige BPA's en RUP's weergegeven en gedocumenteerd. Deze laag is per definitie niet-overlappend binnen éénzelfde BPA of RUP,(in tegenstelling tot de overdruklaag die wel overlappende delen kan bevatten). Opbouw lagen volgens richtlijn op http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/registers/digirups/digirups.html. Voor de gemeentelijke RUPs van Antwerpen wordt voor de hoofdbestemming gekozen uit de lijst uit het handboek RUPs. (hierop wordt de inkleuring ook gebaseerd) Doel: De bestemmingscontouren dienen ter ondersteuning van de ruimtelijke planning en adviesverlening in Antwerpen op alle beleidsniveaus. Het is een belangrijke informatielaag bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid via ruimtelijke analyse, kartografie, en geautomatiseerde dossierafhandeling. Aanmaak: Digitalisatie van de BPA-bestemmingen van de rechtsgeldige BPA’s adhv de ingescande en gegeorefereerde scans.Recente BPA's en Gemeentelijke RUP's worden aangeleverd in GIS-formaat, De provinciale en gewestelijke RUP's worden decretaal verplicht in GIS aangeleverd door de betreffende overheid.

  • Samenvatting: In het s-RSA wordt het toekomstige ruimtelijke beleid van de stad Antwerpen voorgesteld. Dit beleid is opgebouwd uit een generieke of stadsbrede visie en een actieve of projectmatige aanpak. Het generieke beleid kan als volgt beschreven worden: · Het generiek beleid is opgebouwd uit zeven beelden: waterstad, ecostad, havenstad, spoorstad, poreuze stad, dorpen en metropool en megastad. Deze beelden vormen samen het collectieve geheugen van de inwoners en bezoekers van de stad. · Vanuit een generieke benadering betekent het strategisch beleid het vooropstellen van een aantal doelen, gestructureerd volgens de beelden van de stad, die op hun beurt strategische selecties en maatregelen bepalen. Deze selecties vormen de basis voor de selectiekaarten. · De beelden van de stad vormen het referentiekader waarmee elk project dat betrekking heeft op Antwerpen, rekening mee dient te houden. Dit kader wordt opgebouwd uit regels opgemaakt vanuit elk beeld. Daar de generieke regels betrekking hebben op het ganse grondgebied van de stad, dient ook het actief beleid (de ruimtes, programma’s en projecten) zich hiernaar richten Het beeld van de ‘dorpen en metropool’ is één van de zeven beelden binnen het s-RSA. Dit beeld is onderverdeeld in enkele subbeelden: policentrische stad, erfgoed, wonen, werken en recreatie. In het subbeeld van ‘dorpen en metropool – recreatie’ wordt gepleit voor meer welzijn. Zodat zowel de bewoners als de bezoekers er zich goed voelen. Onder welzijn kunnen verschillende aspecten verstaan worden, gaande van voldoende groen – zowel op stedelijk niveau als in buurten en wijken – over sport en recreatie tot onderwijs en cultuur. Deze verschillende aspecten bevinden zich binnen verschillende sectoren, wat de integratie niet ten goede komt. Het ruimtelijk structuurplan is een belangrijke gelegenheid om de dingen samen te brengen. Als doelstellingen heeft dit beeld: het spreiden van voorzieningen, het organiseren van een gevarieerd en hedendaags onderwijs, toegankelijk maken van sportaanbod en ambities koesteren, synergie e n cre e ren en cultuur cultuur laten. De selecties uit dit beeld bestaan uit cultuurrecreatieve clusters, nieuwe grote clusters, reserveculsters, toplocaties en cultuurrecreatieve routes. De clusters in het algemeen beklemtonen de noodzaak aan kwalitatieve omgevingen en zijn aanvullend bij de stedelijke en buurtcentra. Een cultuurrecreatief cluster is een nieuwe interpretatie van de stedelijke ruimte, waarbij de relatie tussen de verschillende soorten recreatieve voorzieningen op buurt- en wijkniveau benadrukt wordt. De lokale cluster is gebaseerd op de mogelijkheden van medegebruik tussen bestaande of nieuwe scholen, speeltuinen, sportinfrastructuur en groen. Grote recreatieve clusters (nieuwe of reserve) gaan ook uit van onderlinge verbanden binnen een (nieuwe) stedelijke ruimte maar bevat tegelijk ook een stedelijk of grootstedelijke variant, van een cultuur – recreatieve activiteit of voorziening, die een bovenlokale uitstraling heeft. Doel: Visualisatie van de selectiekaart 06E_recre e ren van het sRSA,De afbakeningen zijn geen harde grenzen, en kan men verder preciseren in het uitvoeringsproces. De selectiekaart is geen zoneringsplan of bodembestemmingsplan. De kaart bevestigt of ontkent geen bouwrechten Aanmaak: De selectiekaarten zijn het resultaat van de omzetting van de zeven opgemaakte beelden van de stad naar shape-formaat. De autocad-kaarten en de overeenkomstige rasters werden hiervoor als basis gebruikt. De intekening gebeurde met behulp van de grootschalige basiskaart van de stad Antwerpen.

  • Samenvatting: In het s-RSA wordt het toekomstige ruimtelijke beleid van de stad Antwerpen voorgesteld. Dit beleid is opgebouwd uit een generieke of stadsbrede visie en een actieve of projectmatige aanpak. Het generieke beleid kan als volgt beschreven worden: · Het generiek beleid is opgebouwd uit zeven beelden: waterstad, ecostad, havenstad, spoorstad, poreuze stad, dorpen en metropool en megastad. Deze beelden vormen samen het collectieve geheugen van de inwoners en bezoekers van de stad. · Vanuit een generieke benadering betekent het strategisch beleid het vooropstellen van een aantal doelen, gestructureerd volgens de beelden van de stad, die op hun beurt strategische selecties en maatregelen bepalen. Deze selecties vormen de basis voor de selectiekaarten. · De beelden van de stad vormen het referentiekader waarmee elk project dat betrekking heeft op Antwerpen, rekening mee dient te houden. Dit kader wordt opgebouwd uit regels opgemaakt vanuit elk beeld. Daar de generieke regels betrekking hebben op het ganse grondgebied van de stad, dient ook het actief beleid (de ruimtes, programma’s en projecten) zich hiernaar richten Het beeld van de ‘dorpen en metropool’ is één van de zeven beelden binnen het s-RSA. Dit beeld is onderverdeeld in enkele subbeelden: policentrische stad, erfgoed, wonen, werken en recreatie. In het subbeeld van ‘dorpen en metropool – werken’ beoogt het ruimtelijk structuurplan niet rechtstreeks een economisch beleid uit te stippelen. Het ruimtelijk structuurplan kan wel beschouwd worden als een aanvulling op een beleid voor ontwikkeling en kan helpen en sturen bij een duurzame groei, door een aantal ‘deugdzame relaties’ te ondersteunen een aantal andere te ontmoedigen. De doelstellingen om deze visie te bereiken zijn: het behoud van de historische clusters, versterken van de economische rol van handel en bedrijvigheid, ruimte voor nieuwe groeisectoren en aantrekken van innovatieve activiteiten. De selecties gebeurden op basis van twee modellen: clusters en modellen. Wat resulteerde in clusters bedrijventerreinen en verwevingsgebieden, bedrijvigheid in woonzones, mobiliseren van lege terreinen en reorganiseren van restgronden, herbruik van brownfields, nieuwe bedrijven terreinen, nieuwe kantoorlocaties en kleinhandelsgebieden Doel: Visualisatie van de selectiekaart 06D_werken van het sRSA,De afbakeningen zijn geen harde grenzen, en kan men verder preciseren in het uitvoeringsproces. De selectiekaart is geen zoneringsplan of bodembestemmingsplan. De kaart bevestigt of ontkent geen bouwrechten Aanmaak: De selectiekaarten zijn het resultaat van de omzetting van de zeven opgemaakte beelden van de stad naar shape-formaat. De autocad-kaarten en de overeenkomstige rasters werden hiervoor als basis gebruikt. De intekening gebeurde met behulp van de grootschalige basiskaart van de stad Antwerpen.